Help, ik bloos
Opgewondenheid, sterke temperatuurschommelingen of een gênante situatie. Ze doen ons allemaal wel eens blozen. Maar bij sommige mensen lijkt de roodheid te veel en te hevig te komen of zelfs een eigen leven te gaan leiden. Hoe komt dat? En vooral, wat kan je eraan doen?
Blozen doen we allemaal. In de eerste plaats wanneer we het warm hebben, ten gevolge van koorts of een fysieke inspanning, bijvoorbeeld. Maar ook psychologische factoren kunnen aanleiding geven tot een stevige blos op de wangen. In dat geval wordt blozen geassocieerdmet ongewenst veel aandacht trekken en een verhoogd bewustzijn van jezelf. Wanneer we ons schamen, verlegen of onzeker zijn, voelen we haast letterlijk het bloed naar ons hoofd stijgen.
Gevolg: rode koontjes die anderen met één blik duidelijk maken hoe we ons voelen. Blozen uit schaamte, onzekerheid of verlegenheid gebeurt gewoonlijk voor het eerst wanneer kinderen een 'sociaal ego' ontwikkeld hebben, zo rond de leeftijd van drie, vier jaar. Piekperiode is zonder twijfel de puberteit, dat is nu eenmaal dé periode waarin schuchterheid en onzekerheid in combinatie met een al te sterk zelfbewustzijn ons parten spelen. Eenmaal die fase ontgroeid, neemt ook het blozen gewoonlijk vanzelf af. Gewoonlijk, want er zijn ook mensen bij wie de kaken te pas en te onpas bloedrood blijven kleuren. We spreken dan over abnormaal of pathologisch blozen.
Oorzaak onbekend 'Soms kan een orgaan- of systeemziekte ervoor verantwoordelijk zijn dat je abnormaal vaak met een rood hoofd rondloopt', weet dokter Tom De Keukeleire, pneumoloog in het Universitair Ziekenhuis Brussel. 'Bij bepaalde neurologische en andere aandoeningen is veelvuldig blozen immers een symptoom. Maar die zijn uiterst zeldzaam. De grote meerderheid van de patiënten die abnormaal blozen, lijdt aan het 'idiopathic flushing syndrome' of 'idiopatisch pathologisch blozen'.' Dat is dus abnormaal blozen zónder aantoonbare, medische oorzaak.
'De verklaring van dit pathologisch blozen ligt in de overactiviteit van de orthosympaticus, een ketting van zenuwknopen, die gelegen is in de borstholte, tussen de longen en de achterwand van de borstkas', vervolgt dr. De Keukeleire. 'Die overactiviteit zorgt ervoor dat de bloedvaten in het gelaat zich sterk uitzetten, met het bekende blozen tot gevolg. Omdat de betreffende zenuwknopen ook het zweten aansturen, kan abnormaal blozen ook gepaard gaan met overmatige transpiratie.'
Een dunne lijn Blozen kan niet gemeten worden. De last die iemand ervan ondervindt evenmin. Dr. De Keukeleire: 'Wanneer een uitvoerig gesprek en klinisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bloed- en urineonderzoek, ons de zekerheid geven dat er géén ziekte aan de oorsprong ligt van het blozen, zal het dan ook vooral de perceptie van de patiënt zélf zijn die tot de diagnose van 'idiopathisch pathologisch blozen' leidt. De lijn tussen 'normaal' en 'abnormaal' blozen is immers niet zo strikt te trekken.
Veel hangt af van hoe problematisch de patiënt het allemaal ervaart.' Maar er zijn ook situaties die voor zich spreken. 'Als iemand carrièrekansen aan zijn neus voorbij ziet gaan, ernstige sociale problemen heeft of antidepressiva nodig heeft ten gevolge van zijn 'bloosprobleem', dan is de diagnose natuurlijk snel gesteld.' Maar wie bij een arts aanklopt met zijn probleem, is natuurlijk op zoek naar méér dan een diagnose alleen. Hij wil vooral geholpen worden. 'Behandelen kan op drie manieren,' weet dr. De Keukeleire, 'psychotherapeutisch, medicamenteus of 'invasief'. Wat de beste aanpak is, moet voor elke patiënt individueel bekeken worden.'
