Kan je moeilijk loslaten? 6 lessen van experts om je verleden achter je te laten

doorRedactieop 02/08/2022

Een negatieve werkervaring, ontgoocheling in de liefde, het verlies van een dierbare. Soms weegt het verleden zwaarder dan je lief is. Wanneer helen de littekens en hoe krijg je dat gewicht van je schouders?  Psychologe Elke Smeets en trauma-expert Marc Van Steenkiste delen hun inzichten en bundelen zes belangrijke lessen om liefde te tonen voor je littekens. “Zelfcompassie wordt weleens foutief gelinkt aan egoïsme.” 

“Eerlijk? Loslaten heeft voor mij eerder een negatieve bijklank. Laat je verdriet of ontgoocheling los, en hopla, je kan met een nieuwe lei starten. Zo werkt het niet”, steekt dr. Elke Smeets van wal. Ze is doctor in de positieve psychologie, gespecialiseerd in zelfcompassie “Het is net zo belangrijk om ruimte te geven aan dat verdriet of litteken, om er bestaansrecht aan te geven. Een kwestie van inchecken bij jezelf en te luisteren naar wat er écht in je omgaat, zonder dat je dat gevoel meteen moet fixen. ­Alleen is een mens daar van nature niet zo bedreven in. Wij willen graag vooruit in het leven, en overwinnen liever de problemen en hindernissen op ons pad.”

Ook trauma-expert dr. Marc Van Steenkiste deelt die mening. “Voor mij is het heilzamer om te leren leven mét dan alle ballast overboord te gooien. Maar dat lijkt vaak simpeler dan het is. Soms is een trauma zo ingrijpend en het slachtoffer zo kwetsbaar dat je er als hulpverlener heel omzichtig mee moet omspringen. In andere gevallen houdt het trauma zich soms jarenlang schuil, terwijl het ondertussen het slachtoffer blijft kwellen en hinderen.”

“Hoe vaak zag ik al iemand met klachten van angst, depressie, verslaving waarvoor geen medische verklaring werd gevonden”, vervolgt hij. “Iemand die al jarenlang therapie volgde, evenveel diagnoses kreeg en vaak niet-werkzame medicijnen kreeg voorgeschreven, om er dan uiteindelijk achter te komen dat een onderliggend en onverwerkt trauma aan de basis ligt.” 

Accepteer wat je niet kan accepteren

“We maken allemaal dingen mee die de bodem vanonder onze voeten lijken weg te slaan”, aldus dr. Smeets. “Een vechtscheiding, een heftig ontslag op ons werk, een onverwachts verlies van een dierbare … Op zo’n moment ben je zelden gebaat met een ‘sterkte’ of ‘het wordt beter’. Soms moet er ­gewoon tijd genomen worden om te rouwen, om verdrietig te zijn, om stil te staan bij wat je overkwam. En ja, de ene mens heeft daar meer ruimte voor nodig dan de andere.”

Uiteindelijk komt het wel op hetzelfde neer, vindt ze. “En dat is jezelf toestemming geven om te voelen wat je voelt, en je eigen aandeel zo mild mogelijk bekijken. Dat geldt ook voor situaties die onmogelijk te accepteren zijn. Acceptatie houdt dan in: erkenning geven aan het feit dat je het niet kan accepteren. En dat is een pak respectvoller dan jezelf dwingen om los te laten.” 

Hoe iemand omgaat met de blessures en mokerslagen van het leven, is erg persoonsgebonden, bevestigt ook dr. Van Steenkiste. “Terwijl een ingrijpende gebeurtenis de ene geen blijvende letsels oplevert, kan het de andere opzadelen met een hardnekkig posttraumatisch stresssyndroom. Iedere mens heeft nu eenmaal zijn eigen portie veerkracht en incasseringsvermogen. Bovendien bepalen ook je genetische aanleg, opvoeding en inner circle mee de mate waarop je iets als traumatisch ervaart, of niet. En hoe je er mee omgaat.” 

