Lachend door het leven
Wie dacht dat we alleen maar lachen omdat we plezier hebben, zit er flink naast. Er wordt gelachen om de meest uiteenlopende redenen. Van een geforceerde glimlach tot een stevige lachbui: ze hebben allemaal hun functie.
Wetenschappers hebben de lach nog niet helemaal doorgrond, maar over enkele punten zijn ze het eens. Zoals dit: lachen en glimlachen hebben niet dezelfde oorsprong.
Lachen zou zijn oorsprong vinden in het speelse gedrag van zoogdieren. Kijk maar eens goed naar de mimiek van chimpansees die willen spelen: de mondhoeken zijn omhooggetrokken en de lippen bedekken de tanden, terwijl ze korte blafgeluiden maken en snokkend inademen.
De glimlach daarentegen zou - als we Charles Darwin mogen geloven - zijn ontstaan uit de grimas van zoogdieren. Door hun tanden te ontbloten en hun mondhoeken op te trekken, maken ze hun tegenstander duidelijk dat ze geen bedreiging vormen. Een houding die vooral ten opzichte van een machtiger dier levensreddend kan zijn.
Ook ons, mensen, biedt die beschermende glimlach vaker soelaas dan we beseffen.
Het land van de glimlachEen Amerikaan die enkele dagen in ons land doorbracht, verwonderde zich over de koele afstandelijkheid van onze verkoopsters. Hun houding schrok de arme man af. Het dient gezegd dat in elke doorsneewinkel in Amerika het personeel je glimlachend verwelkomt. Maar volgens Luc van Poecke, professor communicatiewetenschappen aan de Leuvense universiteit, heeft die vriendelijkheid vooral economische motieven. 'In Amerika is het nog sterk de gewoonte om fooien te geven. Een brede glimlach kan een flinke aanvulling van het basisloon betekenen.
Deze medaille heeft trouwens ook haar keerzijde: de moe toegelachen klanten in New York balen van die geveinsde vriendelijkheid, zo blijkt uit de talrijke lezersbrieven aan kranten.
In tal van Aziatische culturen zijn de vele uiteenlopende lachjes dan weer uitingen van evenveel verschillende emoties.
De auteur Paul Theroux beschrijft in zijn reisverhalen keer op keer het arsenaal lachjes waarover Chinezen beschikken om verschillende vormen van onbehagen uit te drukken. Bij Japanners is het dan weer uit den boze om in het openbaar een negatieve emotie te uiten. Onvrede, angst of woede blijven er verborgen achter een sociaal aanvaarde gezichtsplooi: de glimlach.
De maskers met lachende gelaatsuitdrukking die we in heel wat primitieve culturen terugvinden, zijn niet zomaar een uiting van kunst en creativiteit. De lach werd beschouwd als demonisch en in staat boze geesten te verjagen.
Samen met de boze geesten en de primitieve culturen verdween ook de glimlach min of meer uit de kunst. Is het je in een museum nooit opgevallen hoe weinig portretten je toelachen? Van Vermeers 'Kantwerkster' tot Andy Warhols portret van Grace Kelly, geen mens die lacht of glimlacht. Behalve... de 'Mona Lisa'. Haar wereldberoemde glimlach is dan ook al het onderwerp geweest van ellenlange discussies. Wat zou toch de reden geweest zijn van haar mysterieuze grijns?
Wellicht heeft het ontbreken van uitbundig lachende personages in de schilderkunst ook te maken met het feit dat lachen een momentopname is en geen langdurige gelaatsuitdrukking. Een bevroren lach doet al gauw vreemd of belachelijk aan. En van portretten is het nu net de bedoeling dat ze langdurig bekeken kunnen worden.
Lachen om den brodeEen sector waarin de lach wél al jarenlang en uitgebreid aan bod komt, is die van de reclame. Frisdrankgigant Coca-Cola voerde decennialang lachende jongeren op die in het bezit waren van het felbegeerde flesje. Niet toevallig, want volgens kenners verkopen lachende mensen beter dan ernstige. Zelfs de klassieke muziekindustrie volgt voor de lay-out van cd-hoesjes de regels van de gulle lach. Maar zodra je het cd-boekje doorbladert, vind je weer allemaal
ernstige portretten.
Alleen in de mode wordt de lach niet langer als aantrekkingsmiddel gebruikt. Het topmodel kijkt ernstig of apathisch, maar niet lachend. Volgens professor van Poecke is die gedeprimeerde uitdrukking een modegril en heeft het te maken met kuddegeest: 'Clichématiger kan moeilijk.' Anderen verwijzen dan weer naar het aloude verbod op de lach in de portretkunst.
Lachen is het beste medicijnDe laatste jaren lijkt de lach ook zijn plaats te veroveren in de medische wereld. Nochtans stonden artsen traditiegetrouw erg sceptisch tegenover de therapeutische kracht van lachen, zo bevestigt Stanley Tan, een Amerikaanse arts die onderzoek verricht naar het verband tussen lachen en gezondheid.
