-
Goed Gevoel - Logo
gezondheid/psycho
Goed Gevoel

Omgaan met doodgeboorte, hoe doe je dat?

© Thinkstock.

Het risico van een miskraam in de eerste drie maanden van de zwangerschap is bekend. Maar ook na dat 'gevaarlijke' eerste trimester loopt het niet altijd goed af. De kans is klein, maar ze bestaat: ongeveer 5 op 1.000 kinderen wordt doodgeboren, zoals zanger Gary Barlow en zijn vrouw met hun dochter Poppy meemaakten. Een verwarrende, verdrietige en onmachtige periode: hoe ga je ermee om? En wat kan je doen als het vrienden of je eigen kinderen overkomt?

© Thinkstock

* Ouders
Hoe langer de zwangerschap duurt, hoe dichter de bevallingsdatum nadert, hoe meer beslissingen er worden genomen. De naam is gekozen (of toch bijna), peter en meter liggen vast, de kinderkamer is in wording, in de kast liggen al body's, broekjes en slaapzakken klaar.

De komst van de baby wordt steeds concreter, en net dan komen die woorden die je niet zag aankomen of wilde horen: 'Sorry, maar je kindje leeft niet meer'. Er is geen hartslag, geen beweging, geen kindje meer. Soms onverwacht, soms waren er al krampen of voelde je de baby al enige tijd niet meer.

Pijnlijke beslissingen
Een onvoorstelbaar moment dat gevolgd wordt door nog vele pijnljike momenten en beslissingen, zoals de bevalling, een overlijdensakte en zelfs een begrafenis.  Je moet beslissen of je het kindje nog wil zien, vasthouden, knuffelen.

Een persoonlijke tragedie die iedereen op zijn en haar eigen manier mag (en moet) verwerken.  Omdat het meestal allemaal nogal snel gaat, is de eerste ervaring er een van shock, onwerkelijkheid en ongeloof. Je kan moeilijk vatten wat er gebeurt en krijgt nauwelijks tijd om het plaats te geven.

Ongeloof & verdriet
De klap en het verdriet komen uren, soms enkele dagen later. Bij het verlaten van het ziekenhuis, vertrek je met lege handen. Er is het besef dat er geen kind meer is, dat je geen mama wordt, en dat alles in je huis herinnert aan de baby die niet meer komt. Er zijn gevoelens van schuld ('had ik maar...'), schaamte ('ik kan niet eens een kind voldragen'), boosheid ('waarom ik, waarom nu'), ontgoocheling.

Jij vs de partner
De relatie met de partner komt soms onder druk te staan: omdat je vindt dat hij niet kan weten wat je doormaakt, omdat hij alles regelt en zich sterk houdt (en daardoor lijkt alsof hij niet ljidt), omdat hij 'vergeten' wordt in de stroom medeleven of puur omdat hij anders (en net heviger/minder hevig) reageert als jij.

Het is niet abnormaal om dit anders te beleven: lichamelijk is het al een enorm verschillende sensatie. Hoe zeer jullie alles samen beleven, jij droeg een kind, hij niet. Jij voelt het niet meer, hij kent dat niet. De hormonenbalans in je lichaam is ook niet onmiddellijk hersteld: het moet wennen aan het verlies en het tekort van zwangerschapshormonen, en dat kan voor emotionele onstabiliteit zorgen.

Fases
Zoals bij elk verlies zijn er verschillende fases in het rouwproces, die niet noodzakelijk chronologisch maar door elkaar lopen. Tijd, steun en kennis over het waarom (ook al zijn het moeilijke medische termen) helpen bij de verwerking, samen met tijd doorbrengen met het kind, er tegen praten en het een naam geven. Pijnlijk en emotioneel op het moment zelf, maar wel een herinnering die je (misschien, ooit) kan koesteren.


* Grootouders


Ook voor familieleden en vrienden is het onverwacht slechte nieuws een klap, voor grootouders in het bijzonder. Zij kijken erg uit naar hun kleinkind, hadden stilletjes al plannen gemaakt, een paar kleertjes of meubeltjes gekocht en ze droomden over de dag dat ze het konden vastpakken.

