Daarom hou ik niet van voetbal

doorFamke Robberechtsop 01/07/2016

Famke is een voetbalmoeder tegen wil en dank.

Quote

'Ik ben bang dat er diep in mij een heuse hooliganmoeder verscholen zit'

‐ Famke Robberechts

Ik hou niet van voetbal. Nu de EK-gekte een beetje op afstand is, durf ik dat ook weer luidop te zeggen: ik hou niet van voetbal. Ik vind het een stom spel: elf overbetaalde ijdeltuiten die meer met hun ego bezig zijn dan met de bal én waarbij er na die lange negentig minuten vaak niet eens een winnaar is of een doelpunt valt. Aan mij krijg je het niet verkocht.


Toen ik zwanger was van mijn zonen is Boudewijn de Groot met zijn 'Als het maar geen voetballer wordt' weleens door mijn hoofd geschoten, maar ik ging ervan uit dat we die mogelijkheid door onze opvoeding makkelijk buitenspel (pun intended) konden zetten. Toen Lex en Sepp voor het eerst met een bal in contact kwamen, riepen mijn man (basketter) en ik (volleybalster) steeds in koor: 'Een bal dient om mee te gooien, niet om tegen te sjotten'.
Echt, ze mochten elke hobby kiezen die ze wilden, van aquagym tot zweefvliegen, maar ik ging NIET elke zondagochtend in weer en wind aan de zijlijn van een modderig veld staan, terwijl mijn collega-ouders - in het beste geval - verwensingen gooien naar het hoofd van de scheidsrechter. Nooit. Jamais. Nimmer.


Maar je voelt me al komen ... Toen mijn oudste zes was kwam hij helemaal in de ban van het voetbal. Tegen iedereen die luisteren wou, verzuchtte hij: 'Mijn grote droom is om bij een club te voetballen, maar ja, dat mag niet van mijn mama', waarop hij keek alsof al het gewicht van de wereld op zijn tengere schoudertjes rustte. En toen ik hem vroeg of hij al wist wat hij dat jaar aan de Sint wou vragen (meestal begint hij midden juli met een lijstje), antwoordde hij gelaten: 'Ach mama, wat ik écht wil dat kan zelfs de Sint me niet brengen' en hij streelde nog eens over zijn Rode Duivels Paniniboek.

Dus schreven we hem dik tegen onze goesting in bij de plaatselijke club en werd mijn bevroren- tenen-in-gummilaarzen-nachtmerrie werkelijkheid.

Maar als ik héél eerlijk ben, ligt er een veel existentiëlere angst verborgen onder al mijn gemekker over modder en stomme buitenspelregels. Ik ben namelijk bang dat er diep in mij een heuse hooliganmoeder verscholen zit. Dat de eerste keer dat een ander kind het mijne tackelt, mijn laagje beschaving verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik tierend het plein op schiet. Dat ik de auto wil bekrassen van de arbiter die onterecht een doelpunt van mijn kind afkeurt. En dat ik de coach haatmails zal sturen omdat Lex maar 34 minuten en 47 seconden heeft mogen spelen. Ik zal mijn uiterste best doen om zelfs in de meest barbaarse omstandigheden mijn waardigheid te bewaren, maar ik beloof niets.