-
Goed Gevoel - Logo
gezondheid/psycho
Goed Gevoel

Verlamd door stress na een trauma

© thinkstock.

Dat je door een ingrijpende gebeurtenis een tijdlang van de kaart bent, is normaal. Een verwerkingsproces vraagt tijd. Maar sommige trauma's zijn zo intens dat ze leiden tot posttraumatische stress en er hulp nodig is om ze te verwerken.

Een zwaar verkeersongeval, seksueel misbruik, fysiek geweld ... meemaken kan zo traumatiserend zijn dat het je zowel psychologisch als lichamelijk volledig onderuithaalt. 'Na een ingrijpende gebeurtenis ervaren mensen dikwijls angst. Ze zijn hyper aroused: voortdurend alert, onrustig en nooit volledig op hun gemak', zegt Barbara Depreeuw, klinisch psychologe en gedragstherapeute bij The Human Link.

'Ook het herbeleven - en dan vooral de ergste momenten van het incident - komt vaak voor. Alsof ze alles opnieuw meemaken, met alle vreselijke emoties die daarbij horen: angst, verdriet, walging, wanhoop ... Ze kampen met flashbacks, waarbij de herinneringen zich plots en ongewild opdringen, dromen erover ... Dikwijls vertonen ze ook vermijdingsgedrag. Ze willen niet meer denken aan wat er gebeurd is en duwen hun gedachten weg, vermijden de plek waar het gebeurde ... Vlak na een traumatische ervaring zijn al deze symptomen normaal, maar het is belangrijk dat ze na verloop van tijd in frequentie en kracht afnemen. Wanneer er na drie maanden nog veel van deze klachten aanwezig zijn, spreken we over een posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Zijn de symptomen zo ernstig dat mensen als het ware totaal verlamd zijn en niet meer kunnen functioneren, dan stellen we die diagnose soms al sneller. Bij een trauma met fysiek letsel duurt een normaal verwerkingsproces echter langer. Mensen moeten er dan eerst fysiek weer bovenop geraken. Pas wanneer de angstklachten drie maanden na de revalidatieperiode nog erg intens zijn, kunnen we aan PTSS denken.'

7 tot 12 procent
Waarom de ene wel en de andere geen PTSS ontwikkelt, is niet helemaal duidelijk. Vast staat wel dat het om een relatief beperkte groep gaat. Barbara Depreeuw: 'Ongeveer tien tot twaalf procent van de vrouwen krijgt na een ingrijpende gebeurtenis PTSS. Bij mannen schommelt dat aantal rond zeven à acht procent. De meesten zijn dus voldoende veerkrachtig om het trauma op hun manier te verwerken. Dat betekent niet dat dat makkelijk is. Ook zij kunnen de eerste maanden last hebben van flashbacks, vermijdingsgedrag en angst, maar geleidelijk aan nemen die klachten af en beheerst de herinnering aan het incident niet langer hun leven. Bij PTSS blijven die symptomen prominent aanwezig. We vermoeden dat persoonlijkheid daarbij een rol speelt - bij hoogangstige personen komt de stressstoornis vaker voor - al weten we daar nog niet zoveel over. Veel heeft ook met de aard van het incident te maken. Na seksueel misbruik komt PTSS bijvoorbeeld vaker voor dan na een overlijden of ongeval. Ook je persoonlijke voorgeschiedenis is van belang. Wie voor het trauma bijvoorbeeld al een erg moeilijke periode doormaakte, is vatbaarder dan iemand met een sterke basis.'

Professionele hulp
Het is belangrijk om te weten dat PTSS niet vanzelf verdwijnt. 'Het is cruciaal dat mensen het gebeurde onder ogen zien en het niet langer wegduwen', zegt de psychologe. 'Medicatie kan soms zinvol zijn ter ondersteuning, maar biedt geen oplossing voor het probleem. Om vooruit te gaan moet je de pijn beleven in plaats van verdoven. Mensen vrezen dikwijls dat die confrontatie hen volledig onderuit zal halen, maar in de praktijk gebeurt dat meestal niet.' Er bestaan verschillende manieren om PTSS aan te pakken. Bij EMDR (Eye Movement Desensitisation and Reprocessing) wordt de cliënt gevraagd om aan het trauma te denken terwijl hij bepaalde oogbewegingen maakt. Op die manier zouden de negatieve gedachten, angst en stress verminderen of zelfs verdwijnen.

