Eicellen zijn selectief: ze verkiezen niet altijd het sperma van de partner

doorStéphanie Verzelenop 24/06/2020

Een nieuwe studie toont aan dat eicellen een eigen willetje hebben wanneer het op sperma aankomt. Ze verkiezen bepaalde zaadcellen en gebruiken chemische stoffen om die aan te trekken. Plus, ze hebben niet noodzakelijk een voorkeur voor het sperma van de man die je zelf als partner koos.

Het is al een tijdje wetenschappelijk bewezen dat eicellen het sperma dat naar hen toe racet, een handje helpen. Tijdens de ovulatie scheiden ze chemische stoffen af die als een soort broodkruimelspoor dienen voor zaadcellen in de buurt. Sperma dat met die chemische stoffen in contact komt, begint als een gek naar het eitje te zwemmen. En dat is natuurlijk handig wanneer je hoopt op bevruchting. 

Geen partnereffect

Maar een studie van de Stockholms Universitet en de Manchester University NHS Foundation Trust stelt nu vast dat vrouwelijke eitjes meer controle hebben over welke zaadcel met de hoofdprijs gaat lopen dan we dachten. De wetenschappers deden testen met stalen van zestien koppels die aan een vruchtbaarheidsbehandeling deelnamen. Ze brachten daarbij het broodkruimelspoor van de eicellen van een vrouw samen in petrischaaltjes met zowel het sperma van de partner als met het sperma van een vreemde man.

Wat bleek? Het broodkruimelspoor van de chemische stoffen had meer effect op bepaalde zaadcellen dan op andere. En zo selecteerden de eicellen welk sperma meer kans op succes had. “We hadden daarbij een soort van partnereffect verwacht”, vertelde John Fitzpatrick aan CNN, medeauteur van de studie en assistent-professor zoölogie van de Stockholms Universitet. “Maar in de helft van de gevallen verkozen de eicellen het sperma van de vreemde man.” 

Voor een zo sterk mogelijke baby

“De meest waarschijnlijke verklaring? Met die chemische selectie kiezen vrouwen, of toch hun eicellen, voor mannen die de beste genen hebben of genetisch het meest compatibel zijn”, zegt Fitzpatrick. Volgens hem en zijn collega’s proberen eicellen zo te vermijden dat sperma van een slechtere genetische kwaliteit als overwinnaar bij de eindmeet geraakt, in de hoop dat de baby zo minder vatbaar is voor ziektes. Ook al sluiten ze daarmee het sperma van de liefde van hun leven uit.

Volgens professor Daniel Brison, hoofdauteur van de studie en directeur van de afdeling Reproductieve Geneeskunde van het Saint Marys’ Hospital, zal de nieuwe kennis nuttig zijn in de behandeling van koppels met vruchtbaarheidsproblemen. 

De studie werd gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society.