Goed Gevoel Habits. Tijd zoeken kan je leren: redactrice Sophie wil weer baas worden over haar agenda

doorSophie Vereyckenop 16/10/2019

24 uur in een dag, 168 in een week, 8.765 in een jaar. Meer dan genoeg, zou je zo denken. En toch is de agenda van redactrice Sophie Vereycken op het einde van de maand roder dan haar bankrekening. Ze gaat op zoek naar tijd.

Hol je ook van kantoor naar hobby naar sport naar thuis om tussendoor te netflixen en te verdwalen in sociale media? Kom je ook altijd hopeloos tijd tekort?  Nochtans wil de ironie dat we tegenwoordig meer vrije tijd hebben dan vroeger. Uit het tijdbestedingsonderzoek blijkt dat we vandaag minder werken dan vijftig jaar geleden. Toch voelt dat niet zo. Dat komt omdat we onze tijd anders invullen, vertelt Sara Van ­Wesenbeeck, life- en businesscoach en auteur van Het handboek voor de spitsuurvrouw. ‘De grens tussen werk en vrije tijd wordt steeds vager. We leven in een wereld van flexwerken. Dat is leuk, want we kunnen zelf meer bepalen wat we wanneer doen. Maar het verstoort het evenwicht tussen werk en vrije tijd. We hebben ook allemaal een laptop en een smartphone, waardoor onze vrije tijd heel vaak onderbroken wordt door e-mails, berichtjes die we per se gelezen moeten hebben … Dat noemen we vervuilde tijd: de ontspanningsmomenten die noodzakelijk zijn om onze batterijen op te laden, worden constant onderbroken, waardoor ze hun waarde verliezen. Bovendien voelt het goed: met een drukke agenda voelen we ons productief, en wie productief is, is per definitie goed bezig.’ 

Is het de schuld van je werk?

Werk is een grote boosdoener, maar lang niet de enige, zegt ze. ‘Zo verliezen we ons minstens even vaak in valse ontspanningsmomenten: doelloos op Facebook ronddwalen bijvoorbeeld, of een avondje zappen voor de televisie. Als je daarvan ­geniet: prima! In veel gevallen is het opnieuw een geval van vervuilde vrije tijd.’ 

Sara's concrete tip: maak een lijst van wat je echt belangrijk vindt in je vrije tijd. ‘Zo weet je zeker dat je die momenten invult met dingen waar je echt van ontspant en laat je je minder snel vangen door valse vrijetijdsbestedingen zoals een zoveelste teleurstellende serie.’ 

Wat als je niets wil missen?

Klinkt logisch, tenzij je niet kan kiezen. Of in de woorden van psycholoog Thijs Launspach, aan fomo of ‘fear of missing out’ lijdt. Hij schreef het boek Fokking druk. De symptomen: overal ja op zeggen, want kiezen is verliezen. Het resultaat: een overdaad aan projecten, hobby’s en afspraken en een gebrek aan tijd. Zelfs wanneer je geen kinderen hebt. 

Thijs Launspach: ‘De periode ­tussen de puberteit en het moment waarop we ­‘volwassen’ zijn, wordt steeds langer. De dingen die we traditioneel associëren met volwassen zijn, zoals huisje, tuintje, boompje, kindje, zijn we meer en meer naar achteren gaan schuiven, waardoor er een heel bijzondere tijd ontstaat waarin je wel aan het werk bent, maar ook aan het ontdekken bent wat je wil. Tegelijk zijn we ons veel meer bewust van wat we allemaal kunnen en missen. De laatste decennia zijn we gaan geloven dat we overal bij kunnen zijn, alles kunnen meemaken en ons hele leven kunnen customizen. Kortom: dat ons geluk of succes in het leven afhankelijk is van de keuzes die je maakt. Enerzijds is dat geruststellend, want je bent zelf verantwoordelijk voor het geluk in je leven. Anderzijds is dat een mes dat aan twee kanten snijdt: zit het een keertje niet mee, dan is dat eveneens je eigen schuld. Zo worden de verwachtingen die we van onszelf hebben steeds hoger: we moeten aantrekkelijk zijn, fit, gezond, maar ook financieel en sociaal succesvol. En gelukkig, natuurlijk. Liefst de hele dag door, anders heb je gefaald.’ 

Is stress altijd slecht?

Je agenda volproppen is juist contraproductief, zegt Thijs Launspach. ‘Het lijkt efficiënt om alles tegelijk te doen, maar al dat geplan kost enorm veel energie. Je bent vaak meer bezig met je volgende afspraak dan met waar je op dat moment bent. Net omdat je overal wil zijn, ben je er niet echt.’ 

Alles tegelijk willen, is een recept voor stress. En als we één ding niet willen, dan is het stress. Op zich is er niets mis mee, benadrukken Wesenbeeck en Launspach: ‘Je hebt een bepaalde mate van spanning nodig om je doelen te bereiken, om ­überhaupt uit je bed te komen en gemotiveerd te zijn. Gezonde stress, die heb je nodig.’ Maar te veel stress niet, en laten we nu net heel dicht op dat grensgebied zitten.

Hoe vind je de pauzeknop?

