Last van haarverlies? Dit kunnen de oorzaken zijn

doorNathalie Topsop 10/01/2019

Zeventig procent van de mannen ziet op een zeker moment zijn haarlijn wijken en ook heel wat vrouwen zien met lede ogen aan hoe hun lokken dunner worden. Wij vroegen een expert naar de oorzaken en oplossingen van haarverlies.

Gemiddeld hebben we er meer dan honderdduizend van op ons hoofd, en we koesteren ze, die haren. Een wastafel vol haren na een grondige kambeurt of een pluk die in de doucheafvoer achterblijft: voer genoeg voor heuse badkamerdrama’s. Maar voor je resterende haardos grijs uitslaat van de paniek, eerst even dit: ‘Haaruitval is eigenlijk een heel normaal verschijnsel’, benadrukt dermatologe Marieke Dutré. ‘Omdat onze haargroei volgens een gefaseerde, asynchrone cyclus verloopt, zijn er elke dag wel haartjes die aan het einde van hun levensduur zijn en in de telogene fase verkeren. Dat impliceert dat ze slechts los verbonden zijn met de hoofdhuid en vrij makkelijk uitvallen door kammen, borstelen of wassen. Gemiddeld verliest een mens op die manier zo’n honderdtal exemplaren per dag. Een schijnbaar hoog getal, maar het verlies ervan wordt ongemerkt gecompenseerd met de groei van nieuwe haarwortels. Doordat elke menselijke haarfollikel de afwisseling van groei-, overgangs- en rustfase onafhankelijk doorloopt, wordt voorkomen dat alle haren tegelijk uitvallen.’

Een kwestie van rekenwerk

Ligt het aantal verloren haren hoger dan honderd, dan is er sprake van abnormaal haarverlies. Maar ook dat hoeft niet meteen een reden te zijn om aan de alarmbel te trekken, stelt de dermatologe gerust. Net als bij dieren oefent de afwisseling van seizoenen namelijk een invloed uit op onze haardos. ‘Aan het einde van de zomer zijn we bijvoorbeeld geneigd om wat meer haar te verliezen. Dat onze biologische klok een beetje ontregeld raakt door de veranderde dag-nachtcyclus tijdens de zomertijd heeft daar waarschijnlijk wat mee te maken, al is de precieze logica hierachter tot op heden niet achterhaald. Sowieso mag het verhoogde verlies niet langer dan drie maanden aanslepen. Doet het dat wel, dan is er mogelijk wat meer aan de hand.’ Overal waar we gaan, laten we DNAmateriaal achter – haren incluis. Tellen of je de honderd overschrijdt, is dan ook allesbehalve kinderspel. ‘En valt tevens absoluut af te raden. Door als een bezetene op je keukenof badkamervloer naar uitgevallen haren te gaan speuren, bezorg je jezelf alleen maar stress. Een pak minder tijdrovend en eenvoudiger is de kussenslooptest: slaap een nachtje op een donker exemplaar, en tel ’s ochtends de haren die erop achterbleven. Dat mogen er niet meer dan tien zijn.’ Verlies je meer haar dan gewoonlijk én houdt het verschijnsel minstens drie maanden aan, dan kan je beter eens bij je huisarts of dermatoloog aankloppen. Ook als de haaruitval gepaard gaat met afwijkingen ter hoogte van de hoofdhuid – bijvoorbeeld uitgesproken schilfering, roodheid, jeuk of littekenvorming – is een consultatie aangewezen. ‘Een uitgebreid gesprek, klinisch onderzoek of bloedanalyse zijn dan aan de orde. Tekorten aan nutriënten als vitamine B12, ijzer en zink kunnen namelijk aan de basis van het probleem liggen. Ook een trichogram kan veel info opleveren. Bij zo’n test worden enkele uitgetrokken haren onder de microscoop bekeken. Het trichogram geeft inzicht in de toestand van de haarwortels en helpt bepalen hoeveel ervan zich in de rustfase bevinden. Idealiter ligt het getal niet hoger dan vijftien procent.’

