Column Burn-out: Leren leven, les 1

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Mijn neefje kan schrijven. Vol concentratie perst hij letters uit zijn pen. Die letters belanden kriskras op het blad. Het is moeilijk om er een zin van te maken. Ik vraag hem rustig om zijn tekst voor te lezen, zodat hij niet in de gaten heeft dat wij moeite hebben met het ontcijferen van zijn zinnen. Hij schrijft namelijk niet meer graag omdat hij vaak de opmerking krijgt dat hij niet kan schrijven. Het gevolg kan je misschien wel raden. Helaas zal zijn schrift niet beteren zonder oefening.

Als geduldige tante probeer ik hem aan het schrijven te brengen door hem te prijzen voor zijn talent waarvan hij zelf nog niet op de hoogte is. Enkel oefening zal kunst baren denkt de verontwaardigde tante. “Geef de jongen toch wat zelfvertrouwen, dan komt dat wel goed.”

Enkele dagen later beweeg ik me in stilte door de velden en plassen terwijl de zon opkomt. Verdomde piekernacht waarin ik mezelf bevestigde dat ik nog lang niet alles kan. Na een leuk weekend zijn mijn emoties nog niet allemaal op zijn plek gekomen. Het lukt me zelden om voldoende afstand en stilte in te bouwen tijdens al die leuke activiteiten. Ik probeer wel rust te vinden, maar prent mezelf in dat het een struikelblok zal blijven. Verdorie. En hoe moet dat nu gaan als ik weer aan de slag ben? Hoe ga ik dan tijd maken voor mezelf? Hoe lang zal ik die extra verwerkingsperiode nodig hebben om mezelf goed te blijven voelen? Verdorie, laat me nu toch gewoon leven. Dat mag toch? Dat mag zeker, maar ik kan het niet. Ik kan het niet. Ik ben bang.

En dus doe ik het niet.
Het wordt lichter over de velden, maar ook in mijn hoofd. Tijd om geduldige tante te zijn voor mezelf. Als ik van dokter naar therapeut naar schriftjes blijf gaan vanuit de overtuiging dat zij me uit de onrust zullen trekken, dan leer ik het nooit alleen. Als ik mezelf blijf inprenten dat ik niet rustig kan leven, dan zal ik het nooit kunnen. Als ik mezelf voorhoud dat iedere dag een goede dag moet zijn en ik nooit mag balen, dan zal iedere slechte dag in mijn geheugen blijven kleven. Dan vergeet ik de vele mooie momenten.

Die mooie momenten mogen er zijn. Ik zie mezelf transformeren van een ineengestort wezen naar iemand die de wereld met rechte rug in de ogen durft kijken. Een dame die met plezier afspraken maakt, een film kan kijken, kan genieten van de stilte, kan dansen op muziek, kan slapen als een roosje, kan eten met smaak, kan wiegen in de zetel. En ja, met behoorlijke regelmaat trek ik me terug. Dat doet me deugd. En neen, ik ben geen actieve spring in het veld of trouwe shopping queen meer. Daar ben ik overigens niet rouwig om. Veel meer rust, veel minder noodzaak, veel meer tijd om te doen wat ik veel liever doe: niets, of iets schrijven, of in de bossen crossen, of gaan trainen, of de tijd voorbij zien gaan, of mijn vrienden bellen.

Dus vraag ik mijn neefje om te blijven schrijven, hij doet dat heel goed. En ook al valt het eens tegen. Langzaam maar zeker zullen wij allemaal zijn briefjes kunnen lezen en zal hij met veel plezier briefjes in het rond strooien. Zoals een peuter wiens ouders kraaien als hij mama of papa roept. En die mama of papa zullen hem vanaf dat moment verstaan. Zo zal mijn neefje leren schrijven. Zo zal ik leren leven.