Orde in je huishouden scheppen? Anke deed het

doorAnke Michielsop 01/05/2019

In mijn huis met vier mannen – een echtgenoot en drie zonen – is wanorde heer en meester. En ben ík wellicht de grootste sloddervos van allemaal. Tijd om mijn chaotische (gezins)leven te verbeteren. Opruimcoaches to the rescue!

Geen idee van wie ik zo veel wanordelijk talent heb: in mijn ouderlijk huis was het altijd netjes. Alles had zijn vaste plekje. Je viel er niet over spullen. Wie een sjaal nodig had, vond die gewoon in de kast in de hal, niet ergens onder een stapel schoenen. Bij mij thuis is het proper – thanks, poetsvrouw – maar ik zal nooit prijzen winnen voor orde en netheid. Dat moet veranderen. Omdat ik over boekentassen struikel. Omdat ik geen rust meer vind. En vooral: omdat ik geen goed voorbeeld ben voor mijn drie zonen van 15, 13 en 6. Waarom zouden zij hun kamer opruimen, als hun moeder er niet in slaagt om het keukeneiland rommelvrij te houden? En natuurlijk ligt in een smetteloos interieur niet per definitie het grote geluk – laat vooral gezelligheid en warmte overheersen – maar van een beetje orde wordt niemand slecht.

Opruimen is hip – dankzij de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo – en ook in Vlaanderen worden we overspoeld met allerlei opruimmethodes. Ik nodig thuis twee professionele opruimcoaches uit, Tina Favache en Nele Colle. 

Opruimcoach Tina Favache to the rescue

De ochtend dat Tina Favache langskomt, ruim ik niets op: ze moet het zien zoals het is. In de zetel zwerven één sportschoen, een fleecedeken van ‘Cars’ en een stuiterbal of vier. Er staan sneakers naast de tv, op de eettafel kruimels, een oude krant, een muts en een legokasteel. Op het keukeneiland ongeopende brieven, een cursus Frans, een tube handcrème, kleingeld, drie gsm-opladers en oude batterijen. Maar als Tina Favache binnenkomt, zegt ze: ‘Valt nog mee.’ Die indruk neemt weliswaar lichtjes af zodra ik haar de berging, de speelhoek en de gang laat zien. ‘Oké. (stilte) We gaan dit aanpakken!’, klinkt het. Yes, coach!

Ik onthoud je eerste reactie: ‘Het valt goed mee.’

‘Zeker. Maar je hebt een paar rommelplekjes, waar je spullen dropt. Die heeft elk huis en je kan daaraan werken. Neem de eettafel. Leg één ding op tafel en niets houdt je tegen er een tweede en derde ding bij te leggen. Ofwel leg je er helemaal niks op, ofwel zet je een korf om kleine spullen in te droppen. Maar elke week moet hij leeggemaakt worden door alle gezinsleden, zodat spullen weer hun vaste plek vinden. Steeds minder spullen zullen in de korf terechtkomen, want de kinderen zullen ze meteen op de juiste plek leggen.’

Wat met mijn keukeneiland? Het hoekje is nu een berg papierwerk. Ik verlies documenten en vergeet verjaardagsfeestjes omdat de uitnodiging ergens onder aan de stapel ligt.

‘Het keukeneiland is gevaarlijk omdat het je eerste ‘meubel’ is dat je tegenkomt na de werkdag. Je hebt sowieso veel aan je hoofd: je werk, je gezin, je sociale leven en allerlei andere zorgen. Je zit met onrust, waardoor het soms fout loopt met je administratie en planning. Creëer een vaste plek voor je post – niet op het keukeneiland – en zorg voor drie bakjes. Volg deze routine: leeg je brievenbus en maak je brieven meteen open. In het bovenste bakje leg je alles wat je die week moet betalen. In het bakje eronder komt wat al betaald is, maar mogelijk nog geklasseerd moet worden. In het onderste leg je folders of cadeaubonnen die je niet mag vergeten. Elke week ga je door het bovenste bakje en je betaalt wat betaald moet worden. Eén keer per maand ga je door het tweede bakje, om papieren weg te gooien of te klasseren. En ga in één moeite door dat onderste bakje. Zorg voor een familiekalender waarop je zoon de naam van de jarige klasgenoot noteert. Zo vergeet je geen feestje meer.’

