-
Goed Gevoel - Logo
gezondheid/psycho
Goed Gevoel
Goed Gevoel
Goed Gevoel

Minder duur, even goed?

Door enkele nieuwe voorschriftregels zullen in de apotheek voortaan vaker goedkopere geneesmiddelen over de toonbank gaan. Een besparing en dus een goede zaak voor voor de patiënt? Of hebben de 'witte producten' van de farmasector ook nadelen? Goed Gevoel sprak erover met een deskundige.

Gemiddeld tellen we ieder jaar zo'n 550 euro neer voor geneesmiddelen (cijfers 2009). Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsuitkering (RIZIV) komt tussen voor 332 euro, de overige 218 euro betalen we uit eigen zak. Die bedragen zijn een stuk hoger dan in onze omringende landen. Niet alleen omdat we meer geneesmiddelen gebruiken, maar ook omdat het marktaandeel van de goedkopere generische geneesmiddelen bij ons een stuk kleiner is dan in de rest van Europa. Maar daar zou binnenkort wel eens verandering in kunnen komen. De federale regering heeft namelijk een aantal maatregelen genomen om de kosten terug te dringen.

Sinds 1 april is de apotheker verplicht om bij een voorschrift op stofnaam een zo goedkoop mogelijk geneesmiddel af te leveren. Voor antibiotica en antimycotica (schimmelwerende middelen) moet hij dat sowieso doen, zélfs als de arts op het voorschrift de naam van een specifiek merkgeneesmiddel vermeldt (zie kader voor meer details over de maatregelen). 'De kans bestaat dat de producenten van merkgeneesmiddelen hun prijzen zullen laten dalen om in die korf van goedkoopste geneesmiddelen terecht te komen,' meent professor Stephane Steurbaut van de afdeling Klinische Farmacologie en Farmacotherapie van het UZ Brussel, 'maar generische geneesmiddelen zullen in de toekomst wellicht veel vaker over de toonbank gaan.' En dus is het goed om even stil te staan bij wat die generische geneesmiddelen precies zijn, want we weten natuurlijk graag wat we eigenlijk slikken.

Alleenrecht
Als een farmaceutisch bedrijf een nieuw geneesmiddel op de markt brengt, heeft het een tijdje het alleenrecht om dat medicijn te produceren en te verkopen. Die octrooien op geneesmiddelen werden in het leven geroepen om farmaceutische bedrijven de kans te geven om de zware investeringen die ze hebben gedaan voor de ontwikkeling van het geneesmiddel te kunnen recupereren. Eenmaal het exclusieve octrooirecht op een geneesmiddel vervalt - doorgaans twintig jaar vanaf het ontdekken van de werkzame stof die tot het geneesmiddel leidde -, mogen concurrerende farmaceutische bedrijven het medicijn namaken. Omdat zij niet hoeven te investeren in duur onderzoek en klinische tests, kunnen ze die namaakversie van het origineel veel goedkoper aanbieden.

Professor Steurbaut: 'Generische geneesmiddelen zijn dus de goedkopere versies van originele medicijnen waarvan het patent vervallen is. Om als generisch geneesmiddel erkend te worden, moet het nieuwe medicijn uiteraard wel aan een aantal voorwaarden voldoen, en dat zowel op het vlak van veiligheid en kwaliteit als wat het therapeutisch effect betreft.' Een generisch product moet per definitie dezelfde werkzame stof bevatten als het origineel, in dezelfde sterkte (bv. 5 mg per tablet) en het heeft meestal ook dezelfde farmaceutische vorm (bv. tablet of siroop).

Professor Steurbaut: 'De fabrikant moet bovendien ook de bio-equivalentie aantonen. Hij moet met andere woorden bewijzen dat de hoeveelheid werkzame stof die in ons lichaam wordt opgenomen en de absorptiesnelheid ervan gelijkaardig is met die van het merkmedicijn. Als twee medicijnen bio-equivalent zijn, wordt aangenomen dat ze ook therapeutisch equivalent of even werkzaam zijn.' Dat houdt dus in dat een generisch geneesmiddel dezelfde effecten heeft als het origineel, maar ook dezelfde bijwerkingen. 'Wat de werkzame stof betreft, is een geringe marge wel toegestaan,' vult professor Steurbaut aan, 'maar dat geldt ook voor de originele geneesmiddelen: een merkgeneesmiddel dat in pakweg China van de band rolt, mag ook kleine - en doorgaans verwaarloosbare - verschillen vertonen met datzelfde middel uit een Europese fabriek.' Het is wel zo dat generische medicijnen gebruik mogen maken van andere hulpstoffen. Dat zijn stoffen die nodig zijn voor de aanmaak van de geneesmiddelen, maar die geen effect hebben op de werking ervan. Denk bijvoorbeeld aan lactose of zetmeel. Die verschillen in hulpstoffen verklaren waarom een generisch middel soms een andere kleur, vorm of smaak heeft.