Daar kwam pas voorzichtig verandering in vanaf 1964, toen Norman Cousins en na hem Bernie Siegel het belang van lachen en humor in de geneeskunde aankaartten. Cousins putte uit eigen ervaring. Hij werd met een zeer pijnlijke, gewrichtsverstijvende wervelontsteking geconfronteerd, en stelde zich de vraag: 'Als het lichaam reageert op negatieve impulsen, waarom dan niet op positieve?' Tijdens zijn revalidatie keek hij vaak naar lachfilms en vroeg hij zijn bezoekers en het verzorgend personeel zo vrolijk mogelijk te zijn. De pijn werd draaglijker en het herstel vorderde snel. Vandaag is Cousins niet enkel hulpverlener voor patiënten, maar ook een veelgevraagde gast op medische congressen.
Siegel is een kankerchirurg die wilde weten waarom sommige patiënten sneller herstelden dan andere. Toen hij erachter kwam dat zin voor humor een van de doorslaggevende elementen bleek, besloot hij dat gegeven in de therapeutische aanpak te verwerken.
Tan: 'De laatste jaren wordt de relatie tussen lichamelijk en geestelijk welzijn vaker onderzocht. Spontaan lachen heeft een positieve invloed op ons lichamelijk welzijn, want het werkt ontspannend, het vermindert de spierspanning, het regelt de bloeddruk en het hartritme. Lachen zorgt voor een innerlijke massage van de vitale organen en stimuleert de vrijgeving van en-dorfines, stoffen met een kalmerend en pijnstillend effect. Tijdens het lachen maak je ook antistoffen aan die het immuunsysteem versterken. En alsof dat nog niet genoeg is, zou lachen ook zorgen voor de productie van cellen die in staat zijn tumorcellen te vernietigen.'
CliniClowns en andere olijkerds In heel wat Amerikaanse ziekenhuizen vind je al humor rooms, kamers waarin patiënten zich kunnen ontspannen met video's en boeken die de lachlust opwekken. Je kan er ook een afspraak maken met een clown of in lachtherapie gaan. In België kunnen zieke kinderen hier en daar al rekenen op een vrolijk bezoekje van de CliniClowns, maar voor volwassen patiënten valt er nog niet veel te lachen. Spijtig, want het is niet omdat mensen ziek zijn, dat ze niet meer willen lachen.
Hugo Stuer, een Vlaamse arts die het belang van lachen in de geneeskunde naar waarde weet te schatten, vertelt in zijn boekje 'Denk eens niet aan roze olifanten' hoe hij werd aangegrepen door de schaterlach van zijn stervende vader, aan wie hij humoristische stukjes voorlas. Ook gynaecologe Marleen Temmerman bevestigde onlangs in dit blad hoe patiënten die aan terminale kanker lijden, opfleuren van een stevige lachbui.
Schater je gelukkig'Met lachen hou je niet alleen je lichamelijk, maar ook je geestelijk welzijn op peil', zo zegt de Nederlandse dokter Dhyan Sutorius. Hij begeleidt lachmeditaties, wat naar eigen zeggen een actieve methode is om stress te lijf te gaan. Om die meditatie zélf onder de knie te krijgen trok hij een aantal keren naar India. Heel wat Indiërs zijn overtuigd van het helende effect van lachen. De leden van de Laughter Club in Bombay schateren elke ochtend lang en luid voor hun algemeen welzijn.
Sutorius: 'Meditatie betekent bewust zijn zonder te denken. Dat kan gebeuren door te zingen, te joggen, te dansen, maar ook door te lachen.
Je hoeft er niets speciaals voor te kunnen, je moet er geen ingewikkelde cursus voor volgen. Het ideale moment voor een lachmeditatie is 's morgens na de ochtendplas, voor het ontbijt. Zorg ervoor dat je ergens rustig zit waar je niet gestoord wordt.'
Niet zo eenvoudigHet lijkt allemaal heel eenvoudig: je begint met vijf minuutjes uitrekken en strekken, dan vijf minuten lachen, en ten slotte nog eens vijf minuten ontspannen en je gevoel en je lichaam volgen. Na dat kwartiertje voel je je niet meteen anders, maar na enkele weken zou het resultaat duidelijk moeten zijn.
Toch is het niet zo evident als dokter Sutorius wil laten geloven. Wanneer ik deze meditatie op een luie ochtend probeer, geraak ik wat het lachen betreft maar niet op dreef. Sutorius raadde me aan om met mijn problemen te lachen, maar dat lukt nu net niet. Misschien moet ik het eens met enkele vrienden proberen, hoewel ik vrees dat we dan al tijdens de rek- en strekoefeningen in een deuk zullen liggen...
Door Agnes Mus
(Goed Gevoel, juni 2001)