Als je ziek bent, ruik je anders: honden worden steeds vaker gebruikt om aandoeningen zoals kanker en corona op te sporen

doorLiesbeth De Corteop 02/04/2021

Dat honden straffe speurneuzen zijn, weten we. En het wordt steeds duidelijker dat ze ook ziektes kunnen detecteren. Even snuffelen aan okselzweet en ze hebben meteen in ’t snotje of je besmet bent met corona. Lopen onze ziekenhuizen binnenkort vol met honden? Welke aandoeningen kunnen ze opsporen en waarom hebben ze zo’n goede neus? Chris Callewaert, biotechnoloog en onderzoeker aan de UGent, legt het uit. “Een hond vergeet een geur voor de rest van zijn leven niet meer.”

Zijn honden de Poirot’s onder de dieren? Absoluut, zegt Chris Callewaert. De onderzoeker traint al enkele jaren honden op tot professionele speurneuzen, zodat ze ziektes kunnen herkennen. En dat is een relatief nieuw gegeven, vertelt hij. “Het is al langer geweten dat honden een scherpe neus hebben. Deze dieren worden al jaren ingezet om drugs, explosieven of mensen - onder puin bijvoorbeeld - op te speuren. Sinds de jaren 80 is men op het idee gekomen om ze ook te gebruiken voor medische doeleinden.” Concreet: dat ze ziektes kunnen detecteren door te snuffelen. 

Neus voor corona

De afgelopen jaren konden honden steeds meer successen op hun conto schrijven. “Even snuffelen aan een geurstaal en ze kunnen een diagnose vellen. Ze merken de geur op van tuberculose, malaria, diabetes, epilepsie, kanker, Parkinson, ... en heel wat virale en bacteriële infecties. Het meest recente voorbeeld: wereldwijd proberen experts honden af te richten om het coronavirus op te sporen.” 

Samen met enkele collega’s heeft Callewaert zes honden opgeleid. “De resultaten zijn zeer beloftevol”, zegt hij enthousiast. De dieren vinden zelfs de nieuwe varianten van het coronavirus, laten zich niet misleiden na een vaccinatie en halen een accuraatheid van 95 procent. Bovendien is het aantal valspositieve gevallen zeer minimaal. 

Hoe werkt het?

Je vergist je dus niet: er hangt écht een luchtje aan ziek zijn. Dat weet men al langer. In een ver verleden leerde de Griekse arts Hippocrates zijn studenten om ziektes te herkennen aan de hand van de geur van urine, zweet en adem. “Intussen zijn wetenschappers erachter gekomen dat elk virus een specifieke geur veroorzaakt. Iemand die ziek is, zal VOC’s aanmaken. Voluit: volatile organic compounds. Dat is een scala een vluchtige molecules die samen een geurtje produceren.”

“Per aandoening is de samenstelling van VOC’s anders. Het vormt als het ware een vingerafdruk van geurstoffen. Momenteel zijn we coronacellen aan het vergelijken met niet-coronacellen, om te zien wat de verschillen zijn. Zo kunnen we achterhalen welke moleculen de unieke coronageur vormen.” 

Hoe komt het dat ziektes geursporen nalaten? Daar zijn verschillende verklaringen voor, aldus Callewaert. “Enerzijds zal je immuunsysteem een versnelling hoger schakelen als je geveld bent door een virus. Anderzijds vinden er biochemische processen plaats in je cellen. Het resultaat is hetzelfde: je lijf produceert geurmolecules. Bij kanker is er nog een andere uitleg. Dan komen er bacteriën in je bloedbanen terecht, wat uiteindelijk tot een slechtere adem leidt.” 

Voor een mens is het moeilijk om te ruiken dat een huisgenoot een ziekte onder de leden heeft. Dan moet je echt al héél goed ziek zijn. Maar de neus van honden is veel gevoeliger. De gemiddelde mens heeft vijf miljoen receptoren in de neus om geurtjes op te vangen, een hond heeft er maar liefst 220 miljoen. Callewaert: “Hoe langer de neus, hoe meer geurreceptoren dieren hebben. Een bulldog is dus minder geschikt als medische detectiehond. Een labrador, Mechelse herder, Duitse herder, bordercollie of Beagle worden daarentegen vaak gebruikt. Het belangrijkste is dat ze goed gehoorzaam zijn.”

