Column Burn-Out: Hoe gaat het nu?

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Tien maanden geleden stortte ik in. Negen maanden geleden kreeg ik de diagnose “burn-out”. Acht maanden en drie weken geleden kreeg ik dat woord over mijn lippen.

Vandaag werk ik halftijds. Ik zou graag aan tachtig procent werken, maar sta mezelf toe om mijn energie gelijkmatig te verdelen over leuke dingen, werk, huishouden en gedragsveranderingen (ja, die kosten ook energie!). Ik ben mijn werkgever dankbaar dat ze mij die deze herstelperiode toestaat. Ik ben Doortje dankbaar dat ze zichzelf toestaat de kaap van één jaar herstelperiode te laten overschrijden. Want uiteraard had deze dame plannen om binnen één maand weer actief te zijn, toen dat niet lukte was zes maanden de limiet, vervolgens zeker en vast voordat het eerste jaar om was en nu zegt ze – twijfelend – “ach ja, het is beter zo”.

Tijdens de afgelopen tien maanden heb ik geleerd dat ik keuzes heb. Ik heb andere keuzes moeten, kunnen en willen maken. Ik werk van half negen tot kwart voor vijf en geniet van deze limiet. Ik pendel niet zinloos omdat het zo hoort of omdat iemand me zou kunnen nodig hebben. Ik hoef niet nodig te zijn. Ik volg geen zinloze vergaderingen waaraan ik mentaal toch niet deelneem. Ik focus me op mijn taken en bepaal grotendeels zelf hoe ik deze opdrachten zo goed en efficiënt mogelijk uitvoer. Deze leefwijze bevalt me: ik slaap beter, heb thuis en op het werk tijd voor een praatje met mensen om me heen. Ik kan de dag afsluiten met een fietstochtje, met mijn vrienden, al sportend of lekker hangend in de zetel, op een terras of in het park.

Klinkt goed he? En toch…
Mijn vat met energie en goesting vult niet als bij toverslag bij. Als het vat af is, dan is mijn hoofd een wolk, willen mijn benen niet mee en wil ik enkel liggen. Ik probeer te luisteren en te handelen naar die signalen, als ik ze tijdig zie. Ik maak mijn agenda zo veel mogelijk leeg en vervolgens lig ik of ben ik wat allen in de natuur. Langzaamaan of lekker niets doen tot ik merk dat ik weer zin heb in actie en gezelschap.

Leuke dingen kunnen energie geven, maar een dag telt immer vierentwintig uren, waarvan ik bij voorkeur negen uren slapend doorbreng en als het mogelijk is in de namiddag graag een uur siësta geniet. Alles volplannen kan en wil ik niet. Dat betekent dat ik nog steeds op tijd en stond “neen” antwoord op een leuke of minder leuke uitnodiging. Soms met spijt in het hart, maar zonder berouw achteraf.

Mijn leven zal nooit meer zo energiek zijn zoals ik het altijd mocht beleven. Dat aanvaard ik, maar ik gedraag me nog niet altijd op die manier. De blauwdruk van Doortje roept continu om actie. Haar lichaam vraagt om balans. Ik balanceer op een koord dat nog in de maak is. Soms knapt het, klaar voor reparatie, soms sta ik er stevig bovenop en geniet ik met volle teugen van het uitzicht.