Pam (41) probeert al zes jaar zwanger te raken: “Mijn vruchtbaarheidsproblemen zijn een gemene streek van Moeder Natuur”

doorRedactieop 05/10/2021

Eva Mouton (34) richtte ‘de Buskesclub’ op, een club die vrouwen met een onvervulde kinderwens wil verenigen. Zoals Pam (41). Zij probeert al zes jaar zwanger te geraken, zonder succes. “Potentiële relaties stonden on hold en ik heb carrièremogelijkheden uitgesteld.” Haar laatste hoop nu is een zaad- én eiceldonatie. Daarvoor reist ze naar Spanje, want daar zoeken ze bewust donoren die op je lijken. “‘Laat het toch even lós’, hoor ik mensen weleens zeggen. Goedbedoeld, maar dat kan ik niet. Als vrouw word je continu geconfronteerd met die kinderwens.”

“Je kan het zo gek niet bedenken of ik heb het geprobeerd: van Chinese kruiden tot úrenlang met mijn benen omhoog liggen nadat er een embryo werd teruggeplaatst”, vertelt Pam. “Ooit las ik op een forum dat enkele vrouwen zwanger waren geraakt omdat ze twee dagen na de behandeling frietjes waren gaan eten bij McDonald’s. Totáál absurd. Ik weet dat. En toch stond ook ik 48 uur na de feiten aan te schuiven bij een hamburgerkeet. Het zou maar eens moeten werken. De drang naar een kind doet gekke dingen met je hoofd.”

Streek van Moeder Natuur

“Dat net ík met vruchtbaarheidsproblemen kamp is een gemene streek van Moeder Natuur. Ik wist vrij snel dat ik kinderen wilde, liefst drie en graag voor mijn dertigste. Wanneer ik met vriendinnen afspreek en zij op een terras genieten van wijn en hapjes, duw ik liever de kinderen op de schommel. Heerlijk! Maar hoewel mijn eierstokken rammelden en mijn biologische klok tikte, hielden de mannen met wie ik een relatie aanging telkens de boot af. Tot ik vijfendertig jaar was, single, en niet langer wilde wachten. Ik maakte een afspraak bij de fertiliteitskliniek en werd voorbereid voor kunstmatige inseminatie. Ik was fit en gezond. Dat is hier zo geklonken, dacht ik.”

“Na zes inseminaties was ik nog steeds niet zwanger en ik heb vervolgens meerdere vruchtbaarheidsbehandelingen doorlopen. Er liep altijd wel iets mis: ik produceerde niet genoeg eicellen, ik maakte cysten aan op mijn eileiders, ik ontwikkelde endometriose... Wanneer ik nieuwe medicatie kreeg, moest ik maandenlang wachten tot die aansloeg. Voor je het weet sta je drie jaar verder en trappel je nog steeds op dezelfde plek. Bij een genetische doorlichting vonden ze een erfelijke mutatie op mijn chromosomen, waardoor ik slechts 15 procent kans had op een gezond embryo. Ik ben blijven hopen, maar na jarenlang proberen draaide ook mijn zesde — en laatste terugbetaalde — ICSI-poging op een sisser uit.”

Oude mama

“Ondertussen had ik mijn veertigste verjaardag gevierd. Veertig was voor mij altijd een grens geweest: als ik dan nog een kind op de wereld zet, dan ben ik een oude mama. En plots ben je die grens over en is er van dat kind nog steeds geen sprake. Dat is hard.”

“Ik heb het overwogen, hoor, om zelf een poging te financieren, maar de specialist zei me dat het niet zou baten, dat mijn eicellen niet kwalitatief genoeg waren, dat het weggesmeten geld zou zijn. Ik weet nog hoe ik dat laatste gesprek bleef rekken, omdat ik wist dat als één van ons beiden de telefoon zou afleggen, dat het einde zou betekenen van mijn kans op een eigen kind. Ik ben toen door een zware periode gegaan. Ik heb gerouwd om het kind dat ik nooit zou krijgen, om mijn eigen vlees en bloed. En toch wist ik ook dat zolang er opties bleven bestaan, ik mijn kinderwens nooit zou kunnen opbergen. Zonder kind hoeft het gewoon niet voor mij.”

50 baby’s later

“De afgelopen zes jaar stonden in het teken van mijn kinderwens, al de rest moest wijken. Potentiële relaties stonden on hold en ik heb carrièremogelijkheden uitgesteld. Mijn agenda werd vaak helemaal overhoopgegooid omdat ik binnen de 36 uur in het ziekenhuis moest staan. Ik heb veel glaasjes rosé niet gedronken, reizen niet gemaakt en feestjes afgezegd. Allemaal bijzaak, zolang ik straks maar mama word.” 

“‘Laat het toch even lós’, hoor ik mensen weleens zeggen. Goedbedoeld, maar dat kan ik niet. Als vrouw word je continu geconfronteerd met die kinderwens. Zo heb ik meer dan vijftig baby’s weten geboren worden. Ik gun mijn vriendinnen alles, maar soms steekt het: wanneer is het mijn beurt? Tijdens mijn traject ben ik met enkele lotgenoten bevriend geraakt. We trokken elkaar er op moeilijke momenten door. Toen de laatste vrouw uit dat groepje zwanger werd, was dat een bittere pil om te slikken. Ik heb me zelden zo eenzaam gevoeld.”

“Ik heb het evengoed moeilijk wanneer ik mama’s hoor klagen over hoe zwaar het allemaal is. Ik teken immers meteen voor die slapeloze nachten. En het frustreert me wanneer ik op mijn job in de bijzondere jeugdzorg geconfronteerd word met mama’s die blijven kinderen maken voor wie ze niet kunnen zorgen. Toch probeer ik om niet te blijven hangen in die negativiteit. Ik blijf hopen en dromen en ik ga er nog steeds van uit dat er straks alsnog een baby in mijn buik zit. De namen zijn gekozen, het geboortekaartje zit al jaren in mijn hoofd en ik scroll regelmatig het internet af op zoek naar leuke babykleertjes.”

De ethische kant

“Een eiceldonatie is mijn laatste kans. En hoewel ik weet dat ik er alles aan heb gedaan om mama te kunnen zijn, voel ik me toch mislukt. Niet alleen heb ik gefaald in mijn enige opdracht op deze wereld, ik heb een andere vrouw nodig om mijn doel te bereiken.”

“Deze maand vertrek ik naar Spanje, waar ze voor mij op zoek zijn gegaan naar de perfecte eicel- én zaaddonor. Spanje, want ik wil me op de tram in Antwerpen niet afvragen of die vrouw naast me misschien de eiceldonor van mijn kind is. In Spanje zoeken ze ook bewust naar donoren die op je lijken. Dat vind ik een fijne gedachte: dat mijn kind straks misschien ook krulletjes en blauwe ogen heeft, dat het plaatje klopt. Bovendien zijn de slaagkansen in Spanje groter omdat de eiceldonoren er jonger zijn.”

“Het kost me duizenden euro’s om zwanger te worden en ik stel me weleens vragen bij de ethische kant: je koopt immers letterlijk een kind. Het krijgen van een baby zou niet afhankelijk mogen zijn van het bedrag dat op je bankrekening staat. Dat het straks misschien toch niet zou lukken, daar wil ik niet aan denken. Ik stap wellicht nooit van die bus af.”