Welke zonnecrème gebruik je het best? “Mineraal is goed en chemisch is slecht? Zo werkt het niet”

doorSophie Vereyckenop 10/08/2021

Zonnecrèmes bestaan in twee soorten. Je hebt chemisch en je hebt mineraal (of fysisch). Alleen, waarin verschillen ze nu juist? Beautyredactrice Sophie zoekt het uit, met de hulp van Ciska Dings, producent van zonnecrèmes, en ze tippen hun favoriete producten. “In de VS zijn een heleboel zonnefilters die we hier gebruiken nog niet goedgekeurd. Die wetgeving staat er al meer dan twintig jaar achter.”

Er wordt vaak beweerd dat chemische filters ons beschermen door zonlicht te absorberen terwijl minerale filters eerder als een soort schild op de huid liggen en de zon weerkaatsen. Klinkt logisch, al is die definitie achterhaald, vertelt Ciska Dings, die als producent van zonnecrèmes precies weet hoe de filterwereld in elkaar zit. “Wetenschappers weten al langer dat minerale filters óók voornamelijk met absorptie van uv werken. Dat wil zeggen: in werkelijkheid gaan ze slechts een heel kleine hoeveelheid weerkaatsen, terwijl ze het merendeel omzetten in warmte.”

En het omgekeerde klopt eveneens: bepaalde chemische filters weerkaatsen. De algemene aangenomen definitie, houdt dus al lang niet meer stand. Is dat erg? Nee hoor, je kan gewoon met een geruster hart smeren, wetende dat iedere bescherming goed is. Maar waar zitten de verschillen dan?

Minerale (of fysische) filters

 De minerale (of fysische) filters zijn slechts met z’n tweetjes: zink- en titaniumdioxide. Men zegt weleens dat minerale filters beter zijn voor de gevoelige huid omdat ze bovenop de huid blijven, en dat klopt wanneer je ze vergelijkt met oudere, controversiële chemische filters zoals Oxybenzone of Octinoxaat. De kans dat een gevoelige huid op deze laatste zal reageren is relatief groot, bevestigt Ciska Dings. “Maar de kans op reacties bij nieuwere chemische filters is klein. Tinosorb is er zo eentje. Dat wordt niet opgenomen door de huid en de kans op allergie of irritatie is vrijwel onbestaande. Een gevoelige huid kan gerust kiezen tussen mineraal of een combinatie met Tinosorb en co.” 

Het vaak gehoorde nadeel van minerale producten - dat ze een witte waas achterlaten - gaat trouwens niet meer op. “Dankzij recente ontwikkelingen is het ondertussen mogelijk om zonder een witte waas te werken. Dat is zo voor zinkdioxide, bij titaniumdioxide is dat bij mijn weten nog niet het geval. Deze geeft in niet-nano vorm nog steeds een witte waas, of wordt verwerkt in getinte producten, zoals een tinted moisturiser, waarbij extra pigment wordt toegevoegd.”

Chemische filters

Alles wat niet als zink- of titaniumdioxide op de ingrediëntenlijst staat? Dat zijn de chemische filters. En die moeten dringend van hun slechte reputatie af, vindt Ciska Dings. “Ze zijn doeltreffend en we gaan er niet van sterven. (lacht). Onderling zijn er natuurlijk wel veel verschillen. Mijn favorieten zijn de Tinosorb-filters: ze gedragen zich voor een stukje als fysische filters. Ze worden niet opgenomen door de huid, komen dus niet in de bloedbaan terecht, en ze weerkaatsen. Zelfs bij geforceerde opname - stel dat je ze zou opdrinken uit een flesje - blijken ze niet toxisch te zijn. Ze zijn safe voor de gevoelige huid, smeren makkelijk uit en zijn transparant.”

Vanwaar dan die slechte naam van chemische filters? Dat komt door Oxybenzone en Octinoxate. Die komen veel in slecht - euh - daglicht omdat ze slecht zouden zijn voor de koraalriffen en mogelijks hormoonverstorend. “Helaas verpesten deze bad guys het voor heel de groep. Waarom niet meer firma’s werken met bijvoorbeeld Tinosorbs? Omdat het zeer dure grondstoffen zijn; Oxybenzone en Octinoxate zijn de goedkoopste in productie en aankoop en worden daarvoor veel vaker gebruikt.” 

“Een bijkomend probleem is dat Tinosorbs nog niet overal erkend zijn. In de VS zijn een heleboel zonnefilters die we hier gebruiken nog niet goedgekeurd. Die wetgeving staat er al meer dan 20 jaar achter, en de enige filters die er toegelaten zijn, zijn de fysische (zink- en titaniumdioxide) en een relatief kort lijstje chemische waarin oOxybenzone en Octinoxate bovenaan prijken. Het is er daardoor heel simpel voorgesteld: fysisch is goed, chemisch is slecht. Zo werkt het niet. Blij dat wij in Europa wonen, met mooie opties voor leuke, chemische filters (lacht).”

De grote zonnecrème-FAQ: alles wat je nog wilde weten

Werken beide filters even goed?

