Column Burn-Out: In goede en kwade tijden

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Lieve partner, vandaag richt ik mijn woorden tot jou. Ik wil me inbeelden hoe deze heftige periode voor jou voelt. Ik wil het me inbeelden, maar ook weer niet. Ik ben zo bezig met mijn eigen herstel, dat ik geen ruimte heb om te denken aan jouw gedachten. Ik kan me niet inbeelden hoe jij verder leeft, terwijl mijn leven op pauze staat. Ik kan me niet inbeelden wat je denkt als we de vakantieplannen moeten aanpassen, als je plots niet meer mag werken in onze leefruimte, als ik niet meer alles dik oke vind. Ik kan me niet inbeelden of je rouwt of blij bent om het verlies van die brok energie in huis. Ik kan me niet inbeelden hoe het voor jou is om ineens een half huishouden te draaien bovenop jouw werk, terwijl ik al zucht en kreun bij het legen van de vaatwasser.

Lieve partner, dat jij al deze zaken voor me doet zonder een klaagzangetje: bedankt. Dat jij zacht voor me blijft en me niet de grond inboort als ik weer een nieuwe regel invoer: bedankt. Dat je openstaat voor verandering en dit aanmoedigt: bedankt. Dat je mij op momenten van totale wanhoop moed inspreekt en me toont welke weg ik al heb afgelegd: bedankt. Dat je de positieve invloed op jouw leven en op ons leven ziet en openlijk waardeert: bedankt. Dat je me midden in de nacht komt troosten als ik het niet meer zie zitten: bedankt.

Lieve partner, ik zou dom zijn als ik evenveel wil terugdoen. Ik zou mezelf bedotten als ik uit schuldgevoel heel veel goeds wil doen voor jou. Ik zou dom zijn als ik weer over mijn grenzen ga omdat ik vind dat jij dat verdient. Je verdient dat, maar een “het spijt me” is hier niet op zijn plaats, want ik doe bewust niets in ruil. Ik bewaak mijn grenzen als een leeuwin. De nachten dat ik het noorden kwijt ben en huil, de dagen dat ik me terugtrek in stilte, op die momenten ben ik aan het zoeken waar mijn grenzen eindigen en waar die van jou beginnen. Ik denk, ik laat los, ik overleg en ik ben bang. Op die momenten ben ik bang dat ik dezelfde denkpiste volg zoals ik altijd heb gedaan: jij, jij liefste partner bent de belangrijkste. Voor jou wil ik zorgen. Die denkpiste, met mijn omgeving als vertrekpunt, buig ik om voor een eerlijke vraag aan mezelf. Wat is mijn diepste wens en durf ik eraan toe te geven? Vervolgens spring ik, leg ik mijn wensen op tafel en antwoord jij rustig en hebben we begrip voor mekaars mening. We hebben hier geen ruzie over want we laten het zover niet meer komen. Ook jij had nood aan mijn nieuwe ik. Iemand die tijd heeft om met aandacht te luisteren naar jou, iemand die haar eigen leven even belangrijk vindt als dat van een ander. Iemand die nu nog zoekende is en altijd zoekende zal blijven.

Lieve partner, ik weet niet hoe het voelt om partner te zijn van iemand met een burn-out. Ik weet niet hoe het voelt om jou te zijn. Ik moet het ook niet weten. Maar als je erover wilt praten, weet dan dat ik luisteren zal.