Een stuk goedkoper
Ook op vlak van de prijs worden er aan generieken bepaalde eisen gesteld. Professor Steurbaut: 'Terugbetaalbare generieken moesten minstens dertig procent goedkoper zijn dan het originele referentiegeneesmiddel, niet-terugbetaalbare generieken moesten minstens zestien procent goedkoper zijn dan het origineel.' Een prijsverschil dat je als consument ook voelt in je portemonnee. Zeker sinds de invoering van de referentieterugbetaling op 1 juni 2001. Professor Steurbaut: 'Zodra voor een bepaald medicijn een generisch alternatief beschikbaar is, wordt de terugbetaling van het oorspronkelijk product gelijkgeschakeld - lees verminderd - met die van het generische geneesmiddel.'

En wat de ziekteverzekering minder betaalt, moet je als patiënt natuurlijk meer betalen. Sommige producenten van referentiegeneesmiddelen reageerden op de maatregel door hun prijzen te laten dalen om de meerkost voor de patiënt te beperken. Dat verklaart waarom het prijsverschil tussen referentiegeneesmiddelen en generische producten variabel is en ook minder dan dertig procent kan bedragen, of dat er soms helemaal geen prijsverschil meer is.

Hetzelfde en toch anders
Momenteel zijn er op de Belgische markt enkele duizenden generieken te koop. Voor sommige merkgeneesmiddelen zijn er verschillende generische tegenhangers, voor andere middelen is er geen enkele. 'Daar spelen verschillende factoren een rol', weet professor Steurbaut. 'Eerst en vooral zijn niet alle medicijnen even gemakkelijk na te maken. Dat verklaart waarom er bijvoorbeeld van biotechnologische medicijnen (voorlopig) nog maar weinig generische equivalenten zijn. Enerzijds is de productie ervan erg ingewikkeld en duur. Anderzijds zijn vele van deze biotechgeneesmiddelen nog te recent op de markt en is hun patent dus nog niet verstreken. Naast de technische haalbaarheid spelen ook commerciële overwegingen.

Generische bedrijven willen natuurlijk ook winst maken en zullen dus medicijnen op de markt brengen waar een gunstigemarkt voor is. Aan medicijnen die al goedkoop zijn of maar weinig gebruikt worden, valt maar weinig te verdienen. Echte bestsellers die op grote schaal verkocht worden - denk bijvoorbeeld aan bepaalde antibiotica, bloeddrukverlagers en antidepressiva - zijn economisch veel interessanter om na te maken. En daarvan vind je dan ook vaak heel wat generische varianten.'

In de lift
Niet alleen voor de patiënt, ook voor de ziekteverzekering betekenen generieken een middel om te besparen. De terugbetaling van geneesmiddelen is immers afhankelijk van de publieksprijs. Hoe lager die is, hoe minder de ziekteverzekering moet bijspringen. En op die manier komt er meer financiële ruimte vrij om nieuwe en/of zeer dure maar soms levensnoodzakelijke geneesmiddelen terug te betalen.

Geen wonder, dus, dat de overheid maatregelen neemt om de verkoop van generieken nog verder aan te zwengelen. Dat deed ze met de invoering van de eerder genoemde referentieterugbetaling en met de uitvaardiging van een koninklijk besluit in 2005 dat artsen verplicht een minimaal percentage 'goedkope' geneesmiddelen voor te schrijven. Het precieze percentage verschilt naargelang de specialisatie van de arts. Halen ze de vooropgelegde quota niet, dan riskeren ze sancties. De maatregelen deden de verkoop van generische geneesmiddelen toenemen, maar ten opzichte van andere Europese landen hinken we nog steeds achterop.

Voor de geneesmiddelen die uit patent zijn maken de generieken in ons land iets meer dan veertig procent van het marktaandeel uit. In buurlanden als Frankrijk (meer dan vijftig procent), Nederland (meer dan zeventig procent) en Duitsland (meer dan tachtig procent) ligt dat aandeel een pak hoger. 'Een vaststelling die ook de regering niet ontgaan is en wellicht mee ten grondslag ligt aan de recente maatregelen', vermoedt professor Steurbaut.

Onbekend maakt onbemind
Bizar toch, dat Belgische patiënten niet vaker zelf vragen naar de generische geneesmiddelen. Want een tabletje of siroopje dat precies dezelfde werking heeft als je vertrouwde merk maar waarmee je wel een duidelijk verschil voelt in je portemonnee, wie zou dat nu niet willen? 'Daar wringt precies het schoentje', meent professor Steurbaut. 'Vooral bij medicijnen waar ook een psychologisch effect meespeelt, zoals slaap- en kalmeermiddelen of antidepressiva, hebben patiënten soms de indruk dat de generieken minder goed werken. Misschien is die indruk ten onrechte, maar het zou ook kunnen dat bijvoorbeeld door een andere compressie van de generische tablet de werkzame stoffen iets trager vrijkomen. Dat gaat dan meestal om geringe verschillen, maar in de perceptie van de patiënt kan dat voldoende zijn om te oordelen dat de niet-vertrouwde pillen minder goed werken. En dus hebben ze liever weer hun vertrouwde merk, ook al moeten ze daar dan meer voor betalen.'

