Bezorgdheid na een winter zonder: griepgolf op komst?

doorRedactieop 09/11/2021

De coronamaatregelen hebben ook tegen influenza beschermd. Het resultaat was een primeur: een winter zonder griep. Net daarom maken artsen zich zorgen. Wat betekent dit voor onze natuurlijke immuniteit tegen het griepvirus Krijgen we straks een extra grote griepgolf over ons heen? En hoe kunnen we ons beschermen?

Met alle heisa over het coronavirus viel het niet op, maar veel mensen zijn de afgelopen winter gespaard gebleven van verkoudheden, snotneuzen, zere kelen, oorontstekingen, acute diarree en andere winterkwalen. Ook het influenzavirus, dat griep veroorzaakt, hield zich koest. De VS telden in het afgelopen winterseizoen nog geen 1.900 bevestigde griepgevallen en 700 griepoverlijdens. Peanuts, vinden de Amerikanen. In een normaal jaar kan dit oplopen tot 180.000 griepgevallen en 34.000 overlijdens.

Ook in ons land heeft influenza een jaartje overgeslagen, terwijl het virus hier normaal honderdduizenden mensen ziek maakt. Sciensano volgt elk jaar op hoeveel grieppatiënten naar het ziekenhuis moeten. Zes peilziekenhuizen namen sinds eind januari iets meer dan duizend patiënten met ernstige griepachtige klachten op. Een PCR-test wees uit dat geen enkele van hen echt influenza had. Nul grieppatiënten dus.

Sociale afstand tegen griep

Een winter met nauwelijks of geen griep: het is een primeur. Wat is de verklaring? Speelde de opgedreven griepvaccinatiecampagne een rol? De overheid bestelde in de lente van 2020 – in volle coronacrisis – 2,9 miljoen griepvaccins om in de herfst van 2020 te vaccineren. Dat waren een half miljoen prikken meer dan het jaar ervoor. De reden: virologen waren bezorgd dat de combinatie van een corona- en een griepbesmetting (tegelijkertijd of vlak na elkaar) nog meer slachtoffers zou maken dan corona ­alleen. Op dat moment waren er nog geen coronavaccins. Zowel risicogroepen als gezondheidswerkers (zie kaderstuk, red.) volgden het griepvaccinatieadvies beter op dan de voorgaande jaren.

‘Dat kan een verschil gemaakt hebben, maar die extra vaccinaties alleen kunnen de spectaculaire verdwijntruc van de griep niet verklaren’, zegt prof. dr. Steven Callens, infectioloog aan UZ Gent. ‘De belangrijkste oorzaak zijn de lockdowns en de andere coronamaatregelen. Reizen mocht niet, evenementen werden geschrapt en scholen en restaurants gingen dicht. Wie kon, moest thuiswerken. Mondmaskers dragen, handen wassen en afstand houden was de boodschap. Al die afstandsmaatregelen hielden niet alleen de verspreiding van corona tegen, maar ook die van griep. Logisch, want influenzavirussen worden op dezelfde manier overgedragen als SARS-CoV-2, het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt.’

Keerzijde van de medaille

Weinig griepzieken en -doden in de winter van 2020-2021, dat is goed nieuws. De vraag is of de medaille deze winter geen keerzijde krijgt. We zijn sinds begin 2020 nauwelijks meer blootgesteld aan influenza. Sommige experts zijn bang dat onze natuurlijke immuniteit tegen het virus wat afgezwakt is. En dat zou voor een intensere griepepidemie kunnen zorgen, met meer infecties, ziekenhuisopnames en overlijdens, zeker wanneer de coronamaatregelen niet meer gelden.

Dr. Steven Callens: ‘Ik vermoed dat het wel zal meevallen. Influenza keert elk jaar terug. We worden er al van in onze kinderjaren aan blootgesteld en bouwen zo in de loop van tientallen jaren een immuungeheugen op. Telkens wanneer we in contact komen met het griepvirus, gaat ons lichaam op zoek in zijn immuniteitsbibliotheek en begint het de gepaste antistoffen aan te maken. Dat gaat zo snel dat de ziekte er vaak niet in slaagt om door te breken. Die immuniteit hadden we niet tegen COVID-19, omdat SARS-CoV-2 een nieuw coronavirus was. Vandaar dat het op een pandemie is uitgedraaid. Eén jaar zonder griep zal vermoedelijk niet zo’n groot verschil maken voor onze natuurlijke immuniteit.’

‘De zorgen zijn toch niet helemaal uit de lucht gegrepen’, vindt em. prof. dr. Geert Leroux-Roels, vaccinoloog aan UZ Gent. ‘Misschien is het wel belangrijk om elk jaar opnieuw in contact te komen met het griepvirus. Vaak merk je dat niet, maar het prikkelt wel je afweersysteem. We weten niet hoe belangrijk die kleine ‘prikkels’ zijn voor onze natuurlijke immuniteit. Er zitten nog grote lacunes in onze kennis van influenza.’