Het ligt niet aan jou

“Dat mensen hun verdriet en angst liever willen bestrijden, zit natuurlijk ook in ons DNA”, verklaart dr. Smeets. “In de oertijd was de vecht-vlucht-of-bevriesreactie een heel noodzakelijke reactie op een naderende tijger, zeg maar. Soms is het belangrijk om mensen er nog eens op attent te maken: ‘Het ligt niet aan jou.’ Het is een evolutionair gegeven dat we bij gevaar op zoek gingen naar een oplossing of veiligere omgeving.”

“Bovendien zit dat gevoel nog steeds ingebakken in onze maatschappij en zijn we met z’n allen geconditioneerd om van punt A naar punt B te hollen”, vervolgt ze. “Ik voel me verdrietig? Ik wil me beter voelen! Als hulpverlener is het o zo belangrijk om mensen te leren dat het oké is om wat langer bij dat punt A te blijven hangen. En daar niet beschaamd over te zijn. Want schaamte kan een groeiproces en therapie nog eens extra blokkeren." 

Splinters in je brein

Wat maakt dat iets traumatisch wordt? Dr. Van Steenkiste: “Dat ligt meestal niet aan het feit zelf, maar wel aan de manier waarop het door iemand verwerkt wordt. Een relatiebreuk kan er zwaar op inhakken, maar hoeft niet per se een traumatische ervaring te zijn. Maar wanneer blijkt dat de ex-partner er bijvoorbeeld een dubbelleven opna hield, dan kan die ervaring plots wél zo bedreigend of overspoelend worden dat je zenuwstelsel uit balans raakt en jij in een staat van gevaar blijft hangen. Meestal slaag je er dan zelfs niet meer in om je ervaring coherent en chronologisch na te vertellen, maar herinner je je vooral losse beelden en indrukken. Alsof het trauma splinters in je brein heeft geplant.”

De behandeling van zo’n trauma is sowieso een delicate en meerlagige evenwichtsoefening. “Enerzijds kan je als therapeut werken op de fysieke klachten, zoals slapeloosheid, acute stress of hyperventilatie door bijvoorbeeld technieken als EMDR(eye movement desensitization and reprocessing, nvdr.)toe te passen. Maar daarnaast zijn er meestal ook therapeutische gesprekken nodig om datgene wat er gebeurd is te integreren tot een ander, rijker en veelzijdiger zelfbeeld. Ook het wereldbeeld is in vele gevallen aangetast. Waar gaat het eigenlijk om in het leven? Welke rol kan ik daar nog in spelen, nu ik dit heb meegemaakt? En deugt de mens écht? Als hulpverlener moet je als het ware het kompas van je patiënt helpen herstellen.” 

Zelfcompassie versus zelfmedelijden

Dat in die herstelfase ‘zelfcompassie’ cruciaal is, daar zijn beide experts het over eens. “Mensen willen zo graag een verklaring voor het leed dat hen werd aangedaan”, gaat dr. Smeets verder. “Waarom ik? Waarom nu? Alleen is dat, laten we eerlijk zijn, niet zo ondersteunend en liefdevol naar onszelf, want zo lijkt het alsof we énkel iets mogen voelen als we het ook kunnen verklaren. De vraag die ik daarom graag stel aan mijn patiënten, is: ‘Kan je erkennen wat er hier is? En mag het er zijn, ook als je er geen pasklare uitleg voor hebt?”

“Dit is het moment dat ‘zelfcompassie’ (geen zelfmedelijden!) ter sprake komt: het vermogen om op te merken wat er in je omgaat, te zien dat datgene wat je voelt, menselijk en begrijpelijk is”, vertelt ze. “Aansluitend kan je je dan afvragen wat je op dat specifieke ­moment het beste kan doen om jezelf te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een zelfcompassiedagboek (zie hieronder in de kader). Wetenschappelijk onderzoek heeft meermaals aangetoond dat zelfcompassie een essentiële factor is om je emotionele veerkracht te versterken, angst en depressie te reduceren en je immuunsysteem te verbeteren. Er zijn zelfs studies die laten zien dat zelfcompassie je zenuwstelsel beter reguleert.” 