Een probleem met diverse gezichten

Vaststellen dat je meer haar verliest dan normaal is één ding. De precieze oorzaak van je probleem achterhalen blijkt van een heel andere orde. ‘Globaal gezien onderscheiden we twee grote groepen van haarverlies: de verlittekende of cicatriciële vormen en de nietcicatriciële vormen. Die eerste komen gelukkig minder frequent voor. Bij deze soort wordt de hoofdhuid onherstelbaar beschadigd, bijvoorbeeld door autoimmuunziekten als lupus of door lichen planopilaris. Dergelijke ziektes kunnen ontstekingsreacties rond het haarzakje veroorzaken, die tot littekenvorming leiden. Zodra dat fenomeen zich voltrokken heeft, is er geen weg meer terug: het follikelopeningetje verdwijnt en er blijft een glad, kaal stukje huid achter.’ Veel couranter zijn de niet-verlittekenende soorten, met androgenetische alopecie op kop. De dermatologe: ‘Met deze vorm van haarverlies krijgt iedereen op een gegeven moment te maken, maar de gradatie ervan verschilt enorm. Op bepaalde plaatsen op ons hoofd zijn onze haren namelijk gevoeliger voor de mannelijke hormonen of androgenen. Vanaf een bepaalde leeftijd – die erg kan variëren van persoon tot persoon – ontstaat er een onevenwicht van die hormonen ter hoogte van de haarwortels, waardoor die alsmaar kleiner worden, de haargroeicyclus sneller zijn einde bereikt en de haren dus ook sneller uitvallen. Na verloop van tijd worden de uitgevallen haren niet langer vervangen, wat zich uit in een dunner wordende haardos.’ Naarmate de jaren verstrijken boet onze coupe dus helaas wat aan volume in. De haarzakjes van bepaalde personen zijn echter zo gevoelig voor de androgenen dat er een bepaald beharingspatroon ontstaat: de opgeschoven haargrens of hoefijzervormige inhammen rondom de schedel. De genetische loterij bepaalt in welke mate androgenetische alopecie je zal treffen. ‘Heeft een vader daar last van, dan is de kans groot dat de haargroei op het hoofd van zijn zoon ook ooit een dergelijk patroon zal aannemen: deze uitgesproken vorm van androgenetische alopecie is namelijk erfelijk bepaald. Bij mannen komt het trouwens ontzettend vaak voor. Zo’n zeventig procent zal in de loop van zijn leven zijn haar verliezen.’ En ook de dochters blijven niet buiten schot, want ook vrouwen worden door dit type van haaruitval getroffen, zij het minder frequent en wat discreter. ‘Naar volledige kaalheid evolueert het nooit bij dames. Hoogstens zien we een sterk uitgedunde haardos. Ook een breder wordende middellijn is een symptoom.’

Geen weg terug

Zodra het haarverlies zich ingezet heeft, is de dikke haardos van weleer voorgoed verleden tijd. Gelukkig bestaan er wel een aantal middelen die het proces een halt kunnen toeroepen. Bescheiden haarwinst is eveneens een mogelijkheid. ‘Meestal wordt er eerst voor een lokale behandeling met minoxidil geopteerd, een middel dat de haarwortels minder gevoelig maakt voor androgenen. Je moet die haarlotion wel dagelijks aanbrengen om enig resultaat te bereiken. Stop je ermee, dan zet de haaruitval zich opnieuw in. Is de androgenetische alopecie te ver gevorderd, dan zijn andere behandelopties aan de orde.’

‘Eén daarvan is een behandeling met finasteride, een medicijn dat het enzym blokkeert dat de haaruitval in de hand werkt. Bij vrouwen kan een switch van anticonceptiemiddel eventueel soelaas bieden. Bepaalde anticonceptiepillen bevatten namelijk cyproteronacetaat, een chemische verbinding die bekendstaat voor zijn antiandrogene werking. Op die manier kan het de androgenetische alopecie enigszins bestrijden. Een hormoonspiraal is bij deze vorm van haaruitval dan weer ten stelligste te vermijden, omdat de werkzame stoffen het verlies mogelijk doen toenemen.’ Als er geen haarwinst meer mogelijk is en het haarverlies gestabiliseerd werd met medicatie, valt een haartransplantatie te overwegen. De dermatologe: ‘Dan worden er gezonde haarfollikels weggehaald achter aan de hoofdhuid en daar waar er haar verloren is weer ingeplant.’

