Column Burn-Out: Assertief zijn

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Neen, neen, neen!

Was ik maar een driejarige kleuter wiens woordenschat bestaat uit “ik” en “neen” (plus “mama” en “papa” waarschijnlijk). Neen, ik ben een zesendertigjarige vrouw met een rugzakske, gevuld met vriendelijke knikjes, tonnen goede wil en veel sympathie voor alles en iedereen. Zachte gedragingen die me toelieten een gemoedelijk leven te leiden.

In deze periode leer ik scherpe randjes te plaatsen om mezelf te beschermen. Ik ben niet van plan een monster te worden, maar ik wil wel leren zorgen voor mezelf. Concreet: als ik behoefte heb omin de zetel te hangen, dan moet ik daar tijd voor maken. Als ik behoefte heb om met een vriendin af te spreken, dan moet ik dat doen. Als ik behoefte heb om te gaan sporten, dan moet ik dat inpassen.

Voorts moet ik werken gaan. Daar moet ik tijdig afsluiten door niet meer verantwoordelijkheid op tenemen dan ik dragen kan. Als er nog ruimte overblijft, dan mag ik het huishouden doen en de klusjes of afspraken aanpakken waar ik minder vrolijk van word.

En tot slot de meest uitdagende van alle uitdagingen: ik moet mijn plannen communiceren op een vriendelijke, doch correcte en kordate manier.

Wel: vandaag lig ik in de zetel. Ik ben doodop van het zorgen voor mezelf. Doodop van discussies te voeren met mijn omgeving die het niet gewoon is dat ik boos kan worden. Ja, ik kan roepen en geniet hier zelfs van. Ik geniet ervan dat ik een mening mag hebben, hoe vreemd het ook klinkt. Boos worden is uiteraard niet het ultieme middel, maar het lucht op als ik vooraf vergeefs probeerde via verbindende communicatie (zoek maar op wat dit is) de weg tot mijn behoeftes te vrijwaren.

Een automatisme veranderen is een loodzware klus. De zenuwen voorafgaand aan een confrontatie(in mijn hoofd woont muis die zich vermomt in een olifant) zijn hevig. Het klungelen met verschillende technieken om mijn behoeftes te aanvaarden voor mezelf en mijn behoeftes te verwoorden naar anderen is zenuwslopend.

Tussendoor ontplooit zich een ander proces: ik word me bewust van mijn eigen ongekende

behoeftes. De behoefte om erkenning. Ik wil gewaardeerd worden om wie ik ben, niet om wie ik voor een ander ben. Ik wil het rustig oneens mogen zijn. Ik kan het nog niet. Ik duik ineen bij een stemverheffing van mijn gesprekspartner en stap dan vlot over op mijn gekende antwoord: “ja meneer, neen meneer” en eindig met een duik ver weg van alle spanning: in mijn coconnetje. Ik wil leren voor mezelf te zorgen en ben nu even doodop als een student die te laat is beginnen blokken voor zijn tussentijds examen.

Soit, het resultaat valt wel mee: meestal ben ik tegenwoordig tijdig thuis van het werk. Ik verplaats me vaker met de fiets of trein in plaats van de auto. Moetens schrap ik zoveel mogelijk uit mijn agenda. Ik ben eerlijker tegen mijn man. Ik heb meer tijd voor mijn vrienden en mezelf. Dank u wel aan de grote “Neen”.