Geen verwarring

Kortom, honden kunnen dus een waaier aan aandoeningen herkennen. Maar idealiter worden ze getraind voor één specifieke geur. “Een hond kan signaleren dat een staaltje niet pluis is, maar hij kan niet zeggen wat er mis mee is. Is het coke, corona of nog iets anders? Een hond vergeet een geur niet meer voor de rest van zijn leven. Om verwarring te vermijden, wordt een hond dus opgeleid om één ding te diagnosticeren.” 

Tijdens zo’n opleiding krijgen de beestjes stalen om aan te ruiken. “Men kan vanalles gebruiken voor zo’n staaltjes. Urine, ontlasting, zweet, ... Bij onze coronahonden hebben we gekozen voor een swipe okselzweet. Da’s supersnel gemaakt. In Amerika werken wetenschappers dan weer met T-shirts of sokken. Bij andere aandoeningen zoals diabetes of kanker geeft men de voorkeur aan een subtiele walm adem, maar dat zou in het geval van Covid niet veilig zijn voor besmetting.”

In de praktijk moet een hond verschillende geurmonsters passeren. Eén voor één. Dan geeft hij een signaal om aan te tonen: dit is hem, deze is anders dan de rest. “Elke trainer leert een zelfgekozen signaal aan. Sommige honden gaan zitten, andere honden leggen hun oren naar achter, soms leren ze om te blaffen. Als dat gebeurt, volgt een beloning: dat kan zijn door te spelen met een bal of door hem te trakteren op iets lekkers”, verklaart de biotechnoloog.

Klaar voor de ziekenhuizen

In films zie je wel eens dat honden iemand herkennen die terminaal is. Dat levert ongetwijfeld een ontroerende scène op, maar is in de praktijk niet haalbaar, vermoedt Callewaert. “Er zijn zo veel verschillende oorzaken die daartoe kunnen leiden. Een hond kan misschien opvangen dat er iets mis is, maar als mens ga je die boodschap niet kunnen vertalen. Speurhonden worden echt getraind om een specifieke ziekte op te sporen in de beginstadia. Niet om te bepalen of iemand gaat overlijden.” 

Een ding is duidelijk: de viervoeters hebben een fijne neus voor ziektes. Maar als ze zo goed een diagnose kunnen vellen, waarom rennen er dan geen dieren rond in het ziekenhuis? “Dat gebeurt wél", zegt Callewaert, “maar voorlopig nog enkel voor proefprojecten, vooral voor verschillende soorten kanker. De resultaten van die testen zijn zeer goed tot perfect. En toch kijkt de medische wereld met argwaan toe. Ze geven de voorkeur aan een machine of resultaten die meetbaar zijn. Omdat een hond zo atypisch is en weinig voorkomt, wordt er sceptisch gereageerd. Wat is de betrouwbaarheid? Hoe accuraat werken de dieren?”

Toch gelooft de biotechnoloog erin dat het kan. “Bij onze coronahonden ligt de gemiddelde accuraatheid op 95 procent. Door met twee honden te werken, verhoogt het aantal detecties en de betrouwbaarheid.” Al geeft hij toe dat er één groot nadeel is: het is arbeidsintensief om zo’n kwispelende test op te leiden. “Het vraagt veel tijd. De reden: voor de trainingen heb je veel stalen nodig, van alle soorten mensen en ziekenhuizen wereldwijd. En als je monsters uit Amerika, China, België en andere landen wilt verzamelen, ben je nu eenmaal even bezig.” Maar dat laat hem niet weerhouden. “Sinds de coronacrisis ben ik in contact gekomen met veel dokters, en zij beginnen het nut in te zien van medische detectiehonden. Voor corona, maar ook voor andere doeleinden. Voor kankers, virussen en zelfs tropische ziektes. Ik ben er zeker van: er gaat nog een waaier aan mogelijkheden opengaan.”