De angst voor het rode hoofd
De oorzaak van abnormaal blozen mag dan bij de overactiviteit van de zenuwknopen liggen, psychologische factoren spelen óók een rol. Wie (te) snel bloost, is daar vaak heel erg mee bezig. En als je je voortdurend afvraagt of je toch geen rood hoofd hebt, ga je door die gedachte alleen al vanzelf meer blozen. Er ontstaat een soort sneeuwbaleffect waardoor het probleem alleen maar groter wordt.
'Veel patiënten belanden op die manier in een vicieuze cirkel die nog maar moeilijk te doorbreken is', weet dr. De Keukeleire. Er zijn zelfs mensen die op termijn een echte bloosangst ontwikkelen, een vorm van sociale fobie waarbij ze allerhande situaties gaan vermijden om toch vooral maar geen rood hoofd te krijgen. Precies voor deze mensen ontwikkelden de Nederlandse psychologe Femke Buwalda en haar collega Corine Dijk een cursus 'Omgaan met bloosangst', die ze vorig jaar ook in de praktijk uittestten. 'Hoewel we ons voor een groot stuk gebaseerd hebben op inzichten uit de cognitieve gedragstherapie, was het niet onze bedoeling de cursisten therapeutisch te behandelen', vertelt Buwalda.
'We wilden hen in de eerste plaats inzicht bijbrengen over hun gedragingen én hen doen nadenken over de aandacht die ze zelf besteden aan het blozen. Het uiteindelijke doel van de cursus was hen te helpen om het feit dat ze blozen te accepteren. Want niet het blozen zelf, maar wel de angst om te blozen is het probleem. En als je die angst kan doen afnemen, ga je vanzelf al minder blozen.' De vicieuze cirkel doorbreken dus. In welke mate de cursus in zijn opzet slaagde, is nog niet helemaal duidelijk. Het effect op de cursisten wordt nog volop onderzocht. Maar Buwalda wil wel al kwijt dat de eerste resultaten alvast licht positief zijn.
Slikken of snijden? De vicieuze cirkel doorbreken, dat is ook één van de belangrijkste betrachtingen van de medicamenteuze aanpak. 'We zien regelmatig patiënten die er met behulp van medicatie in slagen het blozen onder controle te krijgen, zodat ze na verloop van tijd de medicatie kunnen afbouwen of zelfs volledig stopzetten', zegt dr. De Keukeleire. Het gaat hier meer bepaald om medicijnen die eigenlijk ontwikkeld werden voor andere klachten, maar ook het blozen kunnen verminderen. Dr. De Keukeleire: 'Wij raden onze patiënten in ieder geval aan deze medicamenteuze aanpak drie of vier maanden uit te proberen, voor we een invasieve aanpak overwegen. Die beschouwen we eerder als 'laatste redmiddel'.'
De invasieve aanpak waar dokter De Keukeleire het hier over heeft, heet in het jargon 'hoogdorsale selectieve thoracoscopische sympathicolyse', een ingreep die ook gebruikt wordt om klachten van overmatige transpiratie van handen en/of oksels aan te pakken. 'Met een eenvoudige kijkoperatie, via twee kleine sneetjes in de oksel, worden de verantwoordelijke zenuwknopen opgezocht en doorgebrand', legt dr. De Keukeleire uit. 'De functie van die zenuwknopen - zweten en blozen - wordt op die manier lamgelegd'. Omdat het een vrij pijnlijke ingreep is, gebeurt die wel altijd onder narcose, maar de risico's zijn klein.
De Keukeleire: 'Bij zo'n 80 tot 85 procent van de patiënten die we op die manier behandelen, zijn de resultaten bevredigend. Ze blozen niet meer of het blozen is tot een normaal niveau gereduceerd. Omdat de zenuwknopen die we doorbranden ook verantwoordelijk zijn voor het zweten van aangezicht en handpalmen, is het meest voorkomende neveneffect 'compensatoir zweten'.
Het transpiratievocht zoekt een uitweg elders op het lichaam. Het is onmogelijk vooraf te voorspellen of en in welke mate iemand daar last van zal hebben.' Het blijft dus afwegen of de voordelen opwegen tegen de mogelijke nadelen. 'Een afweging die iedere patiënt voor zich moet maken, maar waarbij hij zeker niet over één nacht ijs mag gaan. Dat kunnen we niet genoeg benadrukken.'
Uit Goed Gevoel maart 2009, door Veerle Maes