-

Gezocht én gevonden! Beroepen met toekomst

Je moet al op een andere planeet geleefd hebben om niet te weten dat onze economie het moeilijk heeft. Maar liefst 7 procent van de actieve beroepsbevolking is werkloos en vooral de hoge jeugdwerkloosheid baart de overheid grote zorgen. Wat moeten jongeren studeren om in de toekomst aan de bak te komen? Bestaat er zoiets als beroepen met een toekomst? En heeft studeren überhaupt nog wel zin?

Echt bemoedigend is het allemaal niet: enkele jaren geleden werden studenten nog overspoeld met werkaanbiedingen, zelfs maanden voor ze hun diploma op zak hadden. Dat is nu wel helemaal anders. Door de recente onheilsberichten over de economische toekomst zitten de jongeren met prangende vragen over het nut van verder studeren, want blijkbaar is ook een diploma niet langer een waarborg voor werkzekerheid. Somberheid alom?

Volgens Jan Denys, manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid van Randstad en van 1984 tot 1999 werkzaam aan het Hoger Instituut van de Arbeid, is de situatie minder onheilspellend dan ze op het eerste gezicht lijkt. Hij is ervan overtuigd dat er wel degelijk beroepen met een toekomst bestaan. Het klinkt als een goedkope boutade, maar volgens hem zijn de jobs uit het verleden ook dikwijls de jobs van de toekomst. 'De toekomst is zeker niet alleen aan de whizzkids.'


Geen job, maar een loopbaan


Toekomstvoorspellers zullen er altijd (nodig) zijn, maar economische voorspellingen over een langere periode dan zes maanden zijn per definitie onmogelijk, daarover zijn alle economieprofessoren het eens. Hoed je dus voor mensen die je vertellen hoe de economie het over enkele jaren zal doen.

Jan Denys: 'Wie kan ons zeggen of er in Vlaanderen over tien jaar nog aan autoassemblage wordt gedaan? Niemand. Het gaat intussen wel om honderdduizend banen, een verschil maakt het dus wel.'

Je kan met andere woorden nu wel kiezen voor een opleiding met het oog op een bepaalde job, maar niemand kan je verzekeren dat je daadwerkelijk in die functie aan de slag zal kunnen gaan. Jan Denys: 'Denk maar aan de opleiding voor piloot, een van de duurste opleidingen in ons land. Studenten staken zich enkele jaren geleden zwaar in de schulden om die opleiding te kunnen volgen. Ze deden dit zonder enige aarzeling: de luchtvaartsector zou immers een spectaculaire groei kennen, werk was dus verzekerd. De praktijk draaide anders uit, daar hebben 11 september en het Sabena-debacle voor gezorgd. Je te sterk fixeren op één beroep kan dus gevaarlijk zijn.'

Waarmee Jan Denys niet wil zeggen dat je dan maar beter niet voor een bepaald beroep kiest! Het volgen van een gerichte opleiding voor een vak met een duidelijk afgebakende kwalificatiestructuur is en blijft belangrijk voor de vorming van de identiteit van een jongere. Maar die moet wél weten dat de kans groot is dat hij in de loop van zijn leven verschillende activiteiten zal (moeten) uitoefenen. Het fenomeen van de dokter die jarenlang zijn praktijk heeft en daarna met pensioen gaat, wordt de grote uitzondering.

Eigenlijk moet iedereen zichzelf steeds weer de vraag stellen: 'Wat kan ik doen op de dag dat mijn job overbodig wordt? Want de kans dat zoiets ooit gebeurt, is groot. Focus dus niet op één bepaalde job, maar op een loopbaan. En voor de uitbouw van een loopbaan zijn basiseigenschappen als talenkennis, zin voor initiatief en sociale vaardigheden onontbeerlijk, belangrijker zelfs dan een gerichte vorming.


Diploma: nuttig startticket

De vraag die menige jongere - én zijn ouders - kwelt, is hoe je dit alles vertaalt in de keuze van de meest geschikte opleiding. Bestaat er een training in basisvaardigheden? Jan Denys is duidelijk: 'Een diploma van het hoger secundair onderwijs blijft een uitstekend startticket op de arbeidsmarkt. En hoe hoger je diploma, hoe beter: een trapje lager werken dan je diploma kan altijd, een trapje hoger is veel moeilijker.'

