1 op de 5 heeft een slechte adem. Twee tandartsen leggen uit hoe je er vanaf raakt: “Muntjes, kauwgom of tandpasta zijn er niet tegen opgewassen”

doorNathalie Topsop 12/10/2021

We komen stilaan weer dichter bij elkaar. En dat levert soms onaangename geurtjes op. Minstens een vijfde van de mensen kampt ermee, maar niemand die er een woord over rept: halitose of mondgeur. Hoe komt het dat zoveel mensen last hebben van een slechte adem, en vooral: wat kan je eraan doen? De tandarts weet raad. “Bij negentig procent is de oorsprong te vinden in de mond.”

Wat is de medische term voor een slechte adem? Die vraag werd het afgelopen jaar opvallend vaak aan online zoekmachine Google gesteld. Het antwoord hierop luidt halitose, wat letterlijk ‘akelige lucht’ betekent. ­Wereld­wijd steeg de interesse in het ­onderwerp exponentieel, zo leert een blik op Google Trends, de onlinetool die de ­populariteit van zoekopdrachten in kaart brengt. Met dank aan de mondmaskerplicht, zo blijkt. 

“Een mondmasker biedt maar ­beperkte ruimte voor de uitgeademde lucht. ­Daardoor concentreert en circuleert de lucht zich nu dichter bij de neus”, legt pro­f. Marja Laine uit. Zij is hoogleraar orale diagnostiek, sectie Parodontologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam. “En dat is soms schrikken. Ik hoor mensen nu ­inderdaad vaker over een onaangename mondgeur klagen. Maar of het probleem echt gegroeid is, valt wetenschappelijk niet hard te maken. Ik denk dat het vooral gevoelsmatig is: mensen zijn zich bewuster geworden van hun eigen adem.”

Date-dealbreaker

Laten we eerlijk zijn: iedereen heeft weleens last van een onfrisse adem. Aan mediterraanse of Aziatische gerechten zit bijvoorbeeld weleens een ‘luchtje’, met dank aan het veelvuldige gebruik van knoflook, uien of sterke kruiden. Vroeger ondervonden we daar zelf weinig hinder van, terwijl een mondmasker ons nu met onze neus op de onwelriekende feiten drukt. En ook de ochtendstond heeft vaak een geurtje in de mond: heel wat Belgen ontwaken met een onfrisse adem en een droge mond. In beide gevallen gaat het om een probleem dat tijdelijk van aard is, en verholpen kan worden met een glaasje water en een goede mondhygiëne.

Helaas is er een groep voor wie een poetsbeurt geen verademing vormt. Zo’n twintig à dertig procent van de ­bevolking lijdt aan persisterende halitose, oftewel een slechte adem die maar blijft aanhouden. “Een probleem waar de medische wereld algemeen gezien nog te weinig ervaring mee heeft”, stelt prof. Marc ­Quirynen. Bij hem in het UZ Leuven komen er wekelijks mensen op halitoseconsultatie. 

Ook prof. Laine houdt een slechteademspreekuur in het ­Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. “In negentig procent van de gevallen is de oorsprong daarvan te vinden in de mond, waar bacteriën zich op diverse plaatsen kunnen ophopen en vermenigvuldigen”, bevestigen beide experts. “Ze overleven op afvalproducten in de mondholte, zoals voedingsresten en oppervlaktecellen. Bij het afbreken daarvan worden zwavelhoudende gassen geproduceerd. Die zijn onzichtbaar, maar niet onruikbaar: omstanders nemen ze waar als een pene­trante geur. Eentje waartegen muntjes, kauwgom of tandpasta overigens niet opgewassen zijn.”

Welke onwelriekende luchtjes precies uitgeademd worden, verschilt van mond tot mond. Maar dat je er geen harten mee verovert, staat wel vast: meer dan een derde van alle singles vindt een onfris ruikende adem de grootste afknapper tijdens een eerste date, aldus een enquête van de British Dental Health Foundation. Prof. Laine: “Halitose is niet alleen een medisch, maar ook een sociaal en psychologisch probleem dat de levenskwaliteit van patiënten danig aantast. Mensen worden ontzettend onzeker, gaan zich isoleren of krijgen relationele problemen. Soms maakt een slechte adem het koppels bijvoorbeeld onmogelijk om nog een slaapkamer te delen.”

