Hooikoortsseizoen is officieel gestart: dit kan je eraan doen

doorRedactieop 21/05/2020

Laat het gras maar groeien? Laat het snot maar vloeien, ja! Volgenshet Instituut voor gezondheid Sciensano is het hooikoortsseizoen van start gegaan. Pechvogels hebben last van niesbuien, jeukende ogen en een loopneus die je met geen tien zakdoeken gesnoten krijgt. Het goede nieuws: er is wat aan te doen. 

Het is een wat ongelukkige naam, hooikoorts, en wel om twee redenen: hooikoorts is geen koorts en met hooi heeft het ook niets te maken. Artsen hebben het over pollenallergie of ‘allergische rinitis’. De klachten zijn gekend: lopende neus, niesaanvallen, jeukende ogen, kriebelhoest. Stel je een fikse verkoudheid voor, maar dan eentje die maandenlang aansleept. Helaas zijn de symptomen ook te vergelijken met die van Covid-19, wat voor heel wat ongerustheid kan zorgen. Daarom wordt aan hooikoortspatiënten aangeraden om hun medicatie al beginnen in te nemen en intensieve inspanningen buiten te vermijden. Want wie ermee kampt, kan er flink wat last van hebben. 

“Allergieën worden niet altijd ernstig genomen”, weet neus-, keel- en oorarts prof. dr. Philippe Gevaert van het UZ Gent. “Ten onrechte. Je blijft niet thuis van je werk omdat je een opstoot hebt, maar het zorgt wel voor vermoeidheid, een suffe kop, hoofdpijn en een gevoel van onbehagen. Niet bevorderlijk voor het humeur en de concentratie dus. Een sprekend cijfer: studenten die allergisch zijn voor graspollen, scoren in de examens van juni 10 procent minder dan in januari.”

Ongeveer 30 procent van de bevolking heeft allergische rinitis. Achter elk hoekje liggen mogelijke boosdoeners op de loer. Huisstofmijt is een wat miskend allergeen, maar toch verantwoordelijk voor 18 procent van de allergiereacties. Pollen (stuifmeel) van grassen en bomen zijn goed voor respectievelijk 18 procent en 10 procent. Yep, samen is dat meer dan die 30 procent. Dat komt omdat veel mensen allergisch reageren op verschillende allergenen. Gras én bomen, bijvoorbeeld, of bomen én huisstofmijt.

Philippe Gevaert: “30 procent van de bevolking met allergische rinitis, dat lijkt veel. Maar het fenomeen zal nog toenemen. In de leeftijdscategorie tussen 20 en 45 jaar heeft nu al 45 procent allergische rinitis.”

Te proper op onszelf

Hoe komt het dat steeds meer mensen in de westerse wereld allergisch worden? De wetenschap verklaart dit met de hygiënehypothese. Daarvoor moet je eerst weten wat een allergie eigenlijk is.

Philippe Gevaert: “Normaal reageert het menselijk afweersysteem alleen op ziekmakers, zoals bacteriën en virussen. Bij een allergie reageert het heftig op stoffen die eigenlijk onschadelijk zijn, zoals pollen van bomen en grassen. Dat zou te maken hebben met de toegenomen hygiëne in onze maatschappij. Het immuunsysteem van kinderen wordt tegenwoordig minder blootgesteld aan allerlei soorten infecties. Daardoor leert het niet om rustig te reageren op onschuldige prikkels.”

De cijfers zijn frappant. Rond de Tweede Wereldoorlog had maar 5 procent van de bevolking last van allergieën. Dat waren vooral mensen uit de gegoede klasse, die in een proper huis woonden. Kinderen die op de boerderij opgroeiden, dicht bij het vee, kregen wel veel bacteriën binnen. Zij hadden daardoor een rijper afweersysteem en kregen bijna nooit allergieën. Hetzelfde geldt vandaag voor kinderen die oudere broers of zussen hebben of naar de crèche gaan. Andermans groene snottebel is blijkbaar een prima manier om je immuunsysteem op te krikken. Wat nu? Zijn we te proper op onszelf geworden? Moeten we stoppen met onze handen te wassen na een toiletbezoek?

Philippe Gevaert: “Liefst niet (zeker met de huidige coronacrisis is het belangrijk om regelmatig je handen te wassen met water en zeep nvdr.). Onze basishygiëne is veranderd, en gelukkig maar. Dat was een grote sprong vooruit voor de volksgezondheid. We kunnen echt niet meer terug naar hoe het vroeger was, want de nadelen van een toegenomen hygiëne wegen niet op tegen de voordelen. Alleen betalen we er wel een prijs voor: meer allergieën.”

