“Als huisarts ben je een levensarts.” Vier huisartsen vertellen over hun job én delen hun gouden gezondheidstip

doorLynn Guillaumeop 29/05/2021

Huisartsen doen zoveel meer dan diagnoses stellen en medicatie voorschrijven, ze staan patiënten bij in alle hobbels en bobbels van het leven. Op deze Internationale Dag van de Huisarts vertellen vier huisartsen over hun motivatie om patiënten dag in dag uit te helpen en delen ze elk hun gouden gezondheidstip. “Gezond zijn betekent niet alleen dat je niet ziek bent.”

1. Dr. Aiman Rehan (34) maakte als buitenlandse arts ook hier carrière. “Gelukkig was er Google Translate” 

“Toen ik zeven jaar geleden naar België verhuisde, had ik er niet bij stilgestaan dat mijn diploma hier niet erkend zou worden. In Pakistan duurt de studie geneeskunde vijf jaar, in België een jaar langer. Ik moest de laatste drie jaren overdoen. Mijn begeleider van de inburgeringscursus waarschuwde me dat het moeilijk zou worden. De buitenlandse artsen die hij kende, werkten in het beste geval als verpleger. Dat kwam hard aan. Ik was naar België gekomen voor de liefde, maar mijn carrière was ook belangrijk. Ik heb mijn droom nooit opgegeven. Examens doen in het Nederlands, de medische terminologie onder de knie krijgen … Gelukkig was er Google Translate!”

“Intussen heb ik mijn artsendiploma op zak en zit ik in mijn voorlaatste jaar huisartsgeneeskunde. Dat betekent dat ik als huisarts werk, onder supervisie. In Pakistan is de gezondheidszorg weinig gestructureerd. Er bestaat geen sociale zekerheid en in afgelegen gebieden hebben mensen amper toegang tot medische zorg. Heel anders dan in België. Hier ben je als huisarts een aanspreekpunt voor de patiënt. Je legt samen een traject af en bouwt een vertrouwensband op. Belgische patiënten lijken eerst wat gesloten, maar na enkele consultaties bloeien ze open. Ik hoor vaak dat ze mijn doorzettingsvermogen bewonderen. Dat doet deugd, want in het begin was ik bezorgd over de reacties op een arts van buitenlandse origine. Gelukkig bleek dat nergens voor nodig.” 

Gouden tip:
“Wacht niet op gezondheidsproblemen. Komen hart- en vaatproblemen in je familie voor? Dan is een gezonde levensstijl extra belangrijk. Laat je door je huisarts goed opvolgen. Je huisarts kan je trouwens ook bijstaan bij gewichtsproblemen. Patiënten verliezen vaak de moed als ze niet meteen resultaat zien, maar zelfdiscipline is iets wat je moet leren. Ook daarbij kan je huisarts je helpen en indien nodig doorverwijzen naar een diëtist.”

“Ik praat veel en haal energie uit de gesprekken met mijn familie in Pakistan, mijn man en de kleine babbeltjes met mijn dochter van 5. Zeker in tijden waarin velen het psychisch zwaar hebben, is praten zo belangrijk.” 

2. Dr. Venetia Andreakos (49) zag het vak tijdens haar carrière al gigantisch veranderen: “Ik hoop dat de nieuwe aanpak blijvend is.” 

“In die 25 jaar als huisarts heb ik ons vak gigantisch zien veranderen. De grootste evolutie maken we nu mee. Bij het begin van de coronacrisis werd ik opgetrommeld om de test- en triagecentra in onze regio mee op te zetten. Plots bestonden mijn dagen uit logistiek geregel, iets wat in onze opleiding niet aan bod kwam. Het was alsof er een adrenaline-infuus aan mijn lichaam gekoppeld was. Alles moest ontzettend snel gaan. Tijd om stil te staan was er niet. Een proces met vallen en opstaan dat me veel ­geleerd heeft. Onze manier van werken is enorm veranderd. Alles gebeurt op afspraak. Telefonische consultaties, die jarenlang uit den boze waren, worden vandaag zelfs gehonoreerd. Natuurlijk kunnen we niet alles online of via de telefoon oplossen, maar ik hoop alvast dat die nieuwe aanpak blijvend is.”

“Ook de kijk op onze job is veranderd. Vroeger werd er verwacht dat je als huisarts altijd bereikbaar was. Wie zich niet te pletter werkte, was geen goede dokter. Vandaag is dat beeld 180 graden gedraaid. ­Gelukkig maar, want een goed evenwicht is ­belangrijk. Sta ik er zelf te weinig bij stil, dan helpen mijn man en vier kinderen me wel om op de rem te gaan staan. Ik heb het geluk dat ik mijn job erg graag doe. Het is echt mijn uitlaatklep.”