Ik ruik wat jij niet ruikt

Halitosepatiënten ondervinden dus heel wat hinder. Het grootste probleem? Ze zijn zich in eerste instantie zelf van geen kwaad bewust, legt prof. Laine uit. “Vergelijk het met parfum: wie elke dag hetzelfde geurtje op zich spuit, zal daar na verloop van tijd steeds meer van gaan gebruiken. Je neus raakt namelijk aan de geur gewend, en ruikt hem daardoor niet meer. Dezelfde gewenning treedt op bij mensen met een slechte adem.” 

De zelfdiagnosetrucjes die dokter Google aanraadt, blijken bovendien niet te werken. “Er bestaat momenteel nog geen ­objectieve manier om zelf vast te stellen of je adem slecht ruikt. Van een kommetje met je handen maken en erin uitademen tot aan opgedroogd speeksel ruiken: niets van dat alles levert een betrouwbaar resultaat op. We hebben anderen nodig om ons erop te wijzen dat onze adem niet bijzonder fris ruikt.”

Maar die houden de lippen meestal stijf op elkaar, omdat er nog een taboe vanjewelste rond het onderwerp hangt. De overgrote meerderheid van de patiënten loopt daardoor heel lang onwetend met halitose rond. Hoelang precies, dat bracht prof. Quirynen bij zijn eerste tweeduizend patiënten in kaart. “Zo’n vijf procent daarvan kampte er ‘nog maar’ een jaar mee. De overgrote meerderheid ervan leed er al minstens vijf jaar aan – soms zelfs al vijftien jaar.”

“Ik snap dat het lastig is om mensen daarop te wijzen. Als ik thuis na een maaltijd te horen krijg dat mijn adem slecht ruikt, ben ik daar ook niet blij mee”, vervolgt de parodontoloog. “Zelfs voor tandartsen blijft het een gevoelige kwestie. Nochtans bewijs je iemand er wel degelijk een dienst mee: in de meeste gevallen kan het onwelriekende probleem vrij snel verholpen worden.”

Halitofobie

Een frappante bevinding uit het halitoseonderzoek van prof. ­Quirynen: bij zo’n zestien procent van de patiën­ten bleek er helemaal niets aan de hand. Zij leden aan iets dat pseudohalitose of denkbeeldige ademgeur heet. “Tijdens een halitose­consultatie zetten we zowel onze eigen neus als gespecialiseerde meetapparatuur in. Omdat er bij deze mensen de eerste keer geen abnormale geur te bemerken viel, vroegen we hen om een tweede keer terug te komen. Het merendeel van hen scoorde ook toen negatief, hoewel ze er zelf nog steeds van overtuigd waren dat er iets met hun adem scheelde.” 

“Omdat ze een vieze smaak in hun mond proefden, gaven velen als reden. Maar een slechte smaak is niet altijd gelinkt aan een slechte adem. Anderen baseerden zich dan weer op het gedrag van hun omgeving: dat ze af en toe en muntje aangeboden kregen, zagen ze bijvoorbeeld als een duidelijk ­bewijs. In zo’n geval is psychologische hulp aangewezen.”

Prof. Laine: “Als het idee zo diepgeworteld is dat het je leven beïnvloedt, spreken we over halitofobie. Onderschat de psychologische impact ervan niet. Bij sommige mensen gaat de angst om uit hun mond te ruiken zo overheersen dat het hen belemmert: ze stoppen met werken of studeren en mijden ­sociale aangelegenheden.”

De hardnekkigste mythe

In negentig procent van de gevallen is de oorzaak van een slechte adem in de mond te vinden. Bij een kleine minderheid vormen neus-, keel- en ooraandoeningen als sinusitis of slijmen in de keel de oorzaak. In zeldzame gevallen is er sprake van een onderliggende aandoening. Dat een slechte adem uit de maag komt, is echter een groot misverstand dat nog steeds leeft bij patiënten en sommige huisartsen, bevestigen beide experts. 