Opgepast met stress

Soms doet het haarverlies zich echter een pak abrupter voor en verspreidt het fenomeen zich over de hele hoofdhuid. Dokter Dutré: ‘Dan is er sprake van diffuus haarverlies of telogeen effluvium. Geen erfelijke kwestie, maar wel fysieke of psychische stress ligt hier aan de basis van het probleem. Die kan zich op heel wat diverse manieren uiten. Een bevalling of zware operatie, langdurige ziekte, emotionele problemen of een streng dieet … het zijn uiteenlopende zaken die ervoor kunnen zorgen dat een groot deel van de haarfollikels sneller dan voorzien de telogene fase bereiken en dus uitvallen. Een dergelijke wijziging voltrekt zich echter niet in één nacht. Omdat er zo’n drie maanden tussen oorzaak en gevolg zitten, moeten we twaalf weken teruggaan in de tijd om de boosdoener te achterhalen. De oplossing volgt in de meeste gevallen vanzelf. ‘Meestal herstelt het evenwicht zich spontaan weer. Tenzij de overmatige stress chronisch wordt, of de verloren haren nieuwe kopzorgen met zich meebrengen. Gelukkig leidt deze vorm zelden of nooit tot volledige kaalheid, en brengt de tijd naast raad ook een weer dikker wordende haardos.’ Wie graag het heft in eigen handen neemt, is gebaat bij het gebruik van vitaminesupplementen. ‘Vooral dan de middelen met cystine en methionine. Wonderen mag je er niet van verwachten, wel sterkere en dikkere haarvezels’, aldus de dermatologe.

Cirkelsgewijs

In nog andere gevallen is de haaruitval juist pluksgewijs geconcentreerd: alopecia areata luidt dan de diagnose. Dokter Dutré: ‘Bij deze auto-immuungemedieerde ziekte valt het eigen lichaam de haarwortels op bepaalde plaatsen aan, met ovale of cirkelvormige kale plekken in een verder ‘normale’ haardos tot gevolg. Bij de zeldzame vorm van alopecia areata zijn er geen cirkelvormige kale plekjes te onderscheiden. Het haar valt diffuus uit, wat zelfs tot volledige kaalheid kan leiden. ‘Zodra de ziekte in je lichaam zit, blijf je levenslang risico lopen op dergelijke opstoten. Vaak zijn ze gelinkt met zware stress. Een troost is dat de beharing zich vaak spontaan herstelt – zij het dan langzaam maar gestaag. Met bepaalde behandelingen kunnen we dat proces wel versnellen. Bovendien kan het gerust enkele decennia duren voor een patiënt opnieuw getroffen wordt.’

Hand in eigen haardos

Tot zover de erfelijkheidskwestie en de grillen van Moeder Natuur. Zelf zijn we namelijk ook niet altijd zo lief voor ons haar. Gelukkig blijkt dat tegen een stootje bestand. Dokter Dutré: ‘Heel wat patiënten wijzen haarkleurmiddel als de oorzaak van hun leed aan. Hoewel zo’n balayage of ombré zeker niet weldadig is voor je lokken, doet het ze niet uitvallen. Wel maakt het de haarvezels brozer en gevoeliger, waardoor ze makkelijk breken. Hetzelfde verhaal geldt voor het gebruik van haardrogers en stijl- en krultangen. Een goede verzorging is daarom een must.’ Dat en regelmatig van kapsel switchen, blijkbaar. ‘Tractiealopecie is zowat de enige vorm van haarverlies die je zelf in de hand kan werken of voorkomen. Hierbij zorgen strak aangespannen paardenstaarten of vlechten ervoor dat er haarwortels uit de hoofdhuid gerukt worden. Bij Afrikaanse vrouwen die hun haren veelvuldig laten invlechten zie je de haarlijn op termijn bijvoorbeeld achteruitwijken. Loop daarom liever niet te lang met een dergelijke coupe rond.’