De zoektocht naar de zen van het leven gaat verder. Zelfhulpboeken hebben het vooral over de pauzeknop.  ‘Vergelijk het met een herstelmoment’, verduidelijkt Sara Van Wesenbeeck. ‘Dat kan je lunchpauze zijn, een vrij weekend, vijf minuutjes babbelen bij de koffieautomaat. Maar zo’n herstelmoment kan evengoed actief zijn. De term ‘pauzeknop’ wekt misschien de indruk dat je letterlijk moet pauzeren, maar hardlopen of pianospelen kan evengoed een manier zijn om je batterijen op te laden. In de praktijk kan je beter voor een combinatie van actieve en passieve herstelmomenten gaan. Al is en blijft de allerbelangrijkste pauzeknop je nachtrust, en laten we die nu net het vaakst verwaarlozen. Wie voldoende slaapt is productiever, heeft meer veerkracht en minder stress. Idealiter slaap je zo’n zeven tot acht uur per nacht en vermijd je beeldschermen tot twee uur voor het slapengaan. Het blauwe licht reactiveert je hersenen, waardoor je moeilijk de slaap kan vatten.’ 

Hoe belangrijk is slaap?

‘Soms moet je tijd verliezen om tijd te winnen’, vertelt Sara Van Wesenbeeck. ‘’s Avonds een boek lezen en vroeger gaan slapen, lijkt op het eerste gezicht tijdverspilling, maar je zal de dag daarna productiever zijn en meer energie hebben.’ 

‘Er is ook een verschil tussen ‘druk zijn’ en ‘druk voelen’. Het eerste heeft te maken met je feitelijke workload en is dus objectief en kan je uitdrukken in minuten, deadlines. Je ‘druk voelen’ draait om beleving. Net daarom is time­management niet zo’n gedroomde oplossing als iedereen beweert. Hoe druk je je voelt, heeft niet per se iets te maken met hoe druk je het objectief hebt, maar is ­afhankelijk van veel meer factoren. Je persoonlijkheid, bijvoorbeeld. Ben je perfectionistisch ingesteld? Voel je je snel verantwoordelijk voor dingen waar je misschien helemaal niets aan kan doen? Heb je moeite om nee te zeggen? Maar ook je levensstijl. We krijgen steeds meer kennis over hoe het fysieke systeem en psychologische systeem samenhangen met elkaar. De allereerste stap bij stress is dan ook goed voor je lichaam zorgen. Gezonder eten, bewegen, in de buitenlucht vertoeven of natuurlijk … voldoende slapen.’ 

Zoek verder in het Oosten: Wu-weisheid 

Als er één plaats is waar ze het zen-zijn onder de knie hebben, dan is dat het Oosten wel. In de oude Chinese filosofie staat wu wei centraal. Dat begrip betekent veelal ‘proberen niet te proberen’. De liefde van je leven kom je tegen op het moment dat je niet wanhopig op zoek was. Je vindt de gezelligste lunchplek zonder heel TripAdvisor af te speuren. 

Kortom: dat je ergens in slaagt door het niet te forceren. Daarbij benadrukken ze het belang van rituelen. Door iets in een ritueel te gieten, gaat het als vanzelf. Thijs Launspach: ‘Dit past perfect binnen het kweken van gewoontes en heeft alles te maken met wilskracht. Neem nu sporten: het kost enorm veel energie om elke keer bewust de keuze te maken of je gaat lopen. In het begin gaat dat prima, want als beloning krijg je het goede gevoel dat hoort bij het bereiken van je doel. Maar na verloop van tijd heb je meer wilskracht nodig. Door een gewoonte te kweken kan je dat omzeilen. Het wordt iets dat je gewoon doet. Dat werkt met een visuele cue: iets waardoor je automatisch besluit om te gaan lopen. Leg je loopkleren naast je bed, zodat dat het ­eerste is dat je ziet, of stop je kledij al in je werktas. Zo kan je jezelf als het ware conditioneren.’

Noodplan

De regering heeft er een, net als banken en bedrijven: een contingency plan. ­Oftewel: een plan dat beschrijft wat je moet doen als het misloopt. Volgens ­psycholoog Thijs Launspach kunnen we dat zelf beter ook maken. ‘We leven in een tijd waarin het onvermijdelijk is dat je een moment tegenkomt waarop het te druk is. Dan is het handig om een set maatregelen te hebben die je kan inzetten. Hou die zo concreet mogelijk: Welke dingen kan je afzeggen? Hoe zorg je dat je beter slaapt? Waar kan je pauzes inbouwen? Wie kan je inschakelen voor hulp? Zorg dat het van tevoren opgesteld is, want we weten allemaal dat het ­overzicht weleens durft te verdwijnen zodra de stress de kop opsteekt.’

In mijn persoonlijke noodplan:

1. Overleggen met mijn man. Zijn ­nuchterheid mag dan vreselijk irritant zijn, ze helpt om te relativeren.

2. Een out-of-office instellen en vervolgens mijn mailbox afsluiten, zodat ik een hele dag de tijd heb om te doen wat ik moet doen.

3. ’s Ochtends onthaasten en bewust tijd nemen voor ontbijt in plaats van op het werk snel iets naar binnen te werken.

4. Even alle schermen uit. Dat wil zeggen: smartphone weg en een boek lezen in plaats van televisiekijken.

5. Thuis en op café: glas wijn inwisselen voor water of thee. Minder sfeervol, beter voor het herstel van 
mijn lichaam.