Ik lust dat niet ...

doorValérie Wautersop 16/05/2017

Over smaken en kleuren valt niet te twisten, zo beweert het bekende spreekwoord. Maar als je meer dingen niet lust dan wel, kan dat een flink struikelblok vormen in je dagelijks leven.

Wanneer een kind bedankt voor een portie groenten of een spaghetti zonder saus bestelt op restaurant, wordt dat meestal met de mantel der liefde bedekt. Een heel andere situatie doet zich voor als de tafelgenoot in kwestie tram drie of vier al voorbij zien rijden heeft. Niet zelden resulteert zijn 'Ik lust dat niet' dan in gezucht of ooggerol aan de overkant van de tafel. Zit het probleem van kieskeurige eters echt alleen tussen de oren? 'Die bewering is wat kort door de bocht', stelt An Vandeputte, gedragstherapeute en directrice van Eetexpert, het kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen. 'Net zoals er heel wat kinderen zijn die niets moeten hebben van champignons, lopen er evengoed volwassenen rond die ervan gruwen. Zodra je achttien bent, hoef je heus niet alles in een vingerknip te lusten. Zolang je afkeer geen onoverkomelijke hindernis vormt in jouw dagelijkse leven, is er overigens geen sprake van een probleem. Pas wanneer je etentjes vermijdt omdat je bang bent dat je iets voorgeschoteld krijgt dat op je verboden lijstje staat, je eetpatroon zo een- zijdig wordt dat je niet alle essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt of je culinaire kieskeurigheid thuis voor spanningen zorgt, wordt het misschien wel tijd om in te grijpen. Maar dat kan alleen als de 'viesneus' zelf aan de alarmbel trekt. Druk werkt net zomin bij een volwassene als bij een kind.'

Terug naar het begin

Terug naar de paddenstoelen: een lekkernij volgens de een, een slijmerig boeltje volgens de ander. Hoe valt dat te verklaren? Eén ultieme oorzaak is er niet. 'Het niet lusten van iets kent sowieso verschillende redenen. Een eerste is te vinden in de manier waarop onze smaakpapillen geprogrammeerd zijn', aldus An Vandeputte. 'Bitter associëren we van nature met vergif; zure smaken linken we met bederf of onrijp voedsel. Zoet, de eerste smaak die zich ontwikkelt, wordt daarentegen sinds de oertijd in verband gebracht met rijpe voedingsmiddelen die energie en vitamines leveren. Net daarom zal een gesuikerde versnapering er als zoete koek in gaan, terwijl die portie spruitjes weleens weerstand kan veroorzaken. Een dergelijke aangeboren afkeer voor bitter en zuur gaat hand in hand met neofobie oftewel de angst voor nieuwe voedingsmiddelen. 'Die steekt ongeveer na het eerste levensjaar de kop op, niet toevallig de leeftijd waarop kleintjes de wereld met kleine stapjes beginnen te ontdekken. In die fase belandt zowat alles wat de kinderhand grijpen kan in de mond. Is het bitter of zuur - en dus mogelijk gevaarlijk - dan zal het voedingsmiddel in kwestie snel weer uitgespuwd worden. Kieskeurigheid is in deze periode dus uiterst functioneel.' De experte vergelijkt het leren eten met slapen: in beide gevallen is er volgens haar sprake van een groeiproces. 'Net zoals een kind gaandeweg het verschil tussen dag en nacht leert, kent het eetproces verschillende stadia. Zo gaat er rond het zesde levensjaar een accordeon aan smaken open voor kinderen en worden ze doorgaans nieuwsgierig naar al die kleuren, vormen en texturen op hun bord. Dat vormt de ideale gelegenheid om groenten als spruitjes of broccoli te introduceren.' Is de eerste keer geen succes? Niet getreurd, aldus de gedragstherapeute. 'Door een voedingsmiddel regelmatig aan te bieden, raakt je kind ermee vertrouwd. Zo leert het dat het veilig is, zelfs als het bitter is. Hier geldt wel een gulden regel: laat je kinderen proeven, maar dwing hen niet om hun bord meteen leeg te eten.'

