Praten in onze slaap: waarom doen we het en betekent het iets? Een slaaptherapeute licht toe. “Het heeft niks te maken met dromen”

doorStéphanie Verzelenop 02/08/2021

Het is midden in de nacht. Jij ligt wakker, wanneer je partner plots al slapend een paar woorden bazelt. Oren spitsen! Wie weet welke geheimpjes je opvangt. Of is dat nutteloos? Slaaptherapeute Annelies Smolders begeleidt ‘slaappraters’. Soms is ze er zelf ook eentje. “Sporadisch geef ik ’s nachts luidop een stukje van mijn lezing.” Ze legt uit waarom we praten in onze slaap, wat de betekenis is van wat we zeggen en hoe je ervan af raakt als het te vaak voorkomt. “Het is een teken dat er iets schort aan je nachtrust.”

De alarmklok leest 02:12. Renée (30) ontwaakt door een kramp in haar been. “Schat, ik heb pijn”, zegt ze terwijl ze haar partner, Stefaan (29), een stootje geeft. Hij schiet wakker. “Wat is er?”, zegt hij verward. “Ik heb kramp in mijn been.” Stefaan reageert: “Maar het maakt toch niet uit of ik je nu in een plastic zak of kartonnen doos naar beneden breng?” Renée denkt ‘huh?’, Stefaan gaat verder: “Er is toch geen verschil of het nu van de Aldi of van de Lidl komt?”, waarop Renée schreeuwt: “Help, Stefaan!” Dan pas wordt hij écht wakker. 

Ja, collega Renée deelt het bed met een 'slaapprater’. Al heeft haar Stefaan er maar zelden last van. Die nacht had hij een paar glaasjes op. “Dat verklaart veel”, zegt slaaptherapeute Annelies Smolders. Ze is de auteur van ‘Start to Sleep’ en ontwikkelde online slaaptherapie. 

Shockje in het brein

“Praten in onze slaap noemen we in vaktermen een parasomnium”, zegt Smolders. “Tandenknarsen of slaapwandelen vallen ook onder die noemer. Parasomnia zijn gedragingen die je niet hoort te doen in je slaap. Je hebt er last van als er iets mis gaat in je slaap.”

Hoe kómt het dan dat we soms praten in onze slaap? Veel diepgravende onderzoeken gebeurden er nog niet, zegt Smolders, maar het algemene principe erachter is wel bekend. “Onze slaap komt in fases: voornamelijk de lichte slaap, de REM-slaap en de diepe slaap. Bij wie praat in z’n slaap, zien we tijdens de diepe slaap een kort piekje van ‘arousal’ in de hersenen. Een klein, maar stevig shockje in je brein, zeg maar. Dat shockje haalt je uit je diepe slaap. Maar om uit die ‘kelder’ te komen, ga je in een fractie van een seconde door de andere slaapfases heen en dat verloopt niet netjes. Daardoor bevindt je brein zich even tussen slapen en wakker zijn in. Dan kunnen parasomnia plaatsvinden. Je kan bijvoorbeeld ook onbewust een routineuze actie doen, zoals half slapend van je flesje water drinken.”

“Of je kan, omdat je jezelf richting bewustzijn begeeft, aan het praten gaan. Wat er nog meespeelt, is dat de stoffen die je spieren tijdens je slaap verlammen op dat moment niet meer optimaal hun werk doen. Dat geeft je de mogelijkheid om je stembanden te bewegen.”

Dader en slachtoffer

Sommige mensen hebben meer kans om een ‘slaapprater’ te zijn dan anderen. “Het komt meer voor bij kinderen”, zegt Smolders. “Ik geloof dat maar zo’n vijf procent van de volwassenen het doet. Het hangt ervan af of je van nature een slechte slaper bent. Onze biologische klok is een orgaan: sommigen hebben een Rolex, anderen niet. (lachje) Ik ben bijvoorbeeld ook geboren met kwetsbaarheden op slaapgebied. Als tiener zei ik in mijn slaap mijn Latijnse stamtijden op. En als volwassene geef ik soms een stukje van mijn lezing ’s nachts, als ik er laat op de avond eentje deed.”

“Er schort dus meestal iets aan je nachtrust als je praat in je slaap. Je kan aanleg hebben om in je slaap te praten, maar het kan ook een gevolg van je levensstijl zijn. Vaak worstelt een ‘slaapprater’ met een flink slaaptekort, bijvoorbeeld door te veel stress. Of door, al dan niet al een tijdje, veel alcohol gedronken te hebben. Iemand die onregelmatig slaapt, kan er ook last van hebben. Door in shiften te werken of te veel dutjes te doen overdag, bijvoorbeeld. Als ik een ‘slaapprater’ begeleid, moet ik altijd de volledige slaaparchitectuur van die persoon aanpakken. Maar in een nieuwe situatie, op reis of op kamp, bijvoorbeeld, of in een nieuwe periode van stress, kan het praten weer terugkomen.”

Naast de ‘slaapprater’ zelf, begeleidt Smolders ook het ‘slachtoffer’ ervan: de bedpartner. “Want vaak heeft die onbewust de gewoonte gekweekt om sneller wakker te worden of te liggen waken ’s nachts. Die moet dus leren om opnieuw goed in- en door te slapen.” 

Abstracte nonsens

Je zou voor minder liggen waken. Misschien praat je partner ’s nachts over jou, of onthult hij je onwetend zijn diepste gedachten. Want dat gebabbel moet een betekenis hebben, toch? “Hoop er niet op”, zegt Smolders. “Veel mensen denken dat we praten tijdens onze REM-slaap, ook de droomslaap genoemd. Een droom in die fase is vaak een verwerking van indrukken die we recent opdeden. Dan zou wat we in onze slaap zeggen dus te linken zijn aan die indrukken. Maar zo werkt het helemaal niet.”

“We praten immers tijdens onze diepe slaap. In die fase liggen je lijf en brein volledig ‘uit’. Tot dat shockje plaatsvindt dat ons brein opeens in een fractie van een seconde uit onze diepe slaap trekt. Je brein wordt wel meer ‘wakker’, maar is compleet in de war. Daarom zegt een mens helemaal niks zinnigs als die praat in zijn slaap. Daar is je brein gewoon niet wakker genoeg en te verward voor. Een routineuze actie als praten kan het wel uitvoeren, maar logische gedachtes formuleren is een brug te ver. Probeer dus niet te ontcijferen wat je partner ’s nachts verkondigt of met hem in gesprek te gaan. Die zal er achteraf ook zelf kop noch staart aan kunnen krijgen.”

“Maar slaappraten is complex”, zegt Smolders. “Heel, héél uitzonderlijk kan het wel dat een beetje van een droom uit de REM-slaap doorsijpelt in wat iemand ’s nachts zegt. Dan zou er wel een kleine link naar een recente indruk of gebeurtenis in kunnen zitten. Een tripje naar de Aldi, bijvoorbeeld. (lacht) Maar in het algemeen geldt: zoek geen betekenis in wat een ‘slaapprater’ zegt.”