Bioloog bespreekt 7 natuurverschijnselen die zowel onze fysieke als mentale gezondheid boosten: “De zon stelt ons ritme op punt” Merci, moeder aarde!

doorRedactieop 07/09/2021

De zomer is ongetwijfeld het seizoen waarin we het meeste tijd buiten doorbrengen. En dus heb je het ongetwijfeld al gemerkt: de natuur heeft niet alleen impact op onze gezondheid, maar ook een duidelijk effect op ons gemoed. Wetenschapsfilosofe Sylvia Wenmackers en bioloog Pieter Vancamp bespreken negen manieren waarop je voordelen kan halen uit de natuur. “Mensen zijn heel gevoelig voor de aromatische vluchtige stoffen die vrijkomen als het regent. Dat creëert een effect in onze hersenen.”

Bioloog Pieter Vancamp bracht net het boek ‘Wat doet dat met je lichaam?’ uit. Daarin legt hij uit hoe je lijf reageert op zonlicht, slaap(tekort), hoogte, voeding, zwaartekracht, virussen en bacteriën, alcohol, straling, hitte en kou. Hij deelt zeven manieren om je fysieke en mentale gezondheid te bevorderen aan de hand van de natuur.

De zee: vrijheid met een toefje jodium

Dat de zee lonkt, is alleen maar logisch, weet ­weten­schapsfilosofe Sylvia Wenmackers. “De Griekse natuurfilosoof Thales ging er al van uit dat alles uit water voorkomt. De zee als symbool voor een groot vat vol mogelijkheden dus. En ook oceanograaf Jacques Cousteau liet optekenen dat wij, mensen, van bij onze geboorte het gewicht van de wereld dragen. Iets wat we alleen maar onder water van ons af kunnen schudden.” En zelfs als je niet het water induikt, heeft je gemoed deugd van een wandeling langs de vloedlijn. “Door te wandelen beweeg je op een natuurlijk ritme, waardoor alle muizenissen in je hoofd weggeblazen worden. De golven accentueren dat natuurlijke ritme, zowel in beeld als geluid.” 

Bioloog Pieter Vancamp bevestigt dat die zee een duidelijk effect op ons heeft. “De uitgestrektheid zorgt ervoor dat we ons goed en vrij voelen en de frisse zeelucht is zeker gezondheidsbevorderend.” Maar koers zetten naar de kust voor een jodiumkuur is wat overdreven. “We vinden jodium in zeewier, zeevruchten en zeezout, maar de deeltjes die rondzweven in de lucht zijn te beperkt om een effect te hebben. Jodium nemen we vooral via voeding op.” Een berg zeevruchten eten, al dan niet met je voeten in het zand, is dus wel een goed idee. “We hebben jodium nodig, want daarmee maken we schildklierhormonen aan. Die houden onze hersenen op kruissnelheid, ­bewaken ons dag-en-nachtritme en garanderen ons energiepeil.” Een dubbele tomaat-garnaal alsjeblieft!

De bergen: gezonde lucht en inzichten tanken

“Tot de zeventiende eeuw keken wij, westerlingen, heel negatief naar bergen, we zagen ze als wratten die de aarde ontsierden”, vertelt wetenschapsfilosofe Sylvia. “Pas op het einde van die eeuw, toen de wetenschap grote stappen vooruit zette en we erachter kwamen dat die bergen veel ouder zijn dan altijd verondersteld werd, veranderde dat. Vanaf toen beschouwden we ze als ­kathedralen en gingen we ze associëren met God, het oneindige en het eeuwige. Omdat we onbewust associaties maken ­– wat we menen te zien, wordt sterk beïnvloed door wat we eerder zagen of weten – beïnvloedde die visie ook onze literatuur en esthetiek. Sindsdien dichten we ze allerlei kwaliteiten toe.” 

Iets wat bioloog Pieter Vancamp beaamt. “Berglucht is uiteraard gezonder dan vervuilde stadslucht, de zon schijnt er ook iets sterker waardoor we meer geluks­hormoon aanmaken, maar eigenlijk primeert vooral het psychologische effect. We ‘ontsnappen’ naar de bergen, bewegen er volop, eten gezond en dus voelen we ons gezonder. Maar die actievere, gezondere levensstijl heeft meer effectieve impact op ons gemoed dan op onze gezondheid.”