‘Een winter zonder griep is in elk geval een unieke situatie’, zegt dr. Corinne Vandermeulen, vaccinoloog aan UZ Leuven. ‘Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Ik durf geen voorspellingen te doen voor het komende griepseizoen. De virulentie (maat voor de hoeveelheid schade die een virus in het lichaam aanricht, red.) van griep is elke winter anders. Soms zijn er weinig griepgevallen en kent de ziekte een mild verloop, soms krijg je een grote epidemie en zit iedereen een week in bed. Normaal kijken we tijdens de zomer naar wat er in Australië gebeurt. Het is daar dan winter en griepseizoen. De griepvarianten die daar circuleren, duiken vaak een half jaar later ook bij ons op. Het probleem is dat Australië opnieuw in lockdown zit. Daardoor circuleert er geen griep en weten we niet goed wat er op ons afkomt. Wat we wel weten uit ervaring: na een mild griepseizoen volgt vaak een stevige epidemie, met meer zieken, hospitalisaties en ­overlijdens.’

Een weloverwogen gok
De winter zonder griep zorgt nog voor een ander vraagteken: hoe werkzaam zal het nieuwe griepvaccin zijn? Geert Leroux-Roels: ‘Sinds vele jaren doen er vier griepstammen de ronde: twee A-stammen en twee B-stammen. Elk van die stammen kan wijzigingen ondergaan, wat kan leiden tot nieuwe griepvarianten. Daarom wordt er elk jaar een nieuw vaccin samengesteld, met griepeiwitten van elke stam die beschermen tegen die varianten. Welke dat zijn, wordt bepaald door de Wereldgezondheids-organisatie. Die gaat wereldwijd na welke varianten opduiken en het meest kans maken om wereldwijd te circuleren. De focus ligt hierbij op Azië. Doordat wilde watervogels, pluimvee en mensen daar heel dicht op elkaar zitten, is dat continent een mengvat voor griepvirussen. Het is dus hetzelfde verhaal als met corona.’

De WHO maakt haar keuze doorgaans tegen eind februari. Daarna duurt het een half jaar om de vaccins te produceren, want dat is een tijdrovende klus. (zie kaderstuk, red.) In de tussentijd kunnen er nieuwe varianten ontstaan, waartegen de griepprik mogelijk minder goed werkt. Dr. Geert Leroux-Roels: ‘Het is ­altijd een weloverwogen gok. Soms heeft de WHO de griepvarianten juist voorspeld en werkt het vaccin goed. Soms is er een mismatch en is het vaccin minder effectief.’ Het grote probleem dit jaar was dat er ook in Azië nauwelijks griep de ronde deed, opnieuw door de coronamaatregelen. De WHO heeft zijn virusstammen dus moeten kiezen op basis van heel weinig gegevens. ‘Hopelijk hebben ze goed ­gekozen’, zegt Corinne Vandermeulen. ‘In elk geval is ons advies om je opnieuw te laten vaccineren tegen de griep. Dat wordt even belangrijk als vorig jaar. De komende winter zal het coronavirus nog circuleren, zeker als de afstandsregels en de mondmaskers verdwijnen. We gaan ervan uit dat mensen ernstiger ziek kunnen worden als ze het corona- en het griepvaccin tegelijk of kort na elkaar oplopen.’ 

De lessen van corona

Het advies van de Hoge Gezondheidsraad in geval van een griepepidemie: leef de coronaregels na. Zeker risicopersonen krijgen de raad om afstand te houden, een mondmasker te dragen en de handen te ontsmetten.

Steven Callens: ‘In Azië is het al langer de gewoonte om een mondmaskertje te dragen. Daar doen zieke mensen het vooral om anderen te beschermen. Misschien zijn we het nu ook afgeleerd om ziek te gaan werken. Vroeger verwachtte de chef dat soms. Mensen gingen er zelf ook prat op dat ze konden ‘doorbijten’. Hopelijk kiezen ze er nu voor om, als dat mogelijk is, thuis te werken. Of in bed te kruipen. Ook een banale infectie blijft een aanslag op je lichaam. Long covid heeft duidelijk gemaakt dat de gevolgen op lange termijn ernstig kunnen zijn. Goed uitzieken is soms de beste ­remedie.’

Minder werkzaam dan het coronavaccin

De griepprik werkt niet zo goed als de coronaprik. Die laatste is soms tot 95 procent effectief. Bij een griepprik is dat gemiddeld 40 procent. Dat betekent dat 40 van de 100 gevaccineerde mensen geen griep krijgen. Bij jongere mensen is dat 60 à 70 procent. Bij oudere mensen schommelt het tussen 20 en 40 procent. Worden zij toch ziek, dan zorgt het vaccin er wel voor dat de ziekte een milder verloop kent en dat ze minder vaak naar het ziekenhuis moeten.

