Column Burn-Out: Mijn leven is geen hel

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

burnout

Neen, mijn leven is geen hel. Het is ook geen hemel, maar ik ben dan ook springlevend. Springlevend? Ja, maar met beperkte energie.

Waar ik vroeger door het leven gleed, rende, sprong op alles wat los en vast zat, probeer ik nu keuzes te maken. Ik ben me er bewust van geworden dat mijn energie en aandacht niet onuitputtelijk is. Ik weet dat mijn keuzes gevolgen hebben. Enfin, meestal weet ik dat en meestal leef ik hiernaar. Wanneer de uitdagingen en verlangens me weer in het oog springen en ik niet de tijd maak om hierover na te denken, spring ik nog regelmatig over de lat, met een onzachte landing tot gevolg: slapeloosheid, darmkrampen, eczeem en huilbuien.

Waar vroeger de dagen en nachten geluidloos in mekaar overgingen, merk ik nu op dat de zon schijnt op mijn gezicht. Dat haar stralen mijn lijf verwarmen. Ik merk op dat we nu in de herfst zijn en zie dagelijks de bladeren een andere kleur en vorm aannemen. Van donkergroen over rood naar geel en oranje, tot ze bruin van de bomen vallen en knisperen onder mijn voeten. De temperatuur daalt stilletjes, de wind wakkert aan en ik laat haar in mijn gezicht waaien. Breed glimlachend draai ik me in alle windrichtingen om het effect te voelen op mijn voorhoofd, mijn linker- en mijn rechteroor, mijn nek en mijn haren. Ik zie dat de zon op een andere plaats en uur de hemel verlaat onder een rode of gele gloed. Ik voel de regendruppels en zie de regenbogen, of ik ga er enthousiast naar op zoek wanneer de druppels vallen terwijl de zon nog schijnt.

Neen, mijn leven is geen hel. Ik kan genieten van de kleine dingen. Van vele kleine dingen. Maar het leven is niet meer zoals het was voor mijn instorting. Gesprekken voeren kost me moeite. Zinnen stromen niet meer uit mijn mond zonder me drie keer te verspreken. Na een gesprek heb ik tijd nodig om de indrukken te verwerken. Geen vijf minuten, maar wel een dik uur zonder enige afleiding. Een dik uur zonder enige nieuwe input om alle bedenkingen te laten binnenstromen zonder er iets mee te doen of te verwarren met een andere gebeurtenis. Gesprekken met meer dan drie personen vallen me zwaar. Te veel afleiding die ik niet kan vatten. Gesprekken in drukke ruimtes geven hetzelfde effect. Neen, feestjes zijn geen feest meer voor mij. Ja, ik hou nog van feestjes, maar bedank vriendelijk voor de gevolgen. Neen, ik laat ze graag aan mijn neus voorbij gaan. Mijn leven wordt er heus geen hel op. Deze keuze geeft me immers ruimte om van de kleine dingen te genieten, alleen.

Natuurlijk hoop ik dat ik weer langer met mensen kan omgaan zonder om te vallen van vermoeidheid. Natuurlijk hoop ik weer concerten en feestjes te kunnen bezoeken. Maar nu heb ik hier geen behoefte aan. Dit is niet gemakkelijk om over te brengen op mijn vrienden. Mijn lieve vrienden die ik, ook zonder feestelijke gelegenheden, kan ontmoeten.

Mag ik dat geluk noemen? Het geluk om rustig tevreden te mogen zijn. Ik maak die keuze en meestal lukt me dat, maar niet altijd. Op die momenten keert mijn geluk. En ook dat mag. Dat mag een keer gebeuren, dat mag zelfs twee keer gebeuren. Bij een derde keer moet ik lessen trekken en terug naar de eenvoud keren. Terug naar de basis: slapen, buiten komen, goed eten, alleen zijn, om vervolgens weer met een pakje energie de wereld tegemoet te treden als mezelf.