Natuurlijk zijn er voorbeelden van mensen die het zonder diploma hebben gemaakt. Zeker in de sportwereld en de mediabusiness zijn er heel wat van die carrières te vinden. Maar jammer genoeg zijn mensen als Kim Clijsters en Steve Stevaert grote uitzonderingen. 'Op de gewone arbeidsmarkt is een diploma nog altijd een belangrijk scheidingsmiddel. Uitzendbedrijven kunnen dit wel wat milderen: als zij overtuigd zijn van het feit dat een kandidaat zonder diploma wel wat in zijn mars heeft, kunnen zij hun klanten daar ook van overtuigen.'

Een diploma is dus een startticket, maar is het ook alleenzaligmakend? Nee dus. Volgens Jan Denys zijn de meeste mensen dan ook niet werkloos als gevolg van het ontbreken van een diploma. 'Het onderwijs is gedemocratiseerd, de leerplicht is tot 18 jaar opgetrokken. Als je dan toch geen enkel diploma haalt, heeft dat dikwijls te maken met het ontbreken van een sociaal-normatief besef. En dat heb je op de arbeidsmarkt sowieso nodig: je vraagt een onthaalmoeder of schoonmaakster niet naar haar diploma's, maar ze moet je wel voldoende vertrouwen inboezemen.'


Nadenken met je handen


Dat het een voordeel is en blijft om met een hoger diploma te kunnen uitpakken, is voor sommigen misschien niet meteen leuk nieuws: je moet je broek dus wel degelijk slijten op de universitaire en hogeschoolbanken. Kunnen mensen met 'alleen' een diploma van lager of hoger secundair onderwijs dan nergens terecht? Jan Denys antwoordt daar positief op. 'Vaak wordt de denkfout gemaakt dat de industrie een aflopende zaak is en dat laaggeschoolde technische beroepen bijgevolg gedoemd zijn een stille dood te sterven. Er is echter een belangrijk onderscheid tussen industrie en technische beroepen. In de industrie ziet de toekomst van laaggeschoolde activiteiten er inderdaad niet rooskleurig uit: computers zullen de taken overnemen of het werk wordt geherlokaliseerd. Maar een goede loodgieter of schrijnwerker zal altijd nodig zijn.'

Een jongere die voor zo'n technische opleiding kiest, heeft trouwens een enorm voordeel: het aantal kandidaten voor die jobs daalt, waardoor zijn kansen op de markt stijgen. Waarom die daling van de instroom? 'Werken met het hoofd staat maatschappelijk nog altijd hoger in aanzien dan werken met de handen. Al blijkt dat zeker niet altijd uit de lonen: een beginnende verkoopster verdient heel wat minder dan een fabrieksarbeider, maar toch zal die verkoopster om redenen van maatschappelijk aanzien niet snel overwegen om naar een fabriek of garage over te stappen. Die strikte scheiding tussen hoofd- en handenarbeid is echter achterhaald. Misschien bestaan er hier en daar nog wat jobs waarbij je echt niet hoeft na te denken, maar dat is toch een minderheid. Een loodgieter doet meer dan twee buizen in elkaar steken: hij moet ook weten waarom hij dat doet.'


Goed nieuws is ook nieuws

Vergeet dus al die somberheid maar. Er bestaan wel degelijk vakken met een toekomst en je hoeft er niet tot je dertigste voor te studeren. Jan Denys wijst er terloops graag op dat werken wel degelijk leuk is - of kan zijn. 'In de media hoor je altijd maar praten over stress, burn-out en depressies. Het lijkt wel of iedere werkende Vlaming met zelfmoordplannen rondloopt. Terwijl er toch ook heel wat positief nieuws is. Onderzoek heeft uitgewezen dat de mensen die graag werken en bevlogen over hun job praten, nog overduidelijk in de meerderheid zijn. Ook vermeldenswaard: vrouwen blijken het beter op de arbeidsmarkt te doen dan hun mannelijke collega's. Dat ze betere studieresultaten hebben, was al lang bekend, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat ze nu ook sneller aan werk geraken.'


Door Lies Van Den Berghe
(Goed Gevoel, september 2003)
01/01/08 00u01
mailIcon print | Meer bookmarks |

Deel jouw mening

met alle Goed Gevoel-lezeressen

 

Alles over


acap enabled
reprocopy mediargus    metriweb