'Deze therapie werkt goed, maar het is belangrijk dat ze enkel voor traumaverwerking toegepast wordt. Bij een burn-out of depressie heeft het bijvoorbeeld geen zin. De meest onderzochte behandeling bij PTSS is cognitieve gedragstherapie. Daarbij bouwen we enerzijds geleidelijk het vermijdingsgedrag af en stellen we de patiënt anderzijds bloot aan de herinnering aan het incident. Het is belangrijk dat mensen in contact komen met hun echte emoties. Soms denken mensen op een afstandelijke manier terug aan het incident, gedeeltelijk uit zelfbescherming. Dat is begrijpelijk maar niet bevorderlijk voor de verwerking ervan. Ook gedachten zoals 'Ik had het moeten zien aankomen' of 'Ik heb niets gedaan' ... kunnen het verwerkingsproces in de weg zitten en moeten aangepakt worden. Met een bijkomende techniek waarbij we als het ware het script van het trauma gaan herschrijven, bereiken we dikwijls ook goede resultaten. Daarbij helpen we cliënten de confrontatie met hun herinneringen aan te gaan en er een ander slot aan te breien. Een slot waarbij zij de controle hebben over de situatie, waarbij ze hun aanvaller bijvoorbeeld weerwerk bieden. Het klinkt vreemd, want zo is het natuurlijk niet gelopen, maar het brengt iets teweeg in het brein, waardoor mensen sneller vooruit kunnen gaan.'

Therapie hoeft trouwens niet enorm veel tijd te vragen. Met de juiste aanpak kan je snel resultaat boeken. 'Een en ander hangt natuurlijk af van het trauma en de aard en motivatie van de persoon in kwestie, maar voor een enkelvoudig trauma hebben we dikwijls niet meer dan tien uur nodig om resultaat te boeken. Is er naast de posttraumatische stressstoornis ook sprake van een bijkomende angststoornis - zoals autovrees na een traumatisch verkeersongeval - dan moeten uiteraard beide diagnoses behandeld worden.'

Stimuleren en steunen
PTSS gaat niet vanzelf over, maar kan goed behandeld worden. Dat is ook voor de omgeving belangrijk om te weten. Zij spelen een belangrijke rol in het verwerkingsproces en kunnen helpen door hun naaste te motiveren om professionele begeleiding te zoeken. 'Veel meer dan hen daarin te stimuleren en begripvol te zijn, kan je als omgeving niet doen', zegt Barbara Depreeuw. 'Belangrijk is wel dat je niet te veel meegaat in eventueel vermijdingsgedrag. Je partner overal naartoe voeren, omdat hij sinds zijn ongeval niet meer achter het stuur durft, doet niet alleen je partner maar ook jou je vrijheid verliezen. Ga liever samen op zoek naar wat er concreet nodig is om vooruit te gaan.'

Op de werkvloer
Ook in een werksituatie zijn steun en begrip sleutelwoorden. Barbara Depreeuw: 'Na een ingrijpende gebeurtenis op het werk zonder lichamelijk letsel blijf je het best niet langer dan twee weken thuis, maar start niet opnieuw zonder een gesprek over hoe het verder moet. Bespreek wat jij nodig hebt om weer te kunnen functioneren. Een goede communicatie is belangrijk, en daar wringt het schoentje vaak. Mensen voelen zich niet gesteund en blijven daardoor vaak veel te lang thuis. Voor werkgevers is op dat vlak een belangrijke taak weggelegd. Als een kassajuffrouw na een overval geen avonddienst meer wil doen, is het goed om daar als werkgever begrip voor te hebben en tijdelijk voor een oplossing te zorgen. Maar door haar nooit nog 's avonds in te plannen help je haar niet vooruit. Beter is om samen te bekijken wat haar kan helpen om avondwerk weer aan te kunnen. Misschien wil ze er de eerste dagen graag een collega bij, kan de kassa op voorhand gemaakt worden ... Gelukkig besteden grote bedrijven en zorginstellingen steeds meer aandacht aan traumaverwerking. The Human Link leidt mensen uit organisaties op om hun collega's op te vangen na een schokkende gebeurtenis op het werk. Zo beschikken sommige firma's over stressteams die instaan voor de eerste opvang en indien nodig voor gespecialiseerde hulp doorverwijzen. Een tendens die we alleen maar kunnen toejuichen.'

Door Lynn Guillaume

06/05/15 14u27
mailIcon print | | Meer bookmarks |

Deel jouw mening

met alle Goed Gevoel-lezeressen