Slikken en spuiten

Allergenen vermijden is aartsmoeilijk. Het internet wemelt van de adviezen (ramen dichthouden, bomen rooien, zonnebril dragen, kat wekelijks wassen ...), maar Philippe Gevaert gelooft er niet echt in. De pollen zitten overal. Je kind binnenhouden? Dat vindt hij een fout advies. Kinderen moeten buiten spelen! Het enige wat kan helpen, is een goede behandeling. Die is gelukkig wel voorhanden. Philippe Gevaert: “Antihistaminica koop je zonder voorschrift bij de apotheker, meestal als zuigtabletjes. Die werken tegen histamine, een stof die in het lichaam vrijkomt bij allergische verschijnselen. Antihistaminica bestrijden de symptomen. Ze werken goed en snel tegen niezen, een loopneus en jeuk en je mag ze levenslang nemen. Je wordt er soms wel wat suf van. Antihistaminica van de nieuwere generatie doen het op dat vlak beter. Ze bestaan ook als neusspray. Die helpt wel tegen een lopende neus, maar minder tegen jeuk en oogklachten.”

Antihistaminica werken niet tegen een verstopte neus. De nko-arts is geen fan van de klassieke ‘decongestieve’ neussprays. Die zijn zonder voorschrift te krijgen en verminderen de zwelling van de neusslijmvliezen. Decongestiva mag je niet langer dan een week gebruiken. Anders verliest de neus zijn capaciteit om zelf te ontzwellen en kan de verstopping net erger worden. Dat advies wordt in België vrolijk in de wind geslagen.

Verslaafd

Philippe Gevaert: “De helft van de mensen met chronische rinitis is verslaafd aan deze neussprays en neemt ze langer dan een jaar. Dat is echt af te raden. Daarom hebben we de overheid gevraagd om een ander soort van sprays zonder voorschrift beschikbaar te maken: nasale corticoïdesprays. Sindsdien daalt het gebruik van decongestieve neussprays een beetje.”

Neussprays met corticoïden: dat klinkt als zwaar geschut, maar dat klopt niet. De spray bevat maar heel weinig cortisone. Die dringt alleen plaatselijk de ontsteking terug – in de neus dus. Er komt zo weinig in de bloedbaan terecht dat het niet meer gemeten kan worden.

Philippe Gevaert: “Nasale corticoïden zijn het krachtigste neusmedicament tegen allergische rinitis: ze werken tegen een loopneus én neusverstopping en ze verminderen het niezen. Je moet de vloeistof wel goed schudden en correct toedienen. Het enige grote nadeel is dat deze spray niet onmiddellijk werkt: het maximale effect krijg je pas bij dagelijks gebruik na tien tot veertien dagen. Je mag de spray combineren met een antihistaminicum, dat wel instant verlichting geeft.”

Een soort van vaccinatie

Als slikken en spuiten niet helpt, is er een laatste redmiddel: allergeenspecifieke immunotherapie, ook weleens desensibilisatie of hyposensibilisatie genoemd. Immunotherapie bestaat al een eeuw en werkt een beetje als een vaccinatie. In het begin krijg je een zwakke versie toegediend van de stof waarvoor je allergisch bent, bijvoorbeeld pollen van de berk. Dat kan via injecties (subcutaan) of via druppels of zuigtabletten onder de tong (sublinguaal). Daarna wordt de dosis stelselmatig opgedreven, eerst wekelijks en dan maandelijks. Het resultaat is dat het afweersysteem minder heftig of niet meer reageert op het allergeen.

Philippe Gevaert: “Na één jaar voel je al een effect. Doe je het vijf jaar, dan houdt de verbetering vaak tot tien jaar na de behandeling aan. De bijwerkingen zijn beperkt tot wat vermoeidheid na de eerste behandelingen en wat jeuk of huiduitslag. De injecties mogen wel alleen door een arts toegediend worden. De druppels of zuigtabletten onder de tong mag je gewoon zelf thuis innemen.”

Immunotherapie werkt prachtig, maar is nog niet wijdverbreid. De behandeling is ook niet goedkoop. Reken op 200 euro per jaar voor de spuitjes en 1.000 euro voor de druppels en de zuigtabletten. Dat is exclusief de consultaties, want de injecties worden door de arts gegeven. De ziekteverzekering betaalt niets terug. Slik …

Philippe Gevaert: “Onze buurlanden betalen immunotherapie wel terug. Ik vind het onbegrijpelijk dat België dat niet doet. Vooral voor een kleinere groep mensen die zelfs met een maximale medicamenteuze behandeling nog steeds veel symptomen hebben, zou immunotherapie terugbetaald moeten worden. Bij gebrek aan een alternatief worden die patiënten nu behandeld met pilletjes of een inspuiting met cortisone. Die inspuitingen zijn wel gevaarlijk en op lange termijn zeer schadelijk: ze verhogen de kans op diabetes, osteoporose en de vorming van bloedklontertjes. Immunotherapie zou de levenskwaliteit van deze mensen enorm verbeteren en op termijn ook geld besparen: als je kinderen vaccineert, krijgen ze later minder vaak andere allergieën of astma. Het is de enige behandeling die de ziekte echt verandert en die zelfs na stopzetting een langdurig effect heeft. Nu is immunotherapie er alleen voor mensen die het kennen en kunnen betalen.”