Zonsopgang: vol energie opstaan

“Als de zon opkomt, vangen we blauw licht op. Gedaan met melatonine dus, de rem gaat eraf en onze hersenen komen meteen op kruissnelheid. Precies het omgekeerde effect als bij een zonsondergang”, verklaart de bioloog. En geen nood, ook wie met een slaapmasker slaapt, profiteert van dat effect. “Zodra je je masker afdoet en je je blootstelt aan zonlicht, schieten je hoofd en je lijf in actie. Het is de zon die ons dag-en-nachtritme mooi constant houdt.” Wie in ploegen werkt en daardoor minder blootgesteld wordt aan de zonneprikkels, eindigt vaak met een ontregeld bioritme. “Door te weinig zonlicht raken onze hersenen niet echt wakker en zijn onze functies verstoord. We voelen ons dan niet goed. De zon stelt ons ritme op punt. Zonder draait het spaak.”

Wetenschapsfilosofe Sylvia vult aan: “Op vakantie pikken we vaker een zonsopgang of zonsondergang mee en dan schuiven we dichter naar die natuurlijke tijd. Dat zorgt voor meer harmonie.” Moeten we dan collectief terug naar ons natuurlijke ritme? “Dat is misschien een brug te ver. Wie zich alleen door de zon laat leiden, zet zich buiten de maatschappij. De kunstmatige tijd schenkt ons namelijk duidelijkheid en maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een vliegtuig of een trein te nemen, het internet te laten werken en een tijdstip af te ­spreken met iemand uit een andere stad of land. Er is een reden waarom we niet terugkeren naar hoe het ­vroeger was.”

Zonsondergang: klaar voor het slapengaan

In de 17de eeuw maakte Christiaan Huygens het eerste slinger­uurwerk. Tot dan fungeerden de zon en de sterren als belangrijkste tijdsaanduiding. Wetenschapsfilosofe Sylvia licht toe: “Stilaan slopen nauwkeurige klokken ons leven binnen. Sindsdien leven we niet meer met de zonnetijd, maar hanteren we een ietwat kunstmatige tijdsindeling. Als maatschappij hebben we dat aanvaard, het is de enige manier om bijvoorbeeld een dienstregeling voor treinen op te stellen en de wereld op elkaar af te stemmen, want de zon gaat in Brugge zo’n tien minuten later onder dan in Hasselt. Maar als we de zon zien zakken, vangen we nog een glimp op van dat oorspronkelijke, natuurlijke ritme. Misschien trekt die zonsondergang ons daarom zo aan?” 

“Zonlicht bestaat uit alle kleuren van de regenboog,” vult bioloog Pieter aan. “Die kleuren vallen op de lichtreceptoren in ons netvlies, worden omgezet in elektrische prikkels en doorgestuurd naar onze hersenen en komen terecht in de kleine pijnappelklier. Zonsonder­gangen bevatten geen blauw licht. En laat dat blauw licht nu net de aanmaak van het slaaphormoon melatonine onderdrukken. Als dat blauw licht wegvalt, neemt de melatonine toe en worden je hersenen stilletjes in slaap gewiegd.” Logisch dus dat je na zo’n zonsondergang klaar bent voor je bed.

Onweer: ontlading in hoofd en lijf

“Onweer associëren we met ­onvoorspelbaarheid”, weet wetenschapsfilosofe Sylvia. “Toeval waar je geen vat op hebt. De ontlading kiest een pad, maar welk pad kan je op voorhand niet ­inschatten. Je kan het een beetje vergelijken met de loterij, maar dan in negatieve zin. En precies die onvoorspelbaarheid trekt aan en intrigeert ons. Bovendien is die ontlading altijd imposant om te zien.” 