Waar de mythe vandaan komt? “Vaak linken mensen een slechte adem meteen aan voedsel”, vermoedt prof. Laine. “Dat wordt in de maag verteerd, dus zal er daar wel iets mislopen, zo redeneren ze. Voedings­middelen zoals knoflook of ui hebben inderdaad een effect op je adem, maar die geur komt niet vanuit je maag: tijdens het verteren komen er zwavel­verbindingen vrij, die in het bloed worden opgenomen. Zo worden ze naar de longen getransporteerd, om daarna in de adem terecht te komen.”

Hoe pak je dat slechte geurtje aan?

4 x doktersadvies om van die vieze adem af te raken.

1. Laat je gebit nakijken

Prof. Quirynen: “De staat van het gebit en het tandvlees zijn de eerste zaken die we checken. Mogelijk wijst de slechte adem namelijk op een bacteriële infectie. Zo kan gingivitis, oftewel een onbehandelde tandvleesontsteking, leiden tot parodontitis. In dat geval breidt de ontsteking zich uit naar de tandvleesrand en het daaronder gelegen kaakbot. Hierbij zakt het botniveau en verdiept de ruimte tussen tand en tandvlees. Op deze met de tandenborstel onmogelijk te bereiken plaatsen krijgen bacteriën de kans om zich ongestoord te vermenigvuldigen, met alle gevolgen van dien. De aandoening is meestal pijnloos, maar laat zich herkennen aan sterk bloedend of terugtrekkend tandvlees. Een nare mondgeur kan eveneens een symptoom zijn.”

2. Reinig je tong

Prof. Laine: “Nergens in de mond vind je zoveel bacteriën terug als op de tong. Daar doen ze zich tegoed aan afgeschilferde oppervlaktecellen en achtergebleven voedselbestanddelen, die samen een witgeel laagje op de tongrug achterlaten. Bij ruim zestig procent van de patiënten vormt deze tongcoating (een ­onderdeel van) het probleem. Hoe meer voedsel de bacteriën vinden, hoe meer zwavelhoudende gassen ze produceren – met een nadelig effect op je adem tot gevolg.” 

“Door dat laagje van je tong te schrapen, neem je de voeding van de bacteriën weg – en dus de oorzaak van de slechte adem. Het gebruik van zo’n tongschraper vergt wel wat training. Vooral het achterste deel van de tongrug is moeilijk te ­bereiken. Daarom adviseer ik om de tongpunt vast te nemen met een gaasje of tissue, zodat je de tong zover mogelijk naar buiten kan trekken. Mondspoel­middelen met zink – die ik eigenlijk liever gorgelmiddelen noem – helpen de zwavelgeur te neutraliseren.”

3. Let op een droge mond

Prof. Quirynen: “Een droge mond geeft makkelijker aanleiding tot halitose. De stoffen die de onaangename mondgeur veroorzaken, worden in het speeksel namelijk verdund, opgelost en weggespoeld. Als er te weinig speeksel aangemaakt wordt, kunnen slechtruikende gassen daarentegen makkelijker vrijkomen. Heel wat mensen hebben hier ’s ochtends last van.” 

“Factoren als stress, het nemen van medicatie zoals antidepressiva of slaapmiddelen, roken, koffie, alcohol en stress kunnen een droge mond bevorderen. Ook wie door de mond ademt in plaats van de neus, heeft hier vaker last van. Voldoende en regelmatig water drinken is aangewezen. Ook licht, zuur voedsel, zoals komkommer of fruit, ­bevordert de speekselaanmaak.”

4. Poets ook tussen je tanden

Prof. Laine: “De ene persoon maakt meer tongbeslag en tandplak aan dan de andere, maar een goede mondhygiëne is voor iedereen natuurlijk een must. Gebruik ragertjes of driehoekige tandenstokers om tussen je tanden te poetsen, want je tandenborstel bereikt de voedingsresten die zich hier schuilhouden niet. Flossen lijkt minder effectief te zijn: te weinig mensen kennen de juiste techniek.”