Wat is mindful sporten? Redactrice Sophie test het uit: “Na 5 minuten ben ik het al beu”

doorSophie Vereyckenop 18/11/2020

Superhandig, zo’n sportapps en trackers. Ze helpen lopers om hun prestaties en trainingen bij te houden. Het enige jammere: ze geven je ook het gevoel dat het steeds verder en sneller moet. Als tegenreactie wordt mindful sporten populairder. Hierbij zijn niet je statistieken van belang, wel je houding, hoe je beweegt en ademt. De ideale manier om te sporten tijdens de lockdown? Onze redactrice Sophie - een diehard hardloper - testte het uit. “Ik voel hoe mijn hielen het grindweggetje raken, hoe mijn armen en mijn benen in harmonie samenwerken.”

Iedereen die regelmatig de loopschoenen aantrekt, die weet: soms zijn er van die momenten waarop alles goed gaat. Onlangs had ik zo’n zeldzame ervaring waarbij de hardloopplaneten op één lijn stonden Het weer zat goed, mijn playlist was net geüpdatet en mijn benen voelden onvermoeibaar. Tijdens het lopen wist ik al: dit zou een van mijn beste runs ooit worden. Of op z’n minst een paar toptienplaatsen opleveren in het Stravaklassement. Voor wie de app nog niet kent: Strava houdt je prestaties nauwgezet bij. 

Het was twintig kilometer puur genieten. Enfin, totdat ik mijn sporthorloge wilde afzetten en bleek dat het ding überhaupt niet eens aangesprongen was. Geen kaartgegevens, geen persoonlijke ­records, kroontjes of kudo’s (likes in Stravaland). Ik zou niet eens kunnen zien wat mijn gemiddelde hartslag was, welke tussentijden ik gelopen had en hoeveel hoogtemeters ik exact in de benen had. Meer nog: al mijn Stravavriendjes zouden denken dat ik die ochtend gewoon lui in bed was blijven liggen. 

Hoe kinderachtig ik het ook vind van mezelf, het verlies doet nog altijd een beetje pijn. Maar het zette me wel aan het denken. Hoe komt het dat we zo verslingerd zijn aan al die trackers, tellers en apps? Kunnen we nog even hard van sporten ­genieten zonder die technologische ­toestanden? En slaan we er niet te ver in door?

Meten is (z)weten

De verklaring hoeven we niet zover te zoeken. Het menselijk ras is nu eenmaal dol op lijstjes. Geef ons een pen en een notitieblokje, en er staan in een oogwenk tien lijstjes op. En cijfers zijn leuk, maar het is nog leuker als ze over onszelf gaan. En laat dat nu precies zijn wat sportapps en -trackers doen, vertelt Kris Peeters, sportarts en ervaren begeleider van atleten. “Wearables en apps zijn de ­ideale manier om te objectiveren wat we ­gedaan hebben. Die data zorgen ervoor dat je over een langere periode heel precies je training en vooruitgang in het oog kan houden.” 

Iets waar sporters – zelfs de recreatieve – gevoelig voor zijn: je ziet zwart-op-wit dat al die uren zweten wel degelijk iets opleveren. En ze hebben hun praktische nut: “Sommige trackers geven feedback over je trainingsintensiteit en waarschuwen je als je het iets rustiger aan moet doen. Of wist je dat je op Strava je loopschoenen kan registreren? Zo weet je precies wanneer ze aan vervanging toe zijn om ­blessures te voorkomen.” 

Al moeten we – zeker in de maatschappij van vandaag – vooral het sociale aspect niet vergeten, vermoedt de sportarts. “In tijden waarin social distancing de norm is, vormen apps en trackers een manier om met elkaar in contact te blijven.” Iets wat psychologe ­Mariska Fissette beaamt: “Je ziet dat hele vriendengroepen dezelfde apps gaan installeren, om elkaar zo te blijven volgen. Dankzij de segmenten – specifieke delen van een route – kan je jouw prestatie perfect vergelijken met eerdere pogingen van vrienden en andere sporters. Zo krijg je een gamification-effect: door elkaar aan te moedigen en af te troeven maak je er een spelletje van. En dat werkt natuurlijk erg motiverend.”

Iedereen een topatleet

Wat ons meteen bij het grootste succes van apps en trackers brengt: zien sporten doet sporten. De ritten en loopjes van anderen inspireren ons om zelf de sportschoenen aan te trekken, zeker als zo’n app aangeeft dat je zelf nog niet ­zoveel gepresteerd hebt. Al schuilt daar de grote valkuil, waarschuwt Fissette. “We hebben allemaal geldingsdrang, iets wat we evolutionair kunnen verklaren. In de oertijd was het letterlijk van levensbelang om continu bezig te zijn met anderen. Pas ik nog wel bij de groep? Draag ik iets bij? Vinden ze me wel aardig? Als het antwoord ‘nee’ was, werd je eruit gegooid en slonken je eigen overlevingskansen. Dat zit nog altijd in ons brein en werkt ­motiverend, maar het kan ook contraproductief zijn.” 