Maar ook wantrouwen ten opzichte van die 'witte producten' of weigeren over te schakelen uit merkvertrouwdheid leiden ertoe dat heel wat patiënten voor de vaak duurdere referentiegeneesmiddelen kiezen. Maar binnenkort hebben ze dus geen keuze meer. Of toch veel minder. Blijft de vraag of het überhaupt wel verstandig is om tijdens een behandeling over te schakelen van een origineel naar een generiek. Of van de ene generiek naar de andere? 'Wanneer je een behandeling opstart, kan je dat net zo goed met een generiek als met het originele referentiegeneesmiddel doen', meent professor Steurbaut. 'En in de meeste gevallen is er ook geen probleem om tijdens de behandeling van het ene middel op het andere over te schakelen. Al denk ik dat dat voor sommige patiënten - en zeker bij de oudere generatie - wel voor verwarring kan zorgen, want het ene middel heeft misschien een andere kleur of vorm dan het andere, of zit anders verpakt.'

In een aantal gevallen is switchen tijdens de behandeling absoluut af te raden, benadrukt de professor. 'Voor sommige geneesmiddelen kunnen relatief kleine verschillen in dosis of concentratie er namelijk al toe leiden dat een middel minder werkzaam is of dat er ernstige ongewenste effecten optreden. Het gaat onder meer om bepaalde anti-epileptica, antiaritmica (medicijnen die inwerken op het ritme van het hart) en medicijnen tegen afstotingsverschijnselen na een transplantatie. In geval van een switch is het heel belangrijk dat de patiënt van nabij wordt opgevolgd.'

Toekomstmuziek
Wat de precieze impact van de nieuwe overheidsmaatregelen op het geneesmiddelengebruik op lange termijn zal zijn, blijft voorlopig koffiedik kijken. Zal het marktaandeel van de generische geneesmiddelen het niveau van onze buurlanden halen? Zullen de farmaceutische bedrijven hun prijzen zo scherp mogelijk gaan stellen, waardoor we met zijn allen een stuk minder gaan betalen? Is de vrees van de farmaceutische sector dat door voortdurende prijswijzigingen patiënten om de haverklap een ander middel zullen krijgen voorgeschoteld en daardoor helemaal in de war zullen raken, terecht? De toekomst zal het uitwijzen.

Professor Steurbaut raadt patiënten intussen aan zich goed te informeren en hun apotheker zeker om extra uitleg te vragen als ze een ander dan hun vertrouwde geneesmiddel mee naar huis krijgen. 'Ga ook altijd goed na wat je aan het innemen bent en of het de juiste dosis is', adviseert de professor. 'En aarzel bij twijfels of eventuele nevenwerkingen niet je arts of apotheker te consulteren. De nieuwe regels betekenen een aanpassing voor iedereen, en zij zullen je graag helpen om die aanpassing zo vlot mogelijk te laten verlopen.'

De nieuwe maatregelen in een notendop
1. Als de dokter jou een geneesmiddel voorschrijft, dan kan hij dat op merknaam of op stofnaam doen. In het eerste geval vermeldt hij op het voorschrift de naam van een specifiek merkgeneesmiddel. De apotheker is dan verplicht jou dat specifieke geneesmiddel af te leveren. Bij een voorschrift op stofnaam (VOS) vermeldt hij enkel de stofnaam van het actieve bestanddeel/de actieve bestanddelen in het geneesmiddel.

Door de nieuwe maatregelen heeft de apotheker niet langer de keuze uit alle geneesmiddelen die dat actieve bestanddeel bevatten, maar is hij verplicht om jou een geneesmiddel af te leveren uit de groep van de goedkoopste geneesmiddelen. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) stelt elke maand een lijst op met geneesmiddelen die aan de criteria voldoen. Staat een geneesmiddel niet op die lijst, dan krijg je het voortaan alleen nog als je arts het heeft voorgeschreven op merknaam.

2. Voor antibiotica (tegen bacteriële infecties) en antimycotica (tegen schimmelinfecties) gaan de regels nog een stap verder. Zelfs als de arts jou een voorschrift op merknaam geeft, moet de apotheker jou nog een van de goedkoopste varianten van het geneesmiddel geven. Alleen wanneer je arts medische redenen heeft (bijvoorbeeld een allergie voor een van de bestanddelen) om een specifiek merk voor te schrijven en die ook specifiek op het voorschrift vermeldt, mag de apotheker nog het voorgeschreven (duurdere) merkgeneesmiddel afleveren aan de patiënt.

Door Veerle Maes
Goed Gevoel, juni 2012

18/07/12 16u39
mailIcon print | | Meer bookmarks |

Deel jouw mening

met alle Goed Gevoel-lezeressen