Gezond en gelukkig leven begint hier en nu

Abonneer

De gezonde gewoontes van Metejoor: "Mijn ultieme doel is leren genieten"

doorRoxanne Wellensop 19/07/2022

Joris – Metejoor – van Rossem (31) bracht zijn debuutalbum ‘Metejoor’ uit en domineert al enige tijd onze hitlijsten. Zo kreeg hij op de MIA’s maar liefst drie prijzen. Ook deze zomer belooft dat niet anders te zijn. Wie gaat er schuil achter de catchy songs? Een gevoelig man, zo blijkt. Een gesprek over de liefde, ADHD en de drang om iedereen te pleasen.

Hij begroet me joviaal met een kus op de wang. Het is halfeen ’s middags, maar hij heeft nog niet ontbeten, heeft net een ander interview achter de rug en zijn arm zit in het gips. “Mag ik nog eerst heel even een plasje gaan doen?”, vraagt hij.

Ik vraag me al de hele tijd af wat je met arm hebt gedaan.

“(Terwijl hij een banaan probeert open te peuteren) Eergisteren reed ik met de fiets naar huis na het boodschappen doen. Ik wou eigenlijk eerst gaan sporten, maar dacht nog: Joris, je gaat eerst boodschappen doen en daarna pas sporten. (lachje) Dan had ik de dingen die ik moest doen al achter de rug, snap je? Maar ik ben tegen een auto gebotst, of omgekeerd. Wat ik nog weet, is dat ik op de grond lag. Mijn duim en pols zijn gebroken en mijn ribben zijn gebarsten.”

En jij gaat gewoon door met optreden en interviews geven?

“(Haalt de schouders op) Het kon gewoon niet anders. Ik moet dadelijk weer pijnstillers pakken. Dit is nog maar dag twee van een superintense vierdaagse waarin ik mijn nieuwe single Kijk ons nou met Snelle voorstel. Gisteren zei ik de raarste dingen. Ik noemde mijn cameraman de hele tijd bij de verkeerde naam, kon niet meer op woorden komen. Ik was ... (fluit koekoeksgeluidje). De dokter zei dat ik thuis moest blijven. Maar ik deed alsof er niets aan de hand was, want ik moest gaan zingen.”

Oké ... Je zit hier met gebarsten ribben, een gebroken arm, en je vraagt net aan mij of je mág gaan plassen. Ben je toevallig een pleaser?

“(schrikt een beetje) Oei. Euh. Ja.”

Ik bedoel dat het lijkt alsof je wil goeddoen voor iedereen.

“Ik ben er inderdaad altijd op gefocust dat iedereen in de omgeving zich goed en veilig voelt. Dat komt omdat ik vroeger héél onzeker was. Nieuwe mensen leren kennen vond ik eng. Bij examens ging ik eraan van de stress. Ik was elk jaar de jongste van de klas, omdat ik een kleuterklasje had overgeslagen. Mijn klasgenoten hadden al baardgroei en ik nog vollenbak acne. Ik vond dan dat mijn vrienden er keigoed uitzagen en ik nog niet.”

“Misschien stel ik mensen zo op hun gemak omdat ik vroeger gewild had dat iemand tegen mij zei: ‘Hé, het is goed.’ Die angst om teleur te stellen is een familietrekje. Wij willen het gewoon heel goed doen. Als je ergens aan begint, moet dat (stil) pérfect zijn. En dat is niet tof, want dan ben je nooit content. Toen ik coach was tijdens The Voice Kids zei ik tegen de kindjes: juist niet perfect zingen is het mooie. Je kan heel mooi en netjes zingen, maar dat komt niet binnen.”

Ik las online dat die faalangst ervoor zorgde dat je lang niet op een podium durfde te gaan staan.

“Dat klopt. Mijn zus Lisa was daar het tegenovergestelde in. Zij zong en danste en stond graag in het middelpunt van de belangstelling. Ik had mijn voetbal. Dat kon ik goed. Ik speelde in de plaatselijke club van Vosselaar. Stampte van overal op de goal en de bal ging er altijd in. Corners, vrije trappen, alles mocht ik doen. Dan werd ik plots naar een club geplaatst die op een hoger niveau speelde en moest ik testen afleggen. Er werd gemeten hoe vaak ik kon jongleren, dat soort dingen. Die prestatiedruk heeft mij gekild toen.”

