Column Burn-Out: Wat doe je de hele dag thuis?

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

Als ik dit schrijf, ben ik twee maanden thuis, niet aan het werk. Ik was een beetje moe… en ik ben het nog steeds. Ik val niet meer om van de slaap, waardoor ik ruimte heb om met mezelf te zijn. Want dat is hetgeen dat ik thuis doe: “zijn”.

 In de eerste weken na mijn instorting regeerde Het Lichaam met harde hand: gij zult slapen, gij zult uw benen niet tillen. Neen, mijn benen kwamen niet omhoog, hoe streng ik er ook naar keek, naar die benen. Mijn geest wilde overnemen door lange artikels te lezen over burn-out en overspannen zijn. Maar de boodschap drong niet door. Lettertjessoep. Langer dan 20 minuten op lettertjes en zinnen kijken lukte niet. Maar goed, de soep werd dagelijks gegeten. Na een maand kon ik terecht bij een therapeut. Alleen kon ik immers mijn energiereserves niet aanvullen. Mijn therapeut laat me kennismaken met de burn-out. Aarzelend spreek ik het woord uit.

 Vandaag is De Grote Slaapbehoefte getemd. Ik dans nu op energiereserves die niet bestaan.

Bij het opstaan piekt mijn energie. Ik sta mezelf toe om rustig wakker te worden: de radio gaat aan en weer uit, ik lees de krant en mijn mails, surf wat in het rond en ontbijt vervolgens zonder enig apparaat in de buurt. Lekker wassen en dan naar buiten: de natuur in. Wat er gebeurt in die natuur is moeilijk te omschrijven. Het voelen van de grond onder mijn voeten, ik stap nooit op asfalt. Het ruiken van de bloemen, vandaag heb ik zo de Cyclaam oftewel Alpenviooltje ontdekt. Wat een lekkere geur! Omgeven door bomen, groen, schaduw, vogeltjes, af en toe een passant die ik mag begroeten en waardoor ik mag begroet worden. Heerlijk.

Op voorhand probeer ik in te schatten hoeveel energie ik buiten kan besteden. Bij een overinschatting geraak ik niet terug aan de auto. Na mijn wandeling is het tijd voor andere energie: eten en een dutje. Zonder dutje overleef ik de dag tegenwoordig ook. Toch blijven dutjes een must. Alleen ik, soms slapend met de ogen toe, soms wakker. Lekker in een donkere kamer: geen licht, geen geluid. Rust.

 In de namiddag voel ik me meestal moe en mijmer ik wat, ga ik in de tuin zitten, neem ik een boek vast om weer neer te leggen. Je kan het dagvulling noemen, ik noem het “zijn”. Een kunst die ik niet ken, maar een kunst die ik al doende leer appreciëren.

Soms kan ik actie toe te voegen. Opruimen tot ik er geen zin meer in heb, lekker eten maken, een plantje in de grond steken, onkruid verwijderen, naar de bibliotheek gaan, bellen met een vriendin. Zo valt de avond rustig in. Steevast vergezeld van ontspanningsmuziek en een yoga sessie.

Tegenwoordig leg ik energie klaar voor iets anders: vrienden en familie ontmoeten. Sociaal contact vraagt veel energie. Het is moeilijk voor me om uren aan een stuk met iemand te spreken. ’s Avonds afspreken kan ik niet: dat is een recept voor een nacht lang wakker liggen. Afspreken in drukke omgevingen met veel mensen tegelijkertijd is al helemaal uit den boze. Ik ontmoet mijn dierbaren in beperkt gezelschap en geniet er van om te knuffelen, te lachen en even uit mijn cocon te treden. Die contacten zijn goud waard en doen me een week lang glunderen.

 Want hoewel mijn dagen vullen echt geen probleem vormt, is mijn eigenwaarde weer opkrikken een belangrijke bezorgdheid. Mijn enige taak. Dat lukt me niet met de toverstaf. Wel met veel geduld, aandacht voor wat ik wil, aandacht voor mijn vrienden en familie, en zeer veel aandacht voor mijn eigen lichaam en geest. Daar heb ik nu de tijd voor.