Tafelstrijd

Net daar durft het proces al eens spaak te lopen en wordt mogelijk de kiem gelegd voor een levenslange afkeer, zegt de experte. 'Ook hier is haast en spoed zelden goed. Soms willen ouders te graag dat hun kind iets leert eten. Daardoor ontaardt het avondmaal in een tafelstrijd: het kind móét en zal die tomaat opeten. Mogelijk zal het dat na veel gehuil of geweiger wel doen, maar de spanning die ermee gepaard ging, zal de afkeer voor het product alleen versterken. Dat negatieve gevoel blijft soms decennialang sluimeren.'

Te veel druk zetten is dus geen goed idee, de handdoek te vroeg in de ring gooien evenmin. 'Als de strijdbijl te snel begraven wordt, krijgt het kind de kans niet om aan een smaak te wennen en zal het de rest van zijn leven zijn neus ervoor ophalen. Vaak zien we trouwens dat als mama of papa niet zo dol is op pakweg vis, het kind geneigd is om die afkeer over te nemen. Dat kan te maken hebben met een gebrek aan proefbeurten, maar evengoed speelt een gebrek aan enthousiasme van de volwassenen mee. Zoals ze in het Engels zeggen: monkey see, monkey do.'

Smaken verschillen

Alle schuld op de ouders schuiven is echter al te makkelijk. Selectiviteit heeft haar wortels lang niet altijd in de kindertijd, verduidelijkt de experte. Ook het individuele aspect weegt door. 'Waarom staat de ene volwassene te popelen om dat exotische restaurant uit te proberen, terwijl de andere het liever bij stoofvlees met friet houdt? Het is een situatie die parallellen vertoont met het gedrag van kinderen in de speeltuin. Het ene kind zal meteen de tocht naar de top van het klimtuig inzetten, terwijl het andere eerst voorzichtig de ruimte verkent. Dat spanningsveld tussen impulsiviteit en bedachtzaamheid wordt gelabeld als temperament. Zo'n observator zal ook aan tafel alles wat nieuw is eerst grondig onderzoeken, terwijl een durver meteen aanvalt.'

Verder blijken bepaalde personen al van kinds af aan gevoeliger voor bitter. Daardoor nemen ze de smaak scherper waar, wat het moeilijker maakt om bittere voedingsmiddelen - helaas vallen heel wat groenten in die klasse - te aanvaarden. Nog anderen doen onderweg een slechte ervaring op. Een stukje rauwkost dat in de keel blijft steken, kan bijvoorbeeld de basis leggen voor een blijvende aversie.

Met de jaren

Toch is niet lusten niet altijd louter een kwestie van persoonlijke smaak, ervaring of lef. Zo wordt wat we op ons bord scheppen deels bepaald door de leeftijdsfase waarin we ons bevinden. An Vandeputte: 'Suiker is de eerste smaak die we weten te appreciëren. Zoet is goed, en daarom geldt bij kinderen het credo 'hoe meer, hoe liever'. Een suikerklontje werken ze zonder moeite naar binnen, terwijl de gemiddelde volwassene dat toch niet zo'n smakelijk idee vindt. Logisch ook: zodra we de adolescentie bereiken, hanteren we een optimaal zoetheidsniveau als maatstaf. Maar ook dat is onderhevig aan de tijd. Naarmate de jaren verstrijken, zwakt onze smaakbeleving namelijk af. Daardoor verkiezen oma en opa hun eten net wat gekruider dan hun (klein)kinderen. Pubers experimenteren dan weer met alles - eten incluis. Wees dus niet al te bezorgd als je tiener en de ketchupfles plots onafscheidelijk worden.'

Tot slot blijkt onze woonplaats eveneens een rol te spelen. An Vandeputte: 'Bij olijven lijkt het een of-ofkwestie: je lust ze of niet. Het is maar de vraag hoe vaak de weigeraars er eentje geproefd hebben. De typische Vlaamse keuken serveert ze nauwelijks in haar gerechten. Broccoli en spruitjes worden doorgaans ook niet meteen als de smaaksensatie van de eeuw beschouwd, maar omdat ze vaker op tafel komen en op verschillende manieren bereid worden, zullen we sneller geneigd zijn om de smaak ervan te accepteren. Zo wordt wat je lust dus mee bepaald door de plaats waar je geboren en getogen bent.'