Wat bedoel je daarmee?

“De fun was weg. Ik heb elke training, vanaf mijn dertien tot twintig jaar, met angst gespeeld. ‘O, ik moet dat goed doen. O, als ik dit verpruts, mag ik misschien niet meesjotten.’ Tijdens de wedstrijden was het extreem. Mijn trainers waren verbaasd dat ik me tijdens de match zo inhield, maar dat was puur uit angst om iets fout te doen. Sinds ik met muziek begon, heb ik me voorgenomen om mezelf nooit meer door angst te laten tegenhouden. Bungeejumpen ga ik niet doen, ik heb hoogtevrees, dat hoeft voor mij echt niet. (lachje) Maar zingen ... Dat was zo’n grens die ik moest oversteken.”

Heb je nu nog veel last van faalangst?

“Vooral bij nieuwe dingen, omgevingen en situaties waar ik mezelf opnieuw moet bewijzen. Op live tv-programma’s zingen vind ik eng, omdat je dan maar één kans krijgt. Dan begin ik erg te zweten, met mijn ogen te knipperen en voel ik me gehaast en onwennig. Je ziet dat snel aan mij. Ik ben altijd zo bang om mijn tekst te vergeten! (verontschuldigend lachje) Speciaal manneke, ik weet het. Op concerten heb ik dat dan weer niet. Want ik weet: dit is mijn concert, ik ga mijn nummers brengen, ze komen voor mij. Ik heb me, zeg maar, al bewezen.”

Plots komt er een groep mensen voorbij. Een van hen vraagt een foto. In plaats van hen bot af te wimpelen, zegt Joris: “Sorry, lieve schatten, we zijn bezig met een interview, dus dat zal niet gaan. Misschien een andere keer? Anders gaat het lang duren. Salukes, hè, en aangenaam. Heb je een rondleiding?” Hij draait zich weer om naar mij. “Wat was ik aan het zeggen? Ik heb maar gezegd dat een foto niet ging, hè, want anders gaat het lang duren.”

Wat had je gedaan als je niet succesvol was geweest? Je had ook keihard afgewezen kunnen worden.

“Ik weet het eerlijk gezegd niet. We zijn ook een paar keer met onze neus tegen de muur gelopen. Ik heb effectief gehoord: ‘Als een andere artiest dit liedje zou zingen, zou het een hit worden, maar jou gaan we nog niet draaien.’ Toch waren er altijd mensen die het wél leuk vonden wat ik deed en die in mij geloofden. Als iedereen nu zou zeggen ‘die Metejoor trekt op niks’, zou ik – mij kennende – wel crashen.”

Over crashen gesproken. Hoe voorkom jij, met jouw overvolle dagen, dat je crasht of in een burn-out terechtkomt?

“Eigenlijk zou ik veel moeten slapen, dat gaf Bart Peeters me ooit als tip. Hij zei: ‘Joris, een artiest heeft bovenal slaap nodig.’ Al lukt me dat dezer dagen niet goed, zeker met die gebarsten ribben. Maar ik sport veel. En sinds kort probeer ik dagen in te plannen die volledig vrij zijn. Dat gebeurt niet dikwijls omdat ik op bijna alles ‘ja’ zeg. Ik heb het gevoel dat het nu moet gebeuren. Dat ik zeker geen nee mag zeggen, want wat zullen de mensen dan denken? (denkt na) Wat je vraagt is zeer terecht, weeral een ­wake-upcall. Weet je wat het is? Ik moet overal altijd honderd procent zijn, hè. In het onderwijs was dat niet. Daar kon ik mijn hoofd al eens op de bank leggen. (lacht)”

In elk interview dat ik van jou lees komt je familie aan bod. Hoe heeft jouw gezin je gevormd tot wie je vandaag bent?

