Delphine liet haar borsten en eierstokken preventief weghalen. “Ik zou het mezelf niet vergeven, mocht ik kanker krijgen terwijl ik het kon voorkomen”

doorAnke Michielsop 13/11/2021

“De kans dat ik daar ooit kanker zou ontwikkelen, was tachtig procent. Ik wil de ziekte voor zijn.” Na een genetisch onderzoek staat het zwart op wit: journaliste Delphine Van Snick (36) is draagster van het borstkankergen. Daarom liet de jonge mama onlangs preventief haar borsten en eierstokken wegnemen. “Ik heb vijftig procent kans om het door te geven. Met die wetenschap zomaar aan een baby beginnen? Dat staat mijn geweten niet toe.” 

“In 2012 is mijn papa gestorven aan longkanker, met uitzaaiingen in de hersenen. Zijn zus heeft borstkanker gehad. Mijn grootmoeder is eraan overleden. Een tante ook. Om maar te zeggen: de hele vrouwelijke tak langs vaders kant, was bezaaid met borstkanker. Daarom kwam ik in aanmerking voor een DNA-test, waarbij men zou onderzoeken of ik het gen draag. Niet iedereen die borstkanker krijgt, is drager van dat gen. Maar als je het gen hébt, maak je tachtig procent kans dat je borstkanker ontwikkelt.”

“Het heeft altijd ergens in mijn achterhoofd gezeten: ‘Ik zal niet schrikken als ik ooit kanker krijg’. Maar op één of andere manier wist ik het te verdringen. Tot ik in februari vorig jaar een soort stemmetje hoorde - al klinkt dat stommer dan bedoeld (lachje): ‘Laat je testen’. Het kwam plots in me op. Diezelfde dag heb ik naar het UZ in Gent gebeld. Vervolgens moest ik twee maanden wachten op de resultaten. Ik kreeg het verdict vlak voor mijn 35ste verjaardag. Toen men me belde met de uitslag, kende ik die eigenlijk al: ja, ik héb dat gen. Ik had zelfs op voorhand concrete afspraken gemaakt bij chirurgen, om over verdere stappen te praten.”

“Van de chirurg kreeg ik twee keuzes: ofwel liet ik mijn borsten preventief verwijderen ofwel kreeg ik elke zes maanden een screening. Dat laatste was voor mij geen optie. Ook mijn tante werd strikt opgevolgd, en toch was er bij haar kanker ontstaan. De volgende keuze was: implantaten of eigen weefsel. Maar ik heb simpelweg onvoldoende eigen vet om borsten te maken. Ik zou nooit opnieuw aan een B-cup geraken. En dus koos ik voor implantaten. Enkel mijn tepels en huid bleven behouden. Onderaan mijn borsten zit een klein littekentje.”

Lipofilling

“Dat klinkt eenvoudig, maar het is een pijnlijke ingreep. Na de operatie was mijn boezem één grote bloeduitstorting. Bont en blauw. Opgezwollen. Het duurt maanden voordat de zwelling weg is. Mijn nieuwe boezem? Die is er beter en mooier op geworden. (lacht) Maar niet van de ene dag op de andere. Een paar maanden geleden heeft de chirurg een eerste lipofilling gedaan (met beperkte liposuctie de borsten opvullen met eigen vet, red.) 

Bij een ‘gewone’ borstvergroting zit de prothese tussen de borstklieren en het vet, waardoor het geheel mooi opgevuld is. In mijn geval is al het weefsel weg, waardoor de prothese vlak onder de huid zit en je de rand soms ziet zitten. Daarom spuiten ze dus een beetje eigen vet bij. Dat nemen ze weg aan de billen – ook dat is geen lachertje. Ik kon een week amper zitten of liggen.”

“Ik weet niet of ik meteen ‘opgelucht’ was, nadat mijn borsten verwijderd waren. (denkt na) Ik ben daar rationeel in. Dit moest gewoon gebeuren, ik wil de ziekte voor zijn. En dat kan, dankzij DNA-onderzoek. Ik vind het vooral jammer dat mijn eigen gynaecoloog dat nooit zelf heeft voorgesteld. Rond dat genetisch onderzoek mag geen taboe hangen. Al kan ik maar één vrouw overtuigen, is mijn missie geslaagd.”

De korte pijn 

“Dit voorjaar volgde een tweede stap. Want het ‘BRCA-1’ gen dat ik draag, veroorzaakt zowel borst- als eierstokkanker. Vroeger raadde men aan om voor je 45ste de eierstokken en eileiders weg te nemen. Intussen is die grens verlegd naar ‘voor je 40ste’. Ik koos voor de korte pijn. Via een kijkoperatie is een paar maanden geleden alles verwijderd.”

“Voor mij was dat geen issue. Vijf jaar geleden verloor ik een tweeling tijdens mijn zwangerschap. Daarna is mijn zoontje Jasper (bijna vier) geboren, exact één jaar later. Vlak voor de ingreep aan mijn borsten is de relatie met de papa van Jasper afgesprongen. Voor mij moeten er geen kindjes meer volgen.”

“Uiteraard heb ik me de vraag wel gesteld: ik ben nog jong, wat als ik ooit tóch nog een kind wil? Ik heb vijftig procent kans om het door te geven. Met die wetenschap zomaar aan een baby beginnen? Dat staat mijn geweten niet toe. Ik zou het enkel nog kunnen op kunstmatige wijze. Want tijdens een IVF-procedure kan men dat gen verwijderen. Maar daar heb ik eerlijk gezegd geen moed voor. Ik ben enorm dankbaar voor mijn zoon. Dit was voor mij de enige juiste keuze.”

Pot glijmiddel

“Zónder eierstokken kom je als vrouw natuurlijk wel in de overgang terecht. Ik neem een kleine dosis oestrogeen en progesteron en voorlopig ben ik daar goed mee. Het heeft ook absoluut geen effect op mijn seksuele beleving. Gelukkig maar. Mocht dat ooit wel zo zijn, moet je gewoon oplossingen zoeken, toch? Al was het een grote pot glijmiddel op je nachtkastje. (lacht)

“Ik heb gedaan wat ik moest doen en ik breek er mijn hoofd niet meer over. Ik kon niet anders. Ik heb een gezin, ik heb een kind. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben, mocht ik op een dag borst- of eierstokkanker krijgen, wetende: verdorie, ik had dit kunnen voorkomen.”