Zo leer je alles eten

1. Doe alles stapje voor stapje

Volg vooral je eigen tempo. Iets leren eten heeft tijd nodig. Je zal meer dan eens op je tanden moeten bijten als je gruwelgerecht voor je neus staat. Dwing jezelf niet om meteen een hele portie ervan naar binnen te werken. Werk met kleine hapjes en tweede, derde en vierde kansen. An Vandeputte: 'Overtuig jezelf om gewoon een klein beetje rauwkost te proeven. Je zal merken dat het deze keer níét in je keel blijft haperen. Integendeel, als je buik aan het knorren is, zullen die groentjes dat onaangename hongergevoel zelfs stillen. Begin met één hapje en probeer de volgende keer iets meer te eten. Na een tijdje zullen de positieve ervaringen zwaarder wegen dan de negatieve. En zullen de groenten je veel beter smaken.'

'Iets leren eten is overigens geen race tegen de klok. Neem dus gerust je tijd om uitgebreid te proeven en verschillende bereidingswijzen uit te proberen. Heb je een partner die niet al te veel lust? Vervelend, maar te veel druk op hem of haar leggen zal net averechts werken. Gun je geliefde de kapiteinsrol in het proefproces en toon begrip. Samen inkopen doen en koken zijn goede manieren om hier als koppel mee om te gaan. Door samen te beslissen wat er op tafel komt, wordt alvast heel wat wrevel en geruzie vermeden. Eventueel kunnen jullie samen een weekmenu opstellen waarin telkens een ingrediënt aan bod komt dat je partner wil leren eten.'

2. Experimenteer in de keuken

Niet lusten heeft met veel meer dan smaak te maken, weet An Vandeputte. Neem daarom de voedingsmiddelen die je niet lekker vindt eens onder de loep. Wat wekt er precies jouw afkeer op? 'Vaak is het vooral de vorm waarin iets gepresenteerd wordt. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat ze geen spruitjes lusten omdat de typische geur die vrijkomt tijdens het koken hen al doet kokhalzen. Maar een quiche met spruiten eten ze (onbewust) vaak wel, omdat de structuur en geur van dat gerecht anders zijn.' Dé manier om van je afkeer af te raken is dus experimenteren. Pureer, bak, wok: variatie is de sleutel tot succes!

3. Laat trauma's los

Soms hangt de afkeer voor bepaalde voedingsmiddelen samen met een negatieve ervaring. Werd je ziek na het eten van een stukje paprika? Dan is de kans groot dat je hersenen een link leggen tussen die twee gebeurtenissen. Bleef er ooit een visgraat in je keel haperen? Dan bestaat de kans dat je een blijvende aversie voor vis ontwikkelt, gebaseerd op het idee dat je er misschien in zou kunnen stikken.' Wanneer het zien of ruiken van bepaalde voedingsmiddelen gepaard gaat met angstgevoelens of sterke lichamelijke signalen als misselijkheid, zweten of duizeligheid, kan je het best bij een psycholoog, huisarts of diëtist aankloppen. Die zal samen met jou op zoek gaan naar de bron van je extreme gevoelens, zodat je de negatieve associatie kan loskoppelen.

4. Het oog wil ook wat

Er wordt weleens gezegd dat je van een mooie tafel niet kan eten. In de letterlijke betekenis is dat spreekwoord onzin: in een ontspannen, sfeervol kader zijn we namelijk altijd geneigd om meer te genieten van onze maaltijd. De experte: 'Een tafel die met zorg gedekt is, nodigt meer uit dan een exemplaar waarop de borden en het bestek argeloos neergegooid lijken. Wat het gerecht zelf betreft, gelden dezelfde regels. Een volwassene zal je weliswaar niet doen eten door met het voedsel op zijn bord een lachebekje of een zonnetje te maken, maar toch speelt ook hier de presentatie een rol. Serveer de proever in kwestie geen hele hompen puree of grote hopen van de groente die hij niet lust. Maak er daarentegen een zo appetijtelijk mogelijk bordje van. Zelfs als je voor jezelf gekookt hebt, kan dat een wereld van verschil betekenen qua smaakervaring.'