“Mijn papa was vroeger huisdokter. Mama was opvoedster in een home waar mensen met een beperking wonen. Wij hebben ons hele leven niet anders gezien dan dat onze ouders zorgden voor anderen. Iedereen was welkom bij ons. Vanwaar je ook kwam, wat je ook meegemaakt hebt. Van mijn ouders heb ik geleerd: iedereen is oké. Je moet geen vooroordelen hebben.”

Behalve over jezelf dan.

“(lacht) Ja. Maar we zijn heel kritisch voor elkaar, hè. Geneigd om te zeggen: dit kan beter, of hier moet je nog eens over nadenken. Eigenlijk is dat helemaal niet goed! Naar de omgeving toe is iedereen heel fier over elkaar. Tegen elkaar zijn we redelijk ... hard.”

Je bent zelf pluspapa van twee kindjes. Neem je die vaderschapsrol bewust op of hou je je eerder afzijdig?

“In het begin dacht ik: nu ben ik dus papa. Maar dat is helemaal niet de bedoeling. Ze hebben een papa, ze hebben een mama. En ik ben hun nieuwe beste vriend. Ik hoef niet mee naar ouderraden. Ik ben er gewoon voor hen, we maken samen plezier, en dat is eigenlijk keileuk. Ik vind het tof om met de meisjes free podium te doen.”

“Dan zeggen ze: ‘Kondig ons nog eens aan!’ En dan komen ze uit de keuken en beginnen ze te dansen. Ze durven nu al honderd keer meer dan ik vroeger durfde. Toch had ik nooit gedacht dat ik pluspapa zou zijn, want ik geloof in de ultieme liefde. Je wordt verliefd en maakt een liefdeskind, krijgt een prachtig gezin en ... Zo is het dus niet gegaan. Maar dat verandert niet veel. Het is nog altijd heel leuk en mooi.”

Is je vriendin jouw ultieme liefde?

“Ja. Britt vult mij aan. Ik heb nul structuur, ben altijd druk en wazig in mijn kop. Britt zorgt voor die structuur. De veilige thuishaven. Ik kom thuis en daar is rust. Daar is veiligheid. Daar hoef ik mezelf niet te bewijzen.”

Hoe zorg je ervoor dat jij en Britt niet uit elkaar groeien?

“Dat is niet gemakkelijk, want we zien elkaar weinig. Vroeger hield ik graag al mijn opties open. Ik moest maar eens kunnen gaan optreden als wij juist op verlof waren. Nu is het omgekeerd: we plannen tijd samen in en houden ons daaraan. We moeten dat echt doen om elkaar niet uit het oog te verliezen.”

Heb je ooit al eens gedacht dat je misschien ADHD zou kunnen hebben?

“Ik héb ook ADHD. Al weet ik dat nog maar pas. Mijn huisdokter zei dat hij het al heel lang wist, maar het nooit had gezegd omdat hij niet wilde dat ik zou veranderen. Maar ja, ondertussen zat ik er wel mee! Ik kon ook nooit studeren. Dat was een hel. Ik zat tien uur achter mijn bureau en kreeg gewoon niets geleerd. Van leraars kreeg ik te horen dat ik wat harder mijn best moest doen.”

“Innerlijke rust is mij onbekend. Dat is trouwens mijn levensdoel: ik wil leren genieten. Nu is het nog veel gaan, gaan, gaan. Maar mijn grootste doel is innerlijke rust vinden. Kunnen zeggen: nu ga ik eens een maand naar Zwitserland of Nieuw-Zeeland – een plek met water, bergen en groene velden – en laat ik alles zijn.’”

Gevoel of ratio?

“(snel) Gevoel. Is het niet met mijn eigen gevoelens, dan ben ik wel bezig met de gevoelens van iemand anders. Dat is heel vermoeiend. Of ik ben overdreven gelukkig, of overdreven verdrietig. Bij mij is het altijd extreem.”

Wat geeft je het gevoel dat je leeft?

“Op een podium staan, dan voel ik dat ik doe wat ik moet doen. Sinds kort ook in de tuin werken. Ik ga elke dag naar mijn plantjes kijken om te kijken of ze gegroeid zijn. En aan een vijver zitten met een stoeltje in de zon. Dat is voor mij: het.”