Ook voor hen is het een droom aan diggelen geslagen. Iets wat niet altijd onmiddellijk plaats kan krijgen, omdat de zorg en energie eerst naar de ouders gaat. De (aanstaande) grootouders doen hun best om hun (schoon)kinderen bij te staan, maar vergeten tijd te nemen voor zichzelf.

Wat kan je doen?
Voor vrienden, collega's en familieleden is het moeilijk om te reageren op zo'n tragedie. Je voelt de pijn, je leeft mee maar daar hebben de ouders niets aan. Enkele tips:

-    Vergeet clichés als 'het slijt wel', 'er kunnen toch nog baby's komen' of 'het was toch nog geen écht kind'.

-    Schep ruimte: ruimte voor de gevoelens, ruimte voor gesprekken, ruimte voor boosheid, verdriet of stilte

-    Vraag niet 'hoe gaat het' maar wel 'hoe voel je je vandaag'. Neem geen genoegen met 'goed' , ook niet na een aantal maanden of jaren

-    Doe iets: help in het huishouden, kook of nodig ze uit om te komen eten, ga wandelen aan de zee of samen sporten, neem de oudere kinderen voor een dagje of een weekend mee

-    Durf vragen te stellen

-    Wees eerlijk over wat je zelf voelt: 'Ik weet niet hoe ik moet reageren of wat ik moet zeggen' helpt beide partijen om een kader te scheppen


Wat is een doodgeboorte?


Een doodgeboren kind is een kind dat overlijdt in de baarmoeder. Dat lijkt simpel, maar wettelijk is het iets ingewikkelder omdat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een foetus (tot 180 dagen of 26 weken) en een baby (vanaf 26 weken).  Tot 20 weken is er sprake van een miskraam (of spontane abortus), vanaf 20 weken spreekt men van een doodgeboorte.  

Doodgeboren baby's tussen 20 en 26 weken moeten niet worden aangegeven en krijgen officieel geen naam. De meeste gemeenten voorzien wel een plek op de begraafplaats (vanaf 12 weken in Vlaanderen, 14 in Wallonië, 16 in Brussel), al is er geen begraafverplichting. Soms wordt het kind toch ingeschreven in het huwelijksboekje. Een vorm van erkenning die de meeste ouders wel appreciëren.

Kinderen jonger dan 26 weken die levend worden geboren maar quasi onmiddellijk overlijden, krijgen meestal wel een naam en moeten wel worden aangegeven.

Vanaf 26 weken wordt een akte van een 'levensloos geboren kind" opgemaakt. Je kind krijgt een naam maar wordt enkel ingeschreven in het overlijdensregister.  Het moet begraven of gecremeerd worden, ook meestal op speciaal voorzien plekje.


De cijfers
In 2009 werden 5,8 op 1.000 geboren baby's in Vlaanderen geteld als doodgeboren, in totaal 397 kinderen op 68.774.  Dit wordt perinatale sterfte genoemd, een som van zowel doodgeboren kinderen (vanaf 500 gram of meer) (foetale sterfte) en levendgeboren kinderen van 500 gram of meer die voor de 8ste dag overlijden (vroeg-neonatale sterfte).  Bij de kinderen van meer dan 1.000 gram, daalt de kans op perinatale sterfte tot 3,4 op 1.000.

De oorzaken
Bijna drie op tien doodgeboren kinderen had geen aanwijsbare misvorming, voor nog eens 10 procent kan geen oorzaak worden gevonden. 25 procent had wel een aangeboden misvorming, 10 procent had zuurstoftekort of een trauma, 11 procent had een laag geboortegewicht. Hoge bloeddruk of ziekte bij de moeder zorgt voor 2 procent van de doodgeboren kinderen, een losgelaten placenta voor nog eens 5 procent.

Voor meer informatie of ouders in dezelfde situatie kan je terecht op www.metlegehanden.be, www.deverdwaaldeooievaar.be en peuteren.nl.

(Door: Elke De Pourcq)
© Thinkstock
© Thinkstock
© Thinkstock
07/08/12 12u43
mailIcon print | | Meer bookmarks |

Deel jouw mening

met alle Goed Gevoel-lezeressen

 
Happy-Summer