Dat er na zo’n onweer van alles in de lucht hangt, wordt bevestigd door bioloog Pieter. “Planten maken oliën aan om lange droge periodes te doorstaan en die komen vrij bij regen. Op de bodem bevinden er zich bovendien tal van grondbacteriën die aromatische vluchtige stoffen aanmaken die vrijkomen als het regent. Mensen zijn daar heel gevoelig voor. We detecteren die stoffen heel snel en we ruiken dat graag. Het zijn namelijk geuren die we associëren met natuur, met ­gezondheid, met een frisse start. Fysiek hebben ze geen impact, maar psychologisch wel. Want die vluchtige stoffen vonden we eeuwen geleden terug in eetbare planten en in de loop van de evolutie hebben ze hun positieve connotatie behouden. Zelfs nu we al lang niet meer op zoek hoeven naar eetbare planten, blijven we hun geuren herkennen. Na zo’n onweer komen er massaal veel dergelijke geuren vrij en dat creëert een effect in onze hersenen.” Ons oerbrein wordt er instant vrolijk van.

De woestijn: visuele rust voor hoofd en ziel

Veel afleiding vind je niet in de woestijn. “Eerlijk, ik heb er weinig mee”, vertrouwt wetenschapsfilosofe Sylvia ons toe. “Zo’n woestijn heeft wat van een eindeloze leegte, maar dat is een optische illusie. Want zelfs woestijnen zijn niet eindeloos. Het zijn wel bevreemdende, verrader­lijke plekken waar je heel snel gedes­oriënteerd raakt.” Jij bent de enige constante, dus verleg je automatisch de focus naar jezelf en sta je veel meer stil bij wat je voelt, denkt en ­ervaart. “In onze drukke wereld, waarin we constant ­gebombardeerd worden met een stortvloed aan visuele prikkels, zorgt zo’n monotoon landschap voor een welkome uniformiteit die wat geborgen aanvoelt,” verklaart bioloog Pieter dan weer. “En zo’n simpel monotoon landschap zonder prikkels stimuleert tegelijkertijd de verbeeldingskracht van je hersenen.”

Bossen en bloemen: een portie rust

Filosofen waren altijd al fan van bossen en wouden. “In zijn boek ‘The Botany of Desire’ draait filosoof Michael Pollan de rollen zelfs om en bekijkt hij de wereld vanuit het perspectief van de planten en bloemen”, zegt Sylvia Wenmackers. “Een andere ­filosoof, Levi R. Bryant, verklaart dat gras ons tot slaaf gemaakt heeft. Gras heeft ons zo gek gekregen om het over de wereld te verspreiden. Het geld en de tijd die we besteden aan ons gazon bewijzen zijn punt.” Zelf sluit de wetenschapsfilosofe zich graag aan bij de bekende Henry David Thoreau, auteur van Walden. “Hij stelde dat je de natuur op je moet laten inwerken en dat doe je door je terug te trekken in de bossen en te wandelen. Hij zag het wel extreem en probeerde echt te overleven in de wildernis.” 

Maar ook op korte termijn kan je deugd hebben van een natuuruitstap. “Onderzoekers vermoeden dat dat te maken heeft met visuele patronen die steeds terugkeren. Een blad vormt hetzelfde patroon als een boom en die herhaling is minder belastend voor ons brein en verlaagt onze stress. Idem voor de kustlijn. Als je de Engelse kustlijn van ver bekijkt, dan zie je een grillig patroon, als je inzoomt herhaalt dat patroon zich, alleen op een andere schaal. Ook twijgjes en takken zouden zich op eenzelfde manier opsplitsen. En doordat al die patronen op al die verschillende niveaus hetzelfde zijn, hoeft ons brein geen nieuwe info te verwerken. Dat schenkt ons rust. Dus wordt er nu bekeken of we ook steden volgens dat principe kunnen ontwikkelen.” 

Pieter vult graag aan. “Planten scheiden vluchtige stoffen uit als ze beschadigd raken of om een soortgenoot te waarschuwen. Als je met een grasmaaier over een grasveld rijdt, komen al die stoffen op hetzelfde moment vrij, en dat heeft een positief effect op ons gemoed. We detecteren al die stoffen en die triggeren nog steeds die eeuwenoude overtuiging dat er zich eetbare planten in de buurt bevinden.” Dat we die geuren ­ondertussen associëren met de lente en de zomer, maakt dat geluksgevoel alleen maar groter. 

Wat doet dat met je lichaam?, Pieter Vancamp, Borgerhoff & Lamberigts, € 22,99