Slechte adem? De paradontoloog waarschuwt: "Zelfs al drink je liters mondwater of eet je je gewicht op in muntjes: zodra het maskerende effect uitgewerkt is, keert het probleem terug

doorNathalie Topsop 12/01/2021

Bijna de helft van de singles vindt een onfris ruikende adem de grootste afknapper tijdens een eerste date, aldus een onderzoek van een bekende tandenborstelproducent. Het lijkt een onbenullig feitje, maar een nare mondgeur beïnvloedt veel meer dan dat ene afspraakje. Hoe vaak het precies voorkomt, varieert van studie tot studie – de ene paper houdt het op één op de tien monden, de andere verdubbelt dat aantal tot één op de vijf – maar het staat vast dat er op recepties of in volle treinen regelmatig walmen van knoflook, rook of rotte eieren voorbijwaaien. Kortom, wat het exacte cijfer ook mag wezen, achter die anonieme onderzoeksresultaten schuilen heel wat mensen. Toch houden we onze lippen stijf op elkaar als het over het onderwerp gaat. Je vriend, collega of buurman erop wijzen dat er een luchtje aan zijn of haar adem hangt? Dat is voor velen een brug te ver. Professor Marc Quirynen, parodontoloog, zou het graag anders zien. In zijn praktijk in het UZ Leuven komen er wekelijks mensen op halitoseconsultatie. ‘De overgrote meerderheid loopt al lang met zijn probleem rond. Niet onverschilligheid maar onwetendheid vormt daarvoor de reden. Vergelijk het met een welriekender geurtje: wie elke dag hetzelfde parfum spuit, zal daar na een tijd steeds meer van gaan gebruiken. Je neus raakt namelijk gewend aan de geur, en ruikt hem bijgevolg niet meer. Dezelfde gewenning treedt op bij mensen met een slechte adem.’ De zelfdiagnosetrucjes die dokter Google aanraadt, blijken bovendien niet te werken. Van een kommetje met je handen maken en erin uitademen tot aan opgedroogd speeksel ruiken: het levert geen betrouwbaar resultaat op, aldus de expert. We hebben dus anderen nodig om ons erop te wijzen dat we uit onze mond stinken.

De ochtendstond ...

Laten we eerlijk zijn: iedereen heeft soms last van een onfrisse adem. Een exact cijfer kan de parodontoloog er niet op plakken, maar hij is ervan overtuigd dat het merendeel van de Belgen met een onfrisse adem ontwaakt. De verklaring daarvoor blijkt tweeledig. Professor Marc Quirynen: ‘Overdag maken we zo’n 750 milliliter speeksel aan; ’s nachts daalt die hoeveelheid tot een luttele tien milliliter. Daardoor droogt de mond uit, en komen de slecht ruikende gassen die normaal in het speeksel opgelost zitten aan de oppervlakte. Daarbij komt dat we tijdens onze slaap niet met onze tong bewegen, waardoor die niet gereinigd wordt en de net vernoemde gassen in de mondholte blijven hangen.’ Gelukkig verhelpt een glas water dat euvel meestal. En uiteraard een goede mondhygiëne.

