Last van depressieve gevoelens? Het kan aan je darmen liggen

doorNele Annemansop 30/06/2020

In een blogpost vertelt voormalig MNM-presentatrice Nasrien Cnops (31), die nu bij de radiozender NRJ en als dierenartsassistente aan de slag is, openhartig over haar donkere periode van enkele jaren geleden. Ze leed toen aan een depressie. Gelukkig overwon ze die, maar daarna bleef ze kampen met darmproblemen en emotionele buien. Van dokters kreeg ze altijd een antwoord waar ze niet mee verder kon. Tot haar psychologe vertelde dat er een belangrijke connectie bestaat tussen je darmen en je hoofd en dus ook je mentale welzijn. Maar klopt dat ook? Twee experts geven uitleg.

“Tegenwoordig worden er heel veel ziektes in verband gebracht met onze darmflora”, steekt wetenschapster Doris Vandeputte van wal. Zij helpt in het VIB-laboratorium van prof. Jeroen Raes (KU Leuven) het onderzoek naar darmziektes vooruit door stoelgangstalen te analyseren. “Volgens mij komt dat omdat het besef groeit dat bacteriën overal zijn: we leven continu met miljarden microben samen. Bovendien hebben we nu eindelijk de tools om ze gerichter te bestuderen. Daardoor ontstaan er hypotheses over allerlei aandoeningen, maar ze moeten wel nog verder onderzocht worden.”

“Wel hebben we intussen een specifieke darmflora-samenstelling kunnen identificeren die vaak voorkomt bij patiënten met ontstekingsziekten in de lever en darmen”, gaat de wetenschapster verder. “Dat darmfloratype telt minder bacteriën en heeft een lage bacteriële diversiteit. Datzelfde type werd eerder ook al geassocieerd met een verminderd gevoel van welzijn en depressie. Op basis van de darmflora lijkt er dus een link te zijn tussen mensen die aan die aandoeningen lijden, maar het is nog te vroeg om grote conclusies te trekken.”

Kip-of-eidiscussie

Dat beaamt ook prof. Danny De Looze, ­kliniekhoofd van de dienst Maag-, darm- en leverziekten van het UZ Gent. “Men heeft inderdaad vastgesteld dat patiënten die aan bepaalde aandoeningen lijden – bij de ene ziekte is het al iets duidelijker dan bij de andere – een ander microbioom hebben dan gezonde mensen. Verandert de ziekte de samenstelling van de darmflora, of maakt een bepaalde darmflora mensen juist vatbaarder voor een aandoening? Voorlopig blijft dat een kip-of-eidiscussie en moet er nog veel onderzoek gebeuren.”

En hoe ziet een gezonde darmflora er dan uit? Doris Vandeputte: “Voor het Vlaams Darmflora Project, dat in 2012 door prof. Jeroen Raes opgestart werd, verzamelde en analyseerde ons team stalen van meer dan drieduizend vrijwilligers. Wat blijkt? Niet alleen de darmflora van zieke en gezonde mensen verschillen qua aantal en soorten bacteriën, ook tussen gezonde mensen is de variatie in samenstelling bijzonder groot. Dat maakt het heel moeilijk om bepaalde ziektebeelden vast te pinnen op de aan- of afwezigheid van bepaalde darmbacteriën. ‘Gezondheid’ blijft trouwens een moeilijk te definiëren concept: zowel het fysieke als het mentale aspect spelen een rol. Door dat samenspel van diverse factoren zullen we mogelijk nooit weten hoe een gezonde darmflora er precies uitziet.”

Kan je de samenstelling van je darmflora zelf ­beïnvloeden? “Ik denk dat we dat de hele tijd doen”, aldus Vandeputte. “Enerzijds is er sowieso een verband tussen wat je eet en welke bacteriën er in je darmen huizen: dat merken we aan de darmflorasamenstelling van de proefpersonen in ons onderzoek. Anderzijds merken we dat alle parameters die we afgetoetst hebben – dieet, levensstijl, het uitzicht van de stoelgang en de frequentie – slechts een paar stukjes van de puzzel opleverden. De rest ontbreekt voorlopig nog. We denken dat de interacties tussen de bacteriën ook van groot belang zijn, en daar heb je zelf helemaal geen invloed op.”

Gut-friendly

Prof. De Looze: “Er bestaat voedsel dat goed is voor je darmflora, maar van slechts zeer weinig middelen is de positieve werking wetenschappelijk bewezen. Vooral prebiotica zijn ‘gut-friendly’: deze onverteerbare koolhydraten en voedingsvezels stimuleren de groei van goede bacteriën en zijn essentieel voor een goede microbenpopulatie. Groenten, fruit, volle granen en peulvruchten zijn van nature rijk aan prebiotica. Gezond, al komen ze met een bijsluiter: te veel prebiotica kunnen leiden tot diarree en winderigheid, en voor mensen met gevoelige darmen zijn ze niet altijd zo ‘buikvriendelijk’. Nog zo’n trendy verschijnsel zijn de probiotica. Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn het levende, goede bacteriën die in de juiste dosering een gezondheidsvoordeel zouden kunnen opleveren. Met de nadruk op ‘zouden’: harde en onomstotelijke bewijzen over het nut van probiotica zijn er niet.”

Voor Nasrien hielp het alleszins wel om haar eetgewoontes aan te pakken. Uit enkele tests bleek namelijk dat ze overgevoelig reageerde op bepaalde voedingsmiddelen, wat een slechte darmflora in de hand werkt. Toen ze een tijdje die links liet liggen, voelde ze zich een pak beter. “Het schrappen van gluten, granen, melk, soja, suiker en histamine in mijn voeding heeft wonderen gedaan. Ik voel me helder, heb een overschot aan energie waardoor ik heel veel kan en wil sporten, ik barst van de ideeën en ambities, ben gelukkig, kan weer slapen, sta vol energie op en mijn darmen werken weer zoals ze moeten werken.”