Wat je nog niet wist over cholesterol

doorRedactieop Invalid date

Volgens onderzoek kent slechts een op de vijf Belgen zijn cholesterolwaarden. En dat terwijl een te hoge cholesterol een belangrijke risicofactor is voor hart- en vaatziekten. Acht belangrijke feiten op een rij.

Feit 1: cholesterol is noodzakelijk
Cholesterol is een witte, vetachtige stof die afkomstig is van twee bronnen: vijftien à twintig procent wordt aangebracht via de voeding, de rest wordt geproduceerd door de lever. Dat een te hoog cholesterolgehalte nefast is voor de gezondheid van hart en bloedvaten weten de meeste mensen wel, maar dat is geen reden om cholesterol helemaal in het verdomhoekje te stoppen. 'We hebben cholesterol immers nodig', benadrukt professor Ernst Rietzschel, cardioloog in het UZ Gent. 'Het is namelijk een belangrijke bouwstof voor de celwanden in ons lichaam. En ook voor de aanmaak van gal en van bepaalde hormonen is cholesterol noodzakelijk. Ons lichaam kan dus niet zonder. Het probleem is dat de meesten van ons veel meer cholesterol hebben dan nodig.'

Feit 2: er bestaat maar één soort cholesterol
Er wordt vaak gesproken over 'goede' en 'slechte' cholesterol, maar eigenlijk klopt die opdeling niet. 'Er bestaat namelijk maar één soort cholesterol en die is op zich niet goed of slecht, het gaat om wat er in je lichaam met die cholesterol gebeurt', verduidelijkt prof. Rietzschel. 'Cholesterol is een vet, bloed is een vocht. Aangezien vet niet kan oplossen in water, is er een transporteur nodig om cholesterol in het lichaam te vervoeren. Cholesterol bindt zich daarvoor aan transporteiwitten. Als die verbindingen cholesterol vanuit de lever naar de weefsels transporteren noemen we dat LDL-cholesterol. We spreken van HDL-cholesterol als het om verbindingen gaat die cholesterol vanuit de weefsels naar de lever transporteren. Dat laatste type verbinding lijkt een beschermend effect te hebben op hart en bloedvaten en wordt daarom vaak 'goede cholesterol' genoemd. LDL-cholesterol heeft daarentegen de neiging om in de bloedvaten neer te slaan en zo allerlei problemen te veroorzaken, vandaar de benaming 'slechte cholesterol'. Als we van een verhoogde cholesterol spreken, verwijzen we meestal naar een teveel aan LDL-cholesterol.'

Feit 3: je cholesterolgehalte op zich is maar een getal
Cholesterol is slechts een van de vijf risicofactoren die slagaderverkalking kunnen veroorzaken. Roken en diabetes zijn de allerbelangrijkste. Dan volgen hoge bloeddruk en hoge cholesterol. Laatste in het rijtje is wat valt onder 'levensstijl': je voeding, beweging, alcoholgebruik ... Prof. Rietzschel: 'Dat we het belang van die cholesterol zo benadrukken, heeft er vooral mee te maken dat een verhoogd cholesterolgehalte én zeer vaak voorkomt én relatief makkelijk te beïnvloeden is. Door je voedingspatroon aan te passen of, als dat onvoldoende effect heeft, met cholesterolverlagende medicatie. Maar op zich is je cholesterolwaarde niet meer dan een getal.

Om je risico op hart- en vaatziekten correct in te schatten, moeten we naar het totale risico-plaatje kijken. Met andere woorden: we moeten rekening houden met die vijf vernoemde risicofactoren én een aantal niet-beïnvloedbare factoren, zoals leeftijd en geslacht. Het gevolg daarvan is dat we ons vandaag bijna niet meer laten leiden door de cholesterolwaarden op zich om te beslissen of iemand al dan niet behandeld moet worden voor een te hoge cholesterol. We kijken vooral naar het risico dat iemand loopt op hart- en vaatziekten. Een voorbeeld: de kans dat een gezonde jonge vrouw, die niet rookt, geen overgewicht heeft, voldoende beweegt en gezond eet de komende tien jaar hart- en vaatproblemen krijgt, is beperkt, zelfs al heeft ze een wat verhoogde cholesterolspiegel. Het zou onzinnig zijn haar cholesterolverlagende medicatie voor te schrijven. Zo iemand adviseren we vooral die gezonde levensstijl vol te houden. Maar een vijftigjarige roker, die al eerder een hartinfarct doormaakte, zullen we wel behandelen, zelfs al zijn zijn cholesterolwaarden niet eens zo hoog. Al zou het natuurlijk nog beter zijn, mocht hij stoppen met roken, want dat is een nog belangrijkere risicofactor. Alleen beschikken we niet over een middel waarmee we hem gegarandeerd kunnen doen stoppen met roken, maar we hebben wel cholesterolverlagende medicatie die doeltreffend is.'

Feit 4: van een hoge cholesterol merk je niets
Een verhoogde cholesterolspiegel kan je niet zien of voelen. En daarin schuilt meteen een belangrijk gevaar. Cholesterol - meer bepaald LDL-cholesterol - is namelijk een belangrijke risicofactor voor slagaderverkalking. Prof. Rietzschel: 'Vooral op plaatsen waar het bloed meer tegen de wand van de bloedvaten schuurt, zoals bij scherpe bochten of splitsingen, heeft cholesterol de neiging neer te slaan in de binnenwand van de aders, waardoor die gaat verdikken. Daar merk je aanvankelijk niks van. Je wordt pas geconfronteerd met die slagaderverkalking, wanneer zo'n bloedvat voor 70 procent of meer vernauwd is en klachten begint te geven, zoals pijn op de borst bij een inspanning of pijn of krampen in de benen. Een interventie met een katheter zoals een ballon- dilatatie of een dotterbehandeling, het plaatsen van een stent of een overbruggingsoperatie is dan noodzakelijk. En eigenlijk is dat nog het beste scenario, want wat nog veel frequenter gebeurt, is dat er zich nog veel vroeger in het verkalkingsproces ter hoogte van zo'n verkalking een bloedklonter vormt, waardoor het bloedvat plots, meestal zonder veel waarschuwingstekens, afgesloten wordt. Resultaat: een hartinfarct, beroerte of plots overlijden.'