Een weg naar bevrijding

“Zelfcompassie wordt weleens foutief gelinkt aan egoïsme en egocentrisme”, pikt dr. Van Steenkiste erop in. “Maar niets is minder waar. Eigenlijk is het een weg die je bewandelt om niet alleen weer in verbinding te komen met jezelf, maar ook met de gemeenschap. Zelfcompassie is een antwoord op het sterk isolerende lijden, en op die manier ook een weg naar bevrijding.” 

“Weet je, er staat geen deadline op verdriet”, geeft dr. Smeets nog mee. “Dat besef werkt bevrijdend. Bovendien zorgt het vaak voor extra emotionele en mentale ruimte, zodat je óók kan focussen op de dingen die voor jou belangrijk zijn. Zonder dat je negatieve gevoelens ­‘gefikst’ zijn. Want stel dat je de ganse tijd aan het vechten bent tegen wat je níét wil voelen, dan wordt het moeilijk om bijvoorbeeld nog van de lentezon te genieten. Het is door onszelf en de anderen beter te leren troosten, dat we er ook in slagen om ons verdriet mee te dragen en tegelijkertijd te genieten van de kleine, mooie dingen des levens, ondanks de krassen op onze ziel. Je hoeft niet te wachten tot je rugzak leeg is, zeg maar.”

Dr. Van Steenkiste besluit: “We zijn niet altijd vrij om te kiezen wat ons overkomt, dat klopt, maar we kunnen wél onze vrijheid cultiveren hoe we op verlies en tegenslag zullen reageren. Zodra je dat beseft, wordt het gewicht op je schouders mogelijk al wat lichter.” 

6 lessen voor onderweg 

1. Kies liefde

Trauma’s zullen altijd onder ons blijven. De eerste keuze die we met z’n allen zouden moeten maken in ons leven, is om resoluut te kiezen voor de liefde. Soms moet je ervoor vechten, maar je mag nooit vergeten wat het einddoel is. (Marc Van Steenkiste)

2. Scan jezelf

Maak af en toe even de tijd voor een compassionele bodyscan. Ga met zorg, liefde en zachtheid naar de verschillende delen van je lichaam (associeer ze desgewenst met een beeld), en voel wat de scan met je doet. (Marc Van Steenkiste)

3. Zoek verbinding

Vaak staat een getraumatiseerde mens voor de moeilijke taak om de verbinding met het echte leven terug te vinden. De hoop dat dat kan, wordt mooi samengevat in een citaat van George Eliot: ‘Het is nooit te laat om te zijn wat je had kunnen zijn.’ (Marc Van Steenkiste)

4. Begin een dagboek

Houd een zelfcompassiedagboek bij. Schrijf aan het einde van de dag op wat je tegenkwam en wat je voelde zonder te verklaren waarom je je zo voelde (mindfulness). Schrijf een stukje aan jezelf waarin je erkent dat wat je voelt en ervaart menselijk en begrijpelijk is (menselijkheid). Schrijf ten slotte een vriendelijke boodschap aan jezelf. Vraag eens aan jezelf: welke woorden heb ik nu nodig om me gezien en gerustgesteld te voelen? Als er één klein dingetje is dat ik nu voor mezelf kan doen, wat zou dat dan zijn? (Elke Smeets)

5. Wees mild voor jezelf

Train je zelfcompassie: ga comfortabel zitten en sluit je ogen of verzacht je blik, focus op je ademhaling, breng de aandacht liefdevol naar jezelf en observeer wat er in je omgaat, zonder oordeel. (Elke Smeets)

6. Sta pijn toe

Als de pijn niet mag bestaan, kan de schoonheid ook niet landen in je hart. (Elke Smeets)