De nieuwe voedingsdriehoek: 3 redenen waarom wij fan zijn

doorVeerle Maesop 20/09/2017

Gisteren werd de nieuwe voedingsdriehoek gelanceerd. Die zet heel wat van de klassieke voedingsaanbevelingen niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk op hun kop. Het is even wennen, maar wij zijn fan. En wel hierom.

Alles op zijn kop

Wat meteen opvalt is dat de nieuwe voedingsdriehoek letterlijk op zijn kop staat. Daardoor komen de voedingsmiddelen die je het meest zou moeten eten, bovenaan te staan en springen ze ook onmiddellijk in het oog. Een andere belangrijke ingreep is dat de voedingsmiddelen niet langer gerangschikt staan volgens de voedingsstoffen die ze aanbrengen (eiwitten, koolhydraten …) maar wel volgens hun effect op onze gezondheid. Vroeger stonden rood vlees, gevogelte, eieren, vis, noten en peulvruchten bijvoorbeeld allemaal in hetzelfde ‘vakje’, de eiwitbommen, in het nieuwe model worden ze  uit elkaar gehaald wegens hun verschillende gezondheidseffecten.

De grote focus ligt in het nieuwe model op plantaardige producten, de donkergroene zone bovenaan de driehoek. Daar moeten we volgens het nieuwe model zo veel mogelijk van eten. Die plantaardige producten kunnen we naar keuze aanvullen met een beperkt aantal producten van dierlijke afkomst uit de lichtgroene zone: eieren, kaas, melkproducten, vis en wit vlees.

In de oranje zone vinden we de producten terug waar de meeste Vlamingen (veel te) veel van eten en die we dus minder zouden moeten consumeren. Denk aan rood vlees, maar ook aan boter, dat hier symbool staat voor de verzadigde vetten.

Nog een belangrijk verschil met de klassieke driehoek: omdat lichaamsbeweging de aandacht zou krijgen die het verdient, is de laag beweging uit het model weggevallen en heeft ze plaats gemaakt voor een aparte bewegingsdriehoek.

Heel wat troeven

Natuurlijk zal er de komende weken en maanden kritiek komen op de nieuwe voedingsdriehoek en minstens een deel van die kritiek zal zonder twijfel terecht zijn, maar er zijn ook heel wat goede redenen waarom ik als gewone Vlaamse vrouw met een sterke interesse in gezonde voeding en als gezondheidsjournalist wél meteen fan ben van  de nieuwe voedingsdriehoek. Dit zijn de belangrijkste:

1. Eerst en vooral is er de focus op duidelijke en haalbare boodschappen. Waar je bij het oude model heel wat extra duiding nodig had om alles correct te interpreteren, houdt de nieuwe driehoek het veel eenvoudiger. Meer van dit, minder van dat, zo weinig mogelijk van zus of zo.

2. Ook het feit dat de ‘restgroep’ (snoep, alcohol, frisdrank …) niet langer een plekje krijgt in de driehoek zelf maar verbannen wordt naar een aparte rode bol, vind ik een enorme stap vooruit. Want laten we wel wezen, natuurlijk is er niets mis met jezelf af en toe een minder gezonde uitspatting gunnen, maar in ‘aanbevelingen voor gezonde voeding’ horen ultrabewerkte producten waaraan heel wat suiker, vet en/of zout is toegevoegd en waarvan het ongunstige gezondheidseffect werd aangetoond, niet echt thuis, toch? En zo kunnen producenten van ongezonde voedingsmiddelen zich ook niet langer achter ‘het mag, want het staat in de voedingsdriehoek’ verschuilen om hun ongezonde producten aan de man te brengen.

3. Maar de allergrootste troef van de nieuwe voedingsdriehoek vind ik misschien wel dat hij exacte hoeveelheden achterwege laat. 'Een bewuste keuze', zo benadrukt Loes Neven, van het Vlaams Instituut Gezond Leven, 'omdat het verwarrend en demotiverend werkt.' Een redenering waar ik me perfect in kan vinden, want ik heb me ook weleens blindgestaard op de 5 tot 12 sneden bruin brood en de 3 tot 5 gekookte aardappelen uit de klassieke driehoek. Hoeveel moest ik er nu eigenlijk eten? En hoeveel mijn man? En mijn kinderen? Nee, doe mij maar de ‘minder van dit’ en ‘zoveel mogelijk van dat’. In een samenleving waarin we al moeite genoeg moeten doen om alle ballen in de lucht te houden, zullen de meesten van ons er – mits de juiste motivatie – nog wel in slagen dat toe te passen. Maar als iemand me zeer rigide komt voorschrijven hoeveel gram groenten ik op mijn bord moet scheppen, hoe vaak ik vis of vlees moet of mag eten en hoe dikwijls ik mag ‘zondigen’, dan loert de demotivatie al snel om de hoek en ben ik geneigd om af te haken.