Diverse boosdoeners

Helaas is er een kleine groep voor wie een poetsbeurt geen verademing vormt. Al enkele decennia kunnen zij in het UZ Leuven terecht voor een halitoseconsultatie. Op basis van de onderzoeksresultaten van de eerste tweeduizend patiënten brachten professor Quirynen en zijn team de oorzaken van het probleem in kaart. Daaruit vloeiden enkele algemene bevindingen voort. ‘De oorzaak van een slechte adem ligt in negentig procent van de gevallen in de mond. Bij een kleine minderheid vormen neus- en keelaandoeningen zoals sinusitus de bron van ellende, of is er sprake van een verregaander gastro-intestinaal of respiratoir probleem. Diabetes en levercirrose kunnen eveneens leiden tot een slechte adem. Bij dergelijke systeemaandoeningen blijven metabolieten, afbraakproducten die we normaal kunnen verwerken, in de bloedbaan zitten. Via de zuurstofuitwisseling komen ze in ons ademhalingssysteem terecht, om vervolgens uitgeademd te worden als onfrisse geur. Hetzelfde fenomeen zien we na de consumptie van ajuin, knoflook of pikante kruiden, al is dat verschijnsel tijdelijker van aard.’ Nog een frappante bevinding was dat er bij zestien procent van de patiënten helemaal niets te ruiken bleek: zij leden aan pseudohalitose. Marc Quirynen: ‘Tijdens het onderzoek zetten we zowel onze eigen neus als gespecialiseerde meetapparatuur in. Omdat er bij die mensen de eerste keer geen abnormale geur te bemerken viel, vroegen we hen om een tweede keer terug te komen. Het merendeel van hen scoorde ook toen negatief, hoewel ze er zelf nog steeds van overtuigd waren dat er iets met hun adem scheelde. Omdat ze een vieze smaak in hun mond proefden, gaven velen als reden. Tot nu toe valt er echter geen correlatie te bemerken tussen beide verschijnselen.’

Focus op de tong

Die onfrisse geur zit hem dus vooral in de mond. Die vormt dan ook het startpunt van elk onderzoek. De parodontoloog: ‘De staat van het gebit en het tandvlees zijn de eerste zaken die we checken. Mogelijk wijst de slechte adem namelijk op een bacteriële infectie. Zo kan een tandvleesontsteking leiden tot parodontitis. In dat geval breidt de ontsteking zich uit naar het daaronder gelegen kaakbot. Daarbij zakt het botniveau en verdiept de ruimte tussen tand en tandvlees. Op die met de tandenborstel onmogelijk te bereiken plaatsen kunnen bacteriën zich ongestoord vermenigvuldigen, met alle gevolgen van dien. De aandoening is meestal pijnloos, maar laat zich herkennen aan bloedend of terugtrekkend tandvlees. Ook een nare mondgeur kan een indicator zijn. Soms is het probleem dus een symptoom van iets onderliggends.’ Bij zestig procent is er iets anders aan de hand, of beter: aan de tong. Nergens in de mond vind je zoveel bacteriën terug. Op de tong doen ze zich tegoed aan afgeschilferde epitheel- of oppervlaktecellen en achtergebleven voedselbestanddelen, die samen een witgeel laagje op de tongrug achterlaten. Het is die tongcoating die de bron vormt van alle geurellende, aldus de prof. ‘Als bacteriën de eiwitrijke laag afbreken, worden daarbij zwavelhoudende gassen geproduceerd die door omstaanders waargenomen worden als een penetrante geur.’

Redder in nood

De bacteriën elimineren blijkt geen optie, wegens fysiologisch onmogelijk. Bovendien leidt het gebruik van antibiotica mogelijk tot een schimmelinfectie, die op haar beurt een slechte adem kan veroorzaken. Van een vicieuze cirkel gesproken. Toch is de oplossing eenvoudig. Maar ze komt niet in het formaat van een muntje, kauwgom of mondspoelmiddel. ‘Zelfs al drink je liters mondwater of eet je je gewicht op in muntjes: zodra het maskerende effect uitgewerkt is, keert het probleem terug.’ Wat wel werkt? De tongschraper of een kunststof lepel. Daarmee veeg je de bron van onwelriekendheid letterlijk weg. Marc Quirynen: ‘Door de tong voorzichtig te schrapen haal je de voedingsbron van de bacteriën weg, waardoor de productie van slecht ruikende gassen fel verminderd wordt. Zo raken de meeste patiënten vrij snel van hun probleem verlost. Er bestaan verschillende soorten. Lukraak een exemplaar kopen valt af te raden. Vraag advies aan je tandarts.’