Gouden tip: “Gezond zijn betekent niet alleen dat je niet ziek bent. Ook je maatschappelijke en mentale welzijn spelen mee. Gezond leven begint bij jezelf, maar gezond blijven doe je niet alleen. Goede vrienden bij wie je jezelf kan ontplooien en interesses kan delen zijn zó belangrijk. Dat sociale vangnet ontbreekt helaas vaak. In coronatijden meer dan ooit.” 

3. Prof. Dirk Devroey (57) heeft een praktijk vlakbij zijn ouderlijk huis: “Ik hou van het dorpsgevoel.” 

“Mijn praktijk ligt op ­honderd meter van mijn ouderlijk huis. Ik hou van het dorpsgevoel. De vrienden van mijn ouders komen hier nog altijd over de vloer. Dat ik met hen nog eens dialect kan ­praten, is fijn. (lacht) Maar van ’s ­morgens tot ’s avonds in de praktijk zitten, is niets voor mij. Ik zoek voortdurend naar uitdagingen in mijn vak. Met de jaren is het wetenschappelijke steeds belangrijker geworden. Vroeger was het niet zo gebruikelijk om als huisarts onderzoek te doen. Dat is nu anders. Ik geef les aan de VUB en ben bestuurder bij SKEPP. Met alle antivaxers is onze werking belangrijker dan ooit.”

“Mijn vrouw en ik zijn zelf heel snel ­besmet geraakt. We wisten meteen hoe ­besmettelijk het coronavirus was. Ook bij de VUB hadden we snel door dat dit geen gewoon griepje was. Ik heb van bij het begin mee de storm opgezocht. We lanceerden de website ­coronafacts.be en een online symptomencheck. Ook bij de ­opstart van de test- en vaccinatiecentra in de regio heb ik de leiding genomen. Dingen opzetten en doen draaien geeft me energie. Mijn vrouw zegt vaak dat ik niet gewoon kan leven. Wel, ze heeft gelijk.” 

Gouden tip: “Af en toe de teugels loslaten is belangrijk om mentaal gezond te blijven. Ik zou tal van voedingstips kunnen geven, maar ik ben zelf een levensgenieter, en dat zie je eraan. Maar ik ben wel gelukkig. Je geluk proberen te vinden is belangrijk. Media benadrukken vaak wat niet mag, terwijl het zinvoller is om te kijken naar wat wél mag.” 

4. Dr. Annelies Janssens (33) vindt het nauwe contact met patiënten erg waardevol: “Als huisarts ben je een levensarts.” 

“Als huisarts ben je een levensarts. Je ziet kinderen opgroeien, maar begeleidt net zo goed patiënten tot aan de dood. Ook aan het einde van het leven kan je een groot verschil maken. Dat is een waardevol deel van mijn job. Net zoals het me raakt wanneer ik zie hoe patiënten na psychologische begeleiding weer hun plek vinden. Dat nauwe contact met patiënten, maar ook de vrijheid en mogelijkheid om de job met een gezinsleven te combineren, hebben mijn keuze voor de job mee beïnvloed.”

“Al was dat laatste niet altijd vanzelfsprekend. De eerste jaren werkte ik voltijds. Mijn man was halftijds aan de slag, maar toen hij een mooie professionele kans kreeg, hebben we een klein jaar samen voltijds gewerkt. Dat bleek al snel niet combineerbaar met ons gezin. Ik ben zelfs even thuisgebleven, omdat het allemaal te veel was ... Sindsdien werk ik bewust vier vijfde. Op vrijdag breng ik de kinderen naar school en neem ik tijd voor mezelf, al haalt de administratieve rompslomp die bij corona hoort me vaak in. Dat is meteen ook de minst leuke kant van het vak. Op administratief vlak is er in ons land veel ruimte voor verbetering. Los daarvan zou ik opnieuw dezelfde beroepskeuze maken. Als kind al speelde ik graag doktertje, in de onschuldige zin van het woord. (lacht)” 

Gouden tip: “Slaap is een onderschat gegeven. Bij patiënten die worstelen, komt slaaptekort altijd naar boven. Leer de slaapsignalen van je lichaam herkennen in plaats van ze te negeren. Ik heb de switch naar ochtendmens moeten maken. Onze oudste dochter is altijd om zes uur wakker. Om tien uur gaan slapen is intussen een gewoonte die alleen maar voordelen biedt.”