Het wasgoed is een ander struikelblok. Letterlijk: ik val over mijn wasmanden.

‘De was moet altijd nog gebeuren, zeker in een groot gezin. Dat schept zoveel onrust dat andere zaken blijven liggen. Vandaar: maak er een gewoonte van om je was in kleine porties te doen, bijvoorbeeld om de twee dagen een machine. Plooi de was diezelfde avond, voor tv. Vraag aan de jongens om hun wasmandje zelf leeg te maken. Reken op een maand voor je gezin dit gewoon is.’

De berging puilt uit: we hebben te veel van alles.

‘In een functionele berging staan voedingswaren, poetsgerief, leeggoed en oud papier. Maar in de jouwe staat ook kerstversiering en staan er dozen vol cd’s, terwijl al jouw muziek op Spotify staat. Ben je er emotioneel aan gehecht, maak dan een collage van de hoesjes en houd die bij.’ 

Wat met alle knuffels van de kinderen? Zij kijken er amper naar om, maar ik krijg het niet over mijn hart om ze weg te doen. 

‘Voor hen het niet veel uit. Ga dus met elk kind apart door de knuffels en laat hen eentje uitkiezen. Bewaar er maximaal drie per kind. Begin met welke je wil ‘bijhouden’. Dat is een heel andere klik in je hoofd en maakt afscheid nemen minder lastig.’

Hoe vind ik de tijd?

‘We zijn allemaal goed in ‘uitstellen’. Zet de plannen in je hoofd op papier, zo ga je een verbintenis met jezelf aan. Ga planmatig te werk. Zoek voor de gang in de week anderhalf uur tijd voor de schoenen, een uur voor de jassen, en een halfuurtje voor de sjaals. Vink de taken af. Doe niet alles door elkaar, want dat eindigt in chaos, omdat niks klaar is. Gelukt? Dan krijg je een boost – genoeg om aan het volgend hoopje rommel te beginnen.’

En, werkt dat? 

1. Mijn gang telt een immense verzameling sneakers, teenslippers, rubberen laarzen, naaldhakken, jongensschoenen – alles van maatje 32 tot 45. Ik sorteer alle schoenen per persoon. Uit die vijf bergen pluk ik alles wat te klein of versleten is en weg kan. Enkel schoenen voor dagelijks gebruik horen thuis in de gang. Na een uurtje kan ik weer ademen in mijn gang. Alle schoenen hebben een plek. Dit voelt góéd.

2. Elke dag hetzelfde: ‘Waar is je sjaal? Hoezo niet in de gang?’ Dat kan beter. Ik sorteer alles rechtop in dozen via de opvouwtechniek van Marie Kondo (zie elders in dit stuk). Iedereen vindt meteen wat hij nodig heeft. De ochtendspits verloopt vlotter. Bravo, mama Kondo!

3. Op mijn eettafel staat één mooie vaas met bloemen en verder niks. Lust voor het oog, rust in het hoofd. Als beloning schenk ik mezelf nu wekelijks een vers boeket bloemen. En als een van de mannen iets laat slingeren – al is het maar een balpen – grijp ik in.

‘Mijn opruimboek' van Tina Favache is een werkboek waarin je noteert wat je van plan bent en aanvinkt wat klaar is. De grote ‘zones’ in huis worden aangepakt: kleding, boeken, keukenkasten. Het boek is vooral gericht op de ‘leider’ van het gezin, die de aanzet geeft voor een nieuw begin. ‘Mijn opruimboek’, Tina Favache (Lannoo, € 15,99)

Ruim je hoofd op met professional organizer Nele Colle

Ook professional organizer Nele Colle komt op bezoek. ‘Opruimen gaat verder dan spullen opbergen’, zegt ze. ‘Ik ga voor een blijvend resultaat, zodat jij de rust, ruimte en tijd krijgt om alles te doen wat je echt wil doen.’

‘In Nederland kan je een opruimcoach betalen met het persoonlijk assistentiebudget. Hier nog niet, terwijl ons werk draait rond het welzijn van mensen. Het hangt samen met duurzaamheid. Probeer vooral bewust dingen aan te kopen. Het ‘goede doen’, voelt goed. Zo simpel is het.’

‘Van een chaotisch huis word je zo moe. Arriveer je na een lange werkdag in een rommelig huis? Dat werkt verlammend. Met genoeg energie ervaar je dat nog niet als storend. Maar als je energievat kantje boord is, of bijna leeg, dan is die rommel er te veel aan.’

‘Je huis op orde stellen doe je niet alleen. Als je met vijf onder één dak woont, moeten er afspraken zijn en moeten dingen hun vaste plaats hebben. Neem de nodige tijd, wees lief voor jezelf en voor je huisgenoten, maar betrek ze wel bij het hele proces. En wil niet elke man in huis meteen mee? Iedereen is anders, ook wat rommel betreft. Je er druk over maken is verspilde energie. Door verschillen te aanvaarden, vind je rust en ruimte om ermee om te gaan.’

Remblokken

‘Je zal veel ‘remblokken’ tegenkomen in het proces van ontspullen: ‘Dit heeft veel gekost’ of ‘Misschien zal ik het ooit nodig hebben’. Toch moet je die overwinnen. Durf los te laten. Een herinnering hangt niet vast aan een object. Die zit in je hoofd en verdwijnt niet door iets weg te doen. Je haalt je geluk niet uit het verleden, wel uit het heden.’

Durf nee te zeggen

‘Nog nooit hebben we zo veel spullen gehad’, zegt de coach nog. ‘We hebben een punt van verzadiging bereikt. Je koopt een bak bier in de supermarkt en je krijgt er een barbecueschort bij? Ik vraag er niet om, maar die schort komt wél mee naar huis. We moeten durven ‘nee’ te zeggen.

Als je eind jaren zeventig de vraag stelde: ‘Wat maakt jou gelukkig?’, kreeg je ook veel materiële antwoorden. De tv, de auto. Vandaag zegt niemand dat. We vinden belevingen belangrijker. Kijk op Instagram en Facebook: wat zie je passeren? Wat we aan het doen zijn. Materiële zaken hebben geen waarde meer, maar  onze huizen staan er vol van. Gek, toch?’

In haar boek ‘JOMO, the joy of missing out’ geeft  Nele Colle advies over opruimen, legt ze uit hoe en waarom ze zelf opruimcoach werd en hoe dat haar leven veranderde. En hoe ook jij meer evenwicht en ruimte in je hoofd kan scheppen. ‘JOMO, the joy of missing out’, Nele Colle (Borgerhoff & Lamberigts, € 22,99)

MARIE KONDO’S & DON’TS, ORDE SCHEPPEN OP ZIJN JAPANS

Houd enkel die spullen bij die je blij maken, luidt het mantra van de Japanse Marie Kondo. Zij veroorzaakt momenteel een opruimhype via haar programma ‘Tyding up with Marie Kondo’ op Netflix. Dit leerde ik van haar.

Marie Kondo raadt aan om eerst al je kleren op een berg te gooien, om ze vervolgens stuk voor stuk vast te pakken en al dan niet te houden met de vraag: maakt het me vrolijk? Does it spark joy? Zo ja, dan mag het blijven. Zo nee, dan gaat het weg. Liever werk ik er in stapjes, volgens de raad van de Vlaamse opruimcoaches. Een dag broeken, een dag sokken, enzoverder. 

Terwijl ik eerst niet sta te springen voor haar opvouwmethode – plooi alles in rechthoekjes en sorteer rechtop zodat je een duidelijk overzicht hebt in je lade – geef ik het een kans. Met de sjaals in de gang lukt het. Ook de T-shirts, topjes en de boxershorts in vier maten moeten eraan geloven. Ik ben oprecht blij met het resultaat. Conclusie: ik zwicht (deels) voor de Japanse opruimgoeroe en ik durf nu zelfs over mijn wanorde te praten en te schrijven. Meer nog: ik pak het probleem aan. Does thát spark joy? Hell yeah!