Olivia belandde als vijftienjarige in een rolstoel na een ongeval met een bus: "Ik hou van mijn lichaam, maar het maakt me ook boos"

doorRedactieop 25/01/2022

Elke maand zetten we een lezeres in de schijnwerpers die na een moeilijke periode vrede nam met haar lichaam. Vandaag laten we de 17-jarige Olivia aan het woord, die na een ongeval met een bus in een rolstoel terecht kwam.

Naam: Olivia - Leeftijd: 17 - Woonplaats: Steendorp - Studie: 6de jaar moderne talen/ wetenschappen - Hobby: tekenschool, schilderen

Ik was 15 en kwam net van school. Een bus stopte om me te laten oversteken. Vermoedelijk bleef ik daarna met mijn boekentas ergens haken, waardoor de bus me meesleurde en ik eronder belandde. De wielen reden over mijn bekken. Het gebeurde allemaal heel snel, maar ik was de hele tijd bij bewustzijn. Plots lag ik op de grond en stond iedereen rondom mij te schreeuwen en te wijzen. Het laatste wat ik me herinner, is dat ik in de ambulance getild werd. Gezien de ernst van de verwondingen werd ik voor een aantal dagen in een kunstmatige coma gebracht.
Tijdens de coma werd ik twee keer geopereerd. Mijn bekken werd gereconstrueerd met metaal. Ik had enorm veel bloed verloren en de dokters konden moeilijk voorspellen of ik het zou halen. Zelf herinner ik me weinig van de tijd op intensieve, want ik zat onder de morfine. Toen ik wakker werd, deed alles pijn. Ik kon alleen mijn hoofd en armen bewegen. Daarna onderging ik noodgedwongen nog drie operaties, omdat ik een open wonde aan mijn heup had. Pas toen de wonde geheeld was, kon de revalidatie beginnen. Door de pijn was het afbouwen van de morfine een zeer vervelende en experimentele zoektocht.

Na drie maanden platliggen in het ziekenhuis moest ik alles opnieuw leren. Ik bracht een half jaar door in het kinderrevalidatiecentrum van het UZ Gent. In het begin ging het vlot: de eerste keer weer rechtzitten, de eerste keer rechtstaan, de eerste keer een stap zetten. Niet dat het gemakkelijk was, maar ik trok me op aan de succesvolle ‘eerste keren’. Na het revalidatiecentrum werd een traject bij een sportkinesist opgesteld, met drie sessies per week. Ik doe plichtsgetrouw mijn oefeningen, maar het frustreert me dat de progressie sindsdien veel kleiner lijkt. Momenteel kan ik een twintigtal minuten met krukken lopen, maar nadien is de rolstoel toch weer noodzakelijk.

Sinds het ongeval heb ik een haat-liefdeverhouding met mijn lijf. Natuurlijk hou ik ervan. Ik ben door het oog van de naald gekropen en het heeft bijna onmogelijke dingen gedaan! Toch maakt mijn lichaam me soms ook boos. Boos omdat de chronische pijn ervoor zorgt dat ik niet verder raak in mijn revalidatie. Mijn lichaam is veranderd sinds het ongeval. Het voelt voor mij asymmetrisch doordat de spieren allemaal opnieuw opgebouwd moesten worden. Kleren kiezen is een gevecht in mijn hoofd: een skinny jeans is zelfs na twee jaar nog te pijnlijk en mijn bekken hou ik liever verstopt. Mijn littekens daarentegen, die maken me trots. Ze vertellen mijn verhaal en herinneren me eraan dat ik ongelooflijk sterk ben. Als ik door zo’n moeilijke revalidatie ben geraakt, wat kan mij dan nog stoppen in het leven?

Mijn grootste droom is om opnieuw te kunnen zijn zoals iedereen van mijn leeftijd. Daarmee bedoel ik spontaan dingen kunnen inplannen, zelfstandig mijn weg zoeken in het leven en pijnvrij zijn. Al vrees ik dat dat laatste nooit helemaal zal lukken. Hoewel de dokter toestemming geeft voor zwaardere pijnstillers, gebruik ik zo weinig mogelijk medicatie. Anders zou ik niet meer naar school kunnen gaan van sufheid. Momenteel volg ik halftijds onderwijs. Ik red me via Bednet, notities van lieve vriendinnen en momenten van zelfstudie. Na dit jaar zou ik heel graag aan de universiteit van Gent studeren, maar ik maak me er toch wat zorgen over. De toekomst zal uitwijzen of het me lukt, maar ik wil er alvast voluit voor gaan!’