Zo gebeurden er al meermaals ongelukken omdat een ambitieuze fietser per se een KOM (King of the Mountain, de nummer 1-plaats in het Stravaklassement op een bepaald routesegment) wilde scoren. Het aanhoudende gevoel dat we moeten presteren kan ervoor zorgen dat we over onze grenzen gaan. Kris Peeters: “Als je ziet dat een vriend het ergens beter gedaan heeft, ga je jezelf misschien nóg harder pushen om hen weer te overtreffen. Op zich is daar niets mis mee, maar zo kan je op termijn te maken krijgen met blessures of overtraining. Of het gevoel dat het nooit goed genoeg is.” 

Want wat als je heerlijk gelopen of gefietst hebt? Voldaan thuis in de zetel ploft, en vervolgens in de app ziet dat je cijfertjes en statistieken toch tegenvallen? Dat het minder ver was dan vriendin X en minder snel dan vriend Y? Dat is moeilijk, zeker in een tijdperk waarin ­iedereen plots marathons en triatlons doet. Waarin het lijkt alsof je niet gezond bezig bent, als je niet elke week 200 kilometer fietst. Bovendien is onze vergelijkingskring groter dan vroeger, aldus Fissette. “Door sociale media en apps is de wereld een groot dorp geworden. Je kan je dus niet alleen meten met je buurmeisje of collega, maar evengoed met de beste ­triatleten en topsporters. En dan krijg je al snel het gevoel dat het steeds meer, verder en sneller moet.”

Mind over meten

Precies dat heeft geleid tot de opkomst van een totaal nieuwe manier van bewegen: mindful sporten. Niet je prestaties en statistieken zijn van belang, wel je houding, hoe je beweegt en ademt. Zo kwam sportmerk ASICS met een ‘Blackout Track’. Een parcours volledig in het duister, waar je een ‘mentale marathon’ loopt: 10 kilometer in het donker, zonder enige vorm van afleiding. Nike ging dan weer een samenwerking aan met de mindfulnessapp Headspace en lanceerde meditatiesessies voor tijdens het sporten. 

Sportarts Kris Peeters is alvast niet verbaasd: “In de dagelijkse ratrace wordt sporten al te vaak een extra vorm van druk in plaats van ontspanning. Mindful sporten biedt daar een antwoord op.” Door alle afleiding – trackers, muziek, gezelschap – achterwege te laten, kunnen we focussen op ons lichaam en de natuur, en dat heeft tal van voordelen, voegt Mariska Fissette daaraan toe. “Uit onderzoek blijkt dat even in het groen zijn en die natuur bewust in je opnemen, ontzettend kalmerend werkt. Door aandachtig te luisteren naar je lichaam, word je je bewuster van je gedachten en emoties.” 

Al is het grootste voordeel van mindful sporten dat we trainen om in het ‘nu’ te leven. “We zijn almaar bezig met waar we nog naartoe moeten, en vergeten daarbij vanwaar we komen. In plaats van trots te zijn op wat we al bereikt hebben – misschien kon je vroeger zelfs nog geen 5 kilometer lopen – focussen we op die marathon die we nog niet kunnen. Dat is zonde, want zo verwaarlozen we de kleine successen die het leven net waarde geven.” Niet de finishlijn is het meest betekenisvolle, wel de weg ernaartoe.

Redactrice Sophie ging mindful lopen

“Ik hou van hardlopen. Letterlijk. Ik loop. Hard. Veters toe, oortjes in – want wie naar muziek luistert, loopt sneller – en gaan. Heerlijk vind ik dat. Je begrijpt: mindful lopen bleek een behoorlijke uitdaging. De bedoeling is net dat je je vertrouwde afleiders thuislaat. Geen opzwepende beats, geen cijfertjes of de lokroep van nieuwe ‘personal records’. Kortom, ik bleef het voor me uit schuiven. Tot ik tijdens een weekje in Bourgondië ontdekte dat ik mijn oortjes vergeten was. Het uitgelezen moment om het te proberen. Als ik dan toch mindful moet lopen, kan ik het maar beter tussen de Franse velden doen dan op het Belgische asfalt.” 

“Eerlijk? Al na vijf minuten (of zo voelt het toch) ben ik het beu en wil ik weten hoelang nog. Helaas ligt mijn horloge braaf thuis te wachten en heb ik geen flauw idee. Gelukkig heb ik advies gekregen van Mariska Fissette voor de moeilijke momenten (in mijn geval: van bij de start): ‘Doe een bodyscan, dat is een eenvoudige manier om aandacht te hebben voor wat er met je lichaam gebeurt.’ Zo getipt, zo gedaan. Ik keer de blik naar binnen en merk meteen op dat mijn ademhaling met horten en stoten gaat. Ik probeer langzaam door de neus in te ademen, en langs de mond weer uit. Adem in, adem uit. Al snel merk ik dat die kleine verandering mijn pas vertraagt. Ik voel hoe mijn hielen het grindweggetje raken, hoe mijn armen en mijn benen in harmonie samenwerken. Na een tijdje merk ik dat mijn bovenbeen stram aanvoelt. Een oude blessure die soms opspeelt. Ik denk aan de tips van mijn kinesist, probeer mijn linkerknie bewust meer naar buiten te draaien. De pijn ebt weg. Ik zie de wijnranken, de azuurblauwe lucht met hier en daar een verdwaald wolkje. Als ik weer thuis ben, is mijn hoofd helemaal leeg. Zalig. Ging het traag? Ongetwijfeld. Maar ach, niemand die het ooit zal weten.”