Ei van Columbus vervangt kippenei

Vectorvaccins, mRNA-codes, spike-eiwitten: door de coronacrisis konden onderzoekers in recordtempo ervaring opdoen en vooruitgang boeken. Die kennis komt van pas in andere toepassingen. Zo werkt ­BioNTech/Pfizer aan een griepvaccin gebaseerd op de mRNA-technologie van zijn coronavaccin. Zo’n vaccin zal veel voordelen hebben op de huidige griepvaccins. Em. prof. dr. Geert Leroux-Roels: ‘Vandaag worden bijna alle griepvaccins gemaakt met kippeneieren. De producenten doen daarvoor een beroep op enorme broedbatterijen met bevruchte eieren. In elk ei wordt een beetje virus gespoten. Dat virus vermenigvuldigt zich, waarna het afgetapt, gedood, gezuiverd en in een vaccin verwerkt wordt. Voor 1 vaccin dat tegen 4 griepstammen beschermt, heb je gemiddeld één ei nodig. Dat gaat dus om honderden miljoenen eieren. Een tijdrovend en ook kwetsbaar proces.’

Enter het ei van Columbus: het mRNA-vaccin. Dit brengt heel kleine vetbolletjes in het lichaam met daarin een stukje genetische code (mRNA) voor het eiwit dat de beschermende immuniteit opwekt. Dat mRNA wordt in het lichaam omgezet in eiwitten. Onze afweercellen herkennen die alsof ze het echte virus zijn en maken antistoffen aan. Als je later besmet wordt, maken deze het virus onschadelijk.

Geert Leroux-Roels: ‘Het systeem werkt voor het coronavaccin. Ik zie niet in waarom het niet voor een griepvaccin zou werken. Je moet alleen de genetische code van corona vervangen door die van influenza. Het voordeel is dat de productie veel sneller zal gaan dan met eieren. Daardoor kan men beter inspelen op nieuwe griepvarianten die de ronde doen. Zelfs een universeel griepvaccin, dat alle griepstammen de baas kan, behoort tot de mogelijkheden.’

De griepprik: voor wie en wanneer?

• De vaccinatiecampagne start vanaf half oktober. Nog vroeger starten is normaal niet nodig. De griepprik werkt al na enkele weken en biedt dan ongeveer zes maanden bescherming. Daarna vermindert de werkzaamheid. De laatste jaren dook de griep meestal pas in januari en februari op. Een novemberprik is dus niet te laat.

• Enkele doelgroepen krijgen voorrang, waaronder 65-plussers, zwangere vrouwen, mensen die in een instelling verblijven, mensen met chronische aandoeningen en immuniteitsstoornissen. De griepprik is ook een goed idee als je onder hetzelfde dak woont als deze risicopersonen of als je een kindje jonger dan zes maanden hebt.

• Wie in de zorgsector werkt, kan kwetsbare patiënten ­besmetten en krijgt voorrang in de vaccinatiecampagne. Vorige winter was de vaccinatiegraad van het gezondheidspersoneel in Vlaamse ziekenhuizen 70 à 80 procent (tegenover 40 procent in het Waalse Gewest). Dat is een stijging in vergelijking met de voorgaande jaren.

• Afhankelijk van de beschikbaarheid van het vaccin volgen dan alle mensen tussen 50 en 65 jaar. Ook op die leeftijd kan een griepvaccinatie zinvol zijn, zelfs als je niet aan een risicoaan­doening lijdt. Kaart dit aan met de huisarts. De griepprik is zeker een aanrader voor wie rookt, veel drinkt of zwaarlijvig is, want die factoren verhogen het risico op complicaties na een griepinfectie.

Griepvaccin niet voor kinderen

Scholen zijn de ideale plek voor het griepvirus om te circuleren. De meeste kinderen worden er niet erg ziek van, maar thuis besmetten ze wel hun ouders en grootouders. Daarom streven sommige landen (Canada, VS, Finland, VK) ernaar om iedereen te vaccineren, vanaf de leeftijd van zes maanden. Door de groepsimmuniteit die je zo opwekt, zouden ook oude en kwetsbare mensen beter beschermd zijn.

België volgt dit voorbeeld niet en vaccineert prioritair ouderen en risicogroepen, legt dr. Corinne Vandermeulen uit. ‘Je zou heel veel mensen moeten vaccineren om groepsimmuniteit te krijgen. In de praktijk moeten we dan alle Belgen vanaf zes maanden elk jaar weer een nieuwe griepprik geven. Er moet nog meer onderzoek gebeuren om de voor- en nadelen van die aanpak beter te begrijpen.’

Dr. Geert Leroux-Roels is geen fan van een griepvaccinatie voor alle kinderen, in het belang van die kinderen zelf. ‘Iedereen wordt als peuter of kleuter besmet met het virus. Op die leeftijd is de ziekte normaal niet gevaarlijk. Maar die eerste ontmoeting is wel belangrijk voor je immuunsysteem. Tijdens een infectie komt je lichaam met het volledige virus in aanraking. Daardoor is de immuniteitsreactie beter dan met een vaccin, dat maar een afgezwakt deeltje van het virus bevat. Liever een natuurlijke griepinfectie dan een griepprik. De uitzondering op die regel zijn kinderen met chronische aandoeningen van de luchtwegen of een verzwakt immuunsysteem.’