Column Burn-Out: Eerste werkdag

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Exact vijf maanden “na datum” sta ik weer op de werkvloer. Enfin, ik heb de hele dag gezeten natuurlijk. Een hele verandering na maanden van liggen, wandelen, piekeren, yoga matje op en af. Maar ik sta er weer. Zo voel ik me. Toen ik vanochtend richting station wandelde, was ik trots dat ik weer zelf geld kon verdienen. Er komt geen euro meer op mijn rekening, maar het gaf me een goed gevoel. Ik voelde me klaar om een nieuwe wind door mijn leven te laten gaan. Om mijn blik te verruimen zonder verloren te lopen in alle prikkels.

Zonder de voorgaande stiltemaanden, zonder die tijd op mezelf om te rusten, om te denken en om mezelf te leren kennen had ik nooit richting station kunnen wandelen. Niet met dat goede gevoel dat me vandaag vergezelde. Die tevredenheid zal niet blijven duren. Dat weet ik. Net zoals ik weet dat ik nog niet sterk genoeg ben om voltijds te werken. Voorlopig heb ik nog de helft van mijn tijd en van mijn energie nodig om ruimte voor mezelf te maken. Met die andere helft wil ik weer ontpoppen, tussen de mensen zijn en opdrachten realiseren. Maar die helft voor mezelf zal ik nodig hebben om te onthouden wie ik ben, waar ik van hou en te aanvaarden van wat ik kan en niet kan.

Ik ben trots, ik ben blij. Ik ben ook bang en onzeker. Bang van mijn eigen spontane reflexen om het beste van mezelf te geven en niets over te houden voor die andere ik. Ik voel me onzeker over mijn toekomst. Ik wil een herhaling van de voorbije maanden niet nogmaals meemaken. Vijf maanden thuis zijn is geen straf. Vijf maanden thuis zijn omdat ik de drukte van de dag niet meer behappen kan, laat onzekere sporen na. Ik voel me onzeker omdat ik gewoonweg weet en aanvaard dat ik op een gegeven moment tegen mijn grenzen stoten zal. Onzeker omdat ik niet weet hoe ik reageren zal, hoe ik me voelen zal.

Een dag later. Vandaag moet ik niet gaan werken. Morgen ook niet. De deksel op mijn hersenpan knelt. Mijn hoofd doet weer pijn, mijn emoties schieten alle kanten uit en ik ben doodmoe. Ik vind het vreemd dat ik me gisteren niet moe voelde. Mijn tevredenheid had dat gevoel verdoofd. Ik heb gisteren, tegen mijn voornemen in, geen afstand genomen van de dag. Me niet even rustig neergezet om de hectiek te laten bezinken. Om negen uur donderde ik in slaap met mijn kleren aan. Vanmorgen werd ik wakker voor zes uur, verdrietig, bang en teleurgesteld. Huilend van woede op mijn hele omgeving die me niet tot rust heeft laten komen. Huilend van woede op mezelf omdat ik niet toegaf aan dat stemmetje in mij dat hierom vroeg. Ik vond me sterk genoeg om dat stemmetje te laten waaien.

Ik ruil mijn beslapen broek in voor een jeans, de rest houd ik aan en spring op de fiets. Vermoedelijk met mascaravlekken op mijn gezicht. Het kan me niet schelen. Ik heb lucht en licht nodig. Mijn hoofd snakt naar adem. Twee uurtjes later kruip ik verkleumd onder de douche, neem een geurende douchegel, maak mezelf iets te eten en zet me in de zetel. Het is goed geweest. Ik omarm mijn cocon, mijn zetel, mijn rust. Ik gun mezelf dit moment. Ik moet niet sterk zijn. Ik moet niet sterker zijn dan ik ben. Over twee dagen wil ik weer mogen werken, vandaag neem ik tijd voor mijn andere helft. Tijd voor dat verwarde meisje dat moet onthouden dat ze al heel wat stappen heeft gezet.