Ciska Dings: “Ja. Een SPF30 is een SPF30, of die nu chemisch of mineraal is. Er kan een verschil zitten in de mate van uv-A-bescherming. In Europa is bescherming voor uv-A als uv-B verplicht, maar het is niet vereist om de mate van die uv-A-bescherming te laten testen. Recentere Europese filters zoals Tinosorb S en M, Uvinul A Plus of Avobenzone geven wél een hogere, stabielere UVA bescherming dan minerale filters.”

Beschermen minerale filters sneller?

Ciska Dings: “Neen, dat is een sunscreen mythe. Men denkt dat je bij chemische filters even moet wachten omdat die uv absorberen, en daarom dieper in de huid moeten dringen. In werkelijkheid zullen zowel chemische als fysische filters onmiddellijk uv absorberen. Dat zie je heel duidelijk wanneer je ze op een stuk papier smeert en onder de juiste lamp legt om te analyseren. Wel is het zo dat ieder product enige tijd nodig heeft om zich gelijkmatig op je huid te verdelen, op te drogen en een mooi laagje te vormen. Maar dat heeft niets met de filter te maken.”

Hoe slecht zijn nanodeeltjes?

Ciska Dings: “De term nano zegt echter vooral iets over de grootte: deze deeltjes zijn kleiner dan 100 nanometer. Op het gebied van zonbescherming heeft echter net voordelen om materialen in zo’n kleine deeltjes te verknippen, zo zitten ze beter op je huid, zijn ze transparant en zelfs doeltreffender. Maar ... het ene nanodeeltje is het andere niet. De werking en veiligheid hangt samen met het vermogen tot samenklonteren, de interactie met zonlicht, de aard van het materiaal, de exacte grootte/vorm/gewicht, het effect op de cel en de capaciteit van het lichaam om dit af te breken. Een voorbeeld? Zonnesprays met minerale filters in nanovorm. Die zijn verboden in Europa omdat ze een risico vormen bij het inademen. Zo zouden ze toxisch zijn voor de longen en mogelijks kankerverwekkend. Tinosorb M - te herkennen als Methylene bis-benzotriazolyl tetramethylbutylphenol (nano) op de ingrediëntenlijst - heeft echter eveneens dat schrikwekkende woordje nano eraan geplakt, terwijl het zowat de veiligste filter is die er bestaat.”

Zijn zonnecrèmes kankerverwekkend?

Ciska Dings: “Bij in vitro studies (op cellen) vormen zowel chemische als minerale filters vrije radicalen. Deze ongewenste reactie komt echter alleen voor bij voldoende uv en in de laag van de zonbescherming, of in de opperhuid waar de dode huidcellen zich bevinden. Bovendien wezen klinische studies (op mensen) uit dat zonnecrèmes net de kans op huidkanker en huidveroudering verminderen. Je krijgt dus geen kanker van je zonbescherming, chemisch of mineraal. Wil je toch echt het zekere voor het onzekere nemen? De nieuwere chemische filters (type Tinosorb) zijn fotostabiel, en breken niet af bij absorptie van (te) veel uv. Ze genereren zelf geen vrije radicalen.”

Kunnen chemische filters in je bloed terechtkomen?

Ciska Dings: “Sommige filters kunnen inderdaad in je bloed terechtkomen, maar niet allemaal. Je moet ze allemaal afzonderlijk gaan bekijken. Sommige hebben geen effect, andere een potentieel effect, afhankelijk van dosering. Vooral dat laatste is cruciaal. Oxybenzone scoort bijvoorbeeld het slechtst op sterkste hormoonverstorend effect. Men is dit gaan berekenen in een dermatologische studie; om effectief een vastgesteld hormonaal effect teweeg te brengen, zou je gedurende 277 jaar onafgebroken Oxybenzone zonnecrème moeten smeren. Not gonna happen. (lacht) En weet je wat nog erger is dan Oxybenzone zonnecrème smeren? Geen zonnecrème smeren. Want daar is nog véél meer wetenschappelijk bewijs over.”

Wat zijn de beste filters?

Ciska Dings: “De filters in het product dat jou motiveert om het dagelijks te gebruiken. Een filter die je niet graag smeert, zal je minder frequent gebruiken en zo zijn beschermende effect missen. Ga voor een combinatie die bij jou past van ingrediënten, gebruiksgemak, huidgevoel en finish op je huid.”

Mijn favoriete filters?

- Bis-Ethylhexyloxyphenol Methoxyphenyl Triazine (= INCI naam van Tinosorb S)
- Methylene Bis-Benzotriazolyl Tetramethylbutylphenol (nano) (= INCI naam van Tinosorb M)
- Butyl Methoxydibenzoylmethane
- Polysilicone-15
- Ethylhexyl Triazone
- Disodium Phenyl Dibenzimidazole Tetrasulfonate
- Niet-nano zinkoxide
- Niet-nano titaniumdioxide

“Nog een laatste tip: ga voor een mix van verschillende filters. Dat biedt meestal een bredere, meer doeltreffende én elegantere bescherming. Verschillende filters kunnen elkaar versterken en stabiliseren. En zoek eventueel naar toegevoegde antioxidanten. Zij boosten de natuurlijke bescherming aanzienlijk en hebben daarnaast extra voordelen voor je huid.”