Feit 5: 65 % van de Belgen heeft een te hoge cholesterol
Niet alleen of een verhoogde cholesterol behandeld moet worden, hangt af van je totale risicoplaatje, ook onder welke grens die moet zakken, wordt bepaald door al die beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare risicofactoren samen. Prof. Rietzschel: 'Voor iemand met een gering tot matig cardiovasculair risico is de richtwaarde voor LDL-cholesterol maximaal 115 mg/dl. Heb je een verhoogd risico, dan wordt die ideale waarde een stuk naar beneden bijgesteld tot 100 of zelfs minder dan 70 mg/dl.' Maar liefst 65 procent van de Belgen heeft een cholesterol die boven de streefwaarden ligt. Gemiddeld bedraagt onze LDL-cholesterol zo'n 130 mg/dl. Maar 80 procent van de mensen kent zijn cholesterolgehalte niet eens, zo blijkt uit recent onderzoek in opdracht van de cardiologische liga. Nochtans zou eigenlijk iedere volwassene van zijn waarden op de hoogte moeten zijn, vindt prof. Rietzschel: 'Niet om mensen massaal op cholesterolverlagende medicatie te zetten, maar om hen te stimuleren gezond te blijven leven.'

Feit 6: slank en hoge cholesterol? Dat kan
Zoals eerder vermeld is slechts vijftien tot twintig procent van je cholesterol afkomstig uit voeding. De rest wordt aangemaakt door je lever. Hoeveel cholesterol die lever precies aanmaakt en weer afvoert, is grotendeels (zo'n 75 procent) genetisch bepaald. Dat maakt dat ook slanke mensen met een gezonde levenswijze toch kunnen kampen met een verhoogde cholesterol. Prof. Rietzschel: 'Er zijn ook families waar bijna iedereen torenhoge cholesterolwaarden heeft (LDL-cholesterol ruim meer dan 200 mg/dl), hoe gezond die mensen ook leven. We spreken dan van familiale hypercholesterolemie, een erfelijke aandoening die voorkomt bij ongeveer een op de dertig Belgen. Beroertes en hartinfarcten komen in die families al op jonge leeftijd voor (soms al op dertig jaar) en een medicamenteuze behandeling vanaf de puberteit, meestal een combinatie van verschillende geneesmiddelen, is bij deze mensen dan ook noodzakelijk. Naast een gezonde levensstijl uiteraard.'

Feit 7: hartvriendelijke voeding doet je cholesterol dalen
Traditioneel wordt aangenomen dat je je cholesterolwaarde met zo'n vijftien procent kan doen dalen met een hartvriendelijk voedingspatroon, voldoende lichaamsbeweging en beperkt alcoholgebruik. Prof. Rietzschel: 'Ga dus voor een evenwichtig en gevarieerd voedingspatroon met voldoende vezels, veel groenten en fruit, magere vleessoorten of vleesvervangers en twee keer per week vis, waarvan een keer vette. En probeer zoveel mogelijk te bewegen. Op korte termijn lijkt vijftien procent daling niet zo veel, maar de tijd is je grote medestander. Recent onderzoek leert ons dat het effect van een jaren aangehouden gezonde levensstijl tot vier keer groter is dan we vroeger dachten. En hoe jonger je ermee begint, hoe meer vruchten je ervan plukt. Door je kinderen van kleins af gezond te leren eten en bewegen doe je hen dan ook een groot cadeau, want jong geleerd is oud gedaan. Met wat geluk hoeven ze nooit aan de cholesterolverlagers.'

Feit 8:... maar soms is medicatie noodzakelijk
Een daling van je cholesterolgehalte met vijftien procent dankzij een aangepaste levensstijl is niet slecht, maar onvoldoende als je waarden aanzienlijk naar beneden moeten om je risico op hart- en vaatziekten in te dijken. Prof. Rietzschel: 'Hart- en vaataandoeningen zijn in ons land nog steeds doodsoorzaak nummer één en ook de veroorzaker van heel wat handicaps, zoals verlammingen of spraakproblemen na een beroerte. Cholesterolverlagers, doorgaans statines, verminderen het cardiovasculair risico met zo'n veertig procent. Bij mensen met een hoog risico, maar ook bij mensen met een laag of matig risico.'

Vandaag slikken 1,6 miljoen Belgen cholesterolverlagers, voornamelijk personen met een hoog risico. Maar de grens tussen hoeveel cholesterol 'gezond' is en vanaf welke waardes het 'gevaarlijk' wordt, is wereldwijd naar beneden aan het opschuiven. Ook personen die nog geen hartaanval of beroerte doormaakten, komen meer en meer in aanmerking voor een preventieve behandeling met statines. De focus wordt stilaan verlegd van een kleine groep met een hoog risico naar een veel grotere groep met een matig risico. En die redenering is volgens prof. Rietzschel zo gek nog niet: 'Net omdat het zo'n grote groep is, vallen bij de mensen met een matig risico de meeste slachtoffers.'

Door Veerle Maes