“Snurken kan je zien als een zwaar onderschatte medische alarmkreet”: wanneer is snurken gevaarlijk en wat kan jij (of je partner) eraan doen?

doorNathalie Topsop 23/04/2022

Snurken staat bekend als een gênante en irritante, maar onschuldige kwaal. Ten onrechte: we beseffen steeds meer dat het ronduit gevaarlijk is. En de ronker zélf is meestal niet het grootste slachtoffer. “We weten al lang dat een gebrekkige slaapkwaliteit tot cardiovasculaire, hormonale en psychologische problemen kan leiden”, zegt Dr. Miche De Meyer van de slaapkliniek van het UZ Brussel, die advies geeft voor snurkers en hun partners.

Een geliefde die ’s nachts vlijtig bomen omzaagt, of piept en reutelt dat het een lieve lust is: dat snurken een ‘hinderlijk slaapgeluid’ is, zoals het fenomeen in woordenboeken omschreven wordt, kunnen heel wat mensen wellicht beamen. Zo’n 2,5 miljoen Belgen brengt de nacht namelijk luid ronkend door. De oorzaak van het fenomeen is gekend: snurken is een geluid dat wordt veroorzaakt door een obstructie in de bovenste luchtwegen. “Het mechanisme laat zich nog het best vergelijken met een ballon: als je die leeg laat lopen terwijl je enkele vingers op het tuitje houdt, ontstaat er een piepend en schurend geluid”, zegt dr. Miche De Meyer, tandarts en coördinator van de afdeling ‘Orofaciale Disfuncties’ in het AZ Jan Palfijn Gent en wetenschappelijk medewerker van de slaapkliniek van het UZ Brussel. Samen met prof. dr. Wolfgang Jacquet (VUB-Tandheelkunde) zette ze het onderwerp ‘snurken’ en de klinische betekenis ervan op de wetenschappelijke agenda.

Hoeveel mensen wakker liggen van het luidruchtige probleem is niet geweten. Bedpartners van snurkers klappen immers zelden uit de biecht. Terwijl net zij het meeste hinder ondervinden, weet de slaapexperte, die het ­fenomeen in haar doctoraatsonderzoek onder de loep nam en daarbij ook het perspectief van de luisteraar meenam. “Het probleem met de data over snurken is dat er geen geobjectiveerde cijfers voorhanden zijn, omdat een duidelijk omlijnde definitie ontbreekt. Om die leemte te vullen, nam ik ook het psycho­-akoestische aspect mee als parameter. Oftewel: hoe vervelend is een geluid vanuit het perspectief van de luisteraar?”

Op het vlak van de ervaren geluidshinder bleek er een duidelijk verschil tussen het horen van iemands ademhaling, omgevingslawaai of gesnurk. “Dat het een luid geluid is dat langdurig aanhoudt, maakt dat gesnurk als erg vervelend ervaren wordt. Ter illustratie: iemand die rustig in- en uitademt produceert ongeveer 25 tot 30 dB, maar een gemiddelde snurker gaat makkelijk boven de 35 dB. Bij waarden van 55 dB is er sprake van serieuze geluidsoverlast.”

Haardroger in bed

En dus is er ook bijbehorende slaaphinder voor bedpartners of huisgenoten. Sommigen snurken namelijk zelfs door muren of deuren heen. “Het geluidsniveau van het wereldrecord snurken bedraagt volgens het Guinness Book of Records 93 dB, wat vergelijkbaar is met het geluid van een haardroger”, stipt de slaapexperte fijntjes aan.

Als je weet dat er in België 2,65 miljoen menselijke haardrogers, boomzagers en andersoortige nachtelijke lawaaimakers zijn, dat de gemiddelde mens een derde van zijn leven slapend doorbrengt en dat we zo’n 60 procent van al die slaapuurtjes in het gezelschap van een bedpartner verkeren, kom je tot een duidelijke conclusie. “Snurken is een probleem dat pandemische proporties aanneemt.”

Toch bleef deze pandemie lang onder de radar. Daar zitten de geldende medische richtlijnen voor iets tussen. “Er wordt een onderscheid gemaakt tussen medische en non-medische snurkers, waarbij het hebben van apneus – ademstops die langer duren dan tien seconden – een belangrijk criterium is. Pas als het snurken gepaard gaat met meer dan vijftien apneus per nacht, wordt het beschouwd als een medisch probleem dat behandeld moet worden. Het merendeel van de snurkers zit onder die grens. Van hen wordt dus geconcludeerd dat zij een ‘niet-medisch’ probleem hebben. Een rare kronkel, aangezien we weten dat er al vanaf vijf apneus een nadelig gezondheidseffect is. Voor mij mag die norm dus naar ­beneden.”

“Bovendien geeft het snurklawaai altijd hinder, in de eerste plaats dan voor de bedpartner. Die zal de ander (misschien) proberen te wekken met nachtelijke elleboogstoten en porren – met slapeloosheid voor beide partijen als resultaat – grