Beauty in een pilletje: nutraceuticals zijn populair. Wat zijn het en vooral: zijn ze wel gezond?

doorSophie Vereyckenop 01/10/2020

Ze zijn nieuw, ze zijn hip en ze beloven ons een mooiere huid. ­Nutraceuticals – ­skincare in een pilletje – zijn aan een stille veroveringstocht bezig. Waar een pil is, is een weg. Maar moeten we dat zomaar slikken? “Het aanbod is groot en lang niet alles wat te koop is, doet wat het belooft.”

Ware schoonheid zit vanbinnen. En dat mogen we gerust ­letterlijk nemen als het van de beautyindustrie afhangt. Wie dacht dat er nog niet genoeg keuze was met de talloze ­crèmes, serums en maskers, ging voorbij aan de nutraceuticals. Want tegenwoordig kan je je skincareroutine nog verder uitbreiden met pilletjes, poeders en drankjes die je favoriete beautyproducten van binnenuit een handje helpen. Als we de marktvoorspellingen mogen geloven, staat de beautysupplementen een grootse toekomst te wachten. Volgens onderzoeksbureau Goldstein Research zouden de pilletjes tegen 2024 wereldwijd een verdubbeling in omzet mogen optekenen. En de vooraanstaande website ­Net-A-Porter merkte op dat mensen vorig jaar meer geld uitgaven aan supplementen dan aan hun skincare. 

Vitaminevapen

Nutraceuticals zijn dan ook niet langer de muf ruikende pillen die je ergens in een stoffige natuurwinkel moet gaan zoeken. Wel hippe antioxidantendrankjes of hyaluronzuurcapsules in vrolijke kleurtjes en Instagramwaardige verpakkingen die je met alle plezier boven op de wastafel (of het keukeneiland) laat slingeren. Of wat dacht je van melkpoeder dat naast een lekker schuimkraagje wat extra collageen aan je cappuccino toevoegt? In Amerika kan je zelfs ­vitaminevapen: zonder nicotine, mét vitaminen en antioxidanten. 

Booming business

Het zijn niet alleen trendy nichemerken die met nutraceuticals komen: gevestigde waarden als RainPharma, Dr. Barbara Sturm en Babor zetten hun reeds bestaande producten eveneens extra kracht bij met nutraceuticals. “Beautysupplementen zijn booming”, beaamt Jetske Ultee, onderzoeksarts in de cosmetische ­dermatologie. “Maar ze zijn vooral booming business. Het aanbod is groot, en lang niet alles wat te koop is, doet wat het belooft.” 

’t Zit vanbinnen

In het geval van supplementen en de huid is het extra moeilijk: “Zo is er best veel onderzoek naar gedaan, maar het blijft moeilijk te zeggen of een effect daadwerkelijk terug te voeren is op die ene stof. Soms hebben de verbeteringen te maken met tekorten die er al waren, of met een verbeterde levensstijl tijdens de deelname aan de test. Daarbij zijn veel van die studies gesponsord door bedrijven die supplementen verkopen. Natuurlijk kan je ook stellen dat er anders geen research geweest zou zijn.” Wondermiddelen uit een potje bestaan dus nog steeds niet, zet de onderzoeksarts ons met beide voetjes op de grond. Al gelooft ze wel dat goede ingrediënten vanbinnen én vanbuiten elkaar kunnen aanvullen en zelfs versterken. Welke dat precies zijn en of je ze nu per se moet slikken? Dat lijsten we graag even op.

1. Collageen

Collageenvezels zijn de bouwstenen van een soepele huid: ze zorgen voor stevigheid, veerkracht en elasticiteit. We hebben ze van nature, maar naarmate de jaren verstrijken, neemt de hoeveelheid af en wordt de huid slapper en dunner. 

Jetske Ultee: “Ik heb weinig vertrouwen in crèmes die beloven dat ze de huid verstevigen met ­collageenvezels. Collageen (het hoofd­be­stand­deel van bind­weef­sel, red.) is te groot om door de huidbarrière te kunnen, en cosmetica die met vetbolletjes werken om het ingrediënt de huid in te loodsen, zijn nog niet voldoende verfijnd. Soms worden er stoffen of behandelingen gebruikt die het beschermlaagje van de huid bewust een beetje kapotmaken – bijvoorbeeld propyleenglycol of een dermaroller – opdat collageen alsnog zou doordringen. De vraag is of dat er daadwerkelijk voor zorgt dat het diep genoeg geraakt. Onderzoek staat nooit stil, dus wie weet wat er in de toekomst mogelijk is. Je kan het wél uit voeding halen: zo zit het bijvoorbeeld in pezen, botten en merg, en in de huid of het vel van vis, kip, rund of varken. Alleen, hoe vaak maken we nog een ouderwetse runderbouillon van botten ­en beenmerg? Voor je huid zijn supplementen dus best een goed idee. Al is de juiste vorm belangrijk. Er verschijnen steeds meer onderzoeken naar gehydrolyseerd collageen: een vorm van collageen dat ‘opgeknipt’ is in kleine stukjes, die goed verteerbaar en opneembaar zijn. Die vorm lijkt goede dingen te kunnen doen voor de huid: een vermindering van rimpeltjes en een toename van de elasticiteit en hydratatie.”

2. Hyaluronzuur

Hyaluronzuur is een belangrijke speler op het vlak van hydratatie en volume. We hebben allemaal van bij de geboorte een voorraadje in de huid, maar helaas slinkt dat met de jaren, waardoor de huid minder soepel, zacht en vol wordt. 

Jetske Ultee: “Hyaluronzuur kan tot duizend keer zijn gewicht in water vasthouden. Zo werkt het ook in en op de huid: crèmes met hyaluronzuur vullen lijntjes op, en ze verbeteren de elasticiteit en hydratatie. Voeding is een ander verhaal: in tegenstelling tot mineralen en vitaminen, is het bij hyaluronzuur erg lastig om te achterhalen hoeveel we er precies van opnemen uit voeding. In theorie zijn supplementen dus een gemakkelijke manier om de stof binnen te krijgen, maar het is nog onduidelijk in hoeverre dat effectief nodig is. Daar is veel minder over bekend.”

3. Vitamine C

Vitamine C is een topingrediënt voor onze huid. Het remt de huidveroudering, heeft een bewezen effect op het herstellen van de huidbarrière (en kan zo helpen bij puistjes) én het kan ­pigmentvlekken verminderen.

Jetske Ultee: “Bij sommige stoffen is een combinatie van eten en smeren ideaal. Vitamine C is daar een uitstekend voorbeeld van. Je kan vrij gemakkelijk aan de benodigde hoeveelheid komen via voeding. Met één paprika krijg je al voldoende vitamine C binnen. Supplementen zijn dus niet nodig. Huidverzorgingsproducten moeten wel aan enkele voorwaarden voldoen: er is minstens 4 procent vitamine C nodig en je koopt ze het best in een luchtdichte verpakking.”

4. Vitamine D

Vitamine D beschermt ons tegen schade van de zon, werkt ontstekingsremmend en is belangrijk voor een goede wondgenezing. Er zijn aanwijzingen dat mensen met acne of eczeem vaak een laag vitamine D-gehalte hebben. Omgekeerd lijkt het erop dat mensen met rosacea net een teveel aan de stof hebben.

Jetske Ultee: “Vitamine D kan je halen uit vis, vlees en eieren, al maken we het overgrote deel zelf aan. In de winter is er vaak te weinig zonlicht. Vandaar dat er weleens aangeraden wordt om in de winter vitamine D-supplementen te nemen. Dat is voor risicogroepen zoals ouderen en mensen met een donkere huid sowieso al het advies. Zie je vitamine D op de ingrediëntenlijst van je crème of serum? Dan werkt het vooral samen met andere antioxidanten.”

5. Astaxanthine 

Net als vitamine C is astaxanthine een heel krachtige antioxidant. Het vormt een natuurlijke bescherming tegen de schadelijke effecten van zonlicht, én het gaat de afbraak van collageen tegen. Daarnaast heeft het ontstekingsremmende effecten, waardoor het mogelijk kan helpen bij eczeem, psoriasis, acne en rosacea.

Jetske Ultee: “Huidverzorging met astaxanthine kom je nog niet zo vaak tegen. Het stofje is zo felgekleurd dat het je product heel rood zou maken. Je kan het echter wel uit kreeft, garnalen en zalm halen. Omdat niet iedereen elke dag kreeft op de menukaart zet, zijn supplementen in dit geval zeker een optie.”

6. Zink

Zink is een antioxidant, het werkt ontstekingsremmend en antibacterieel. Daarnaast vermindert het de talgproductie en de ophoping van dode huidcellen, waardoor poriën minder snel verstoppen. Er zou een verband bestaan tussen acne en een lagere ­zinkspiegel in het bloed.

Jetske Ultee: “Zink is een stof die het lichaam zelf niet kan aanmaken, en die je bovendien erg moeilijk uit voeding kan halen. Op zich vind je het wel degelijk in rood vlees, hele granen, zaden en noten, maar doordat het zich bindt aan andere stoffen, komt het helaas nooit aan in de cellen. In dat geval is een supplement dus beter. Al vind je het ingrediënt ook vaak terug in skincare.”

Baat het niet dan schaadt het niet?

Dat principe gaat in het geval van supplementen niet op, vindt de onderzoeksarts. ’Het is zeker geen kwestie van ‘hoe meer, hoe beter’. Een te hoge inname van vetoplosbare vitaminen (vitamine A, D en E) kan een soort van toxisch effect veroorzaken in het lichaam en een te hoge dosis vitamine B12 kan voor huiduitslag zorgen. Te veel vitamine C? Dat kan darmproblemen en zelfs nierstenen geven. Te veel bètacaroteen is dan weer een slecht idee voor rokers, omdat een heel hoge dosis het risico op longkanker net kan vergroten.’ Overdrijf dus zeker niet, hou je aan de aanbevolen ­hoeveelheid, en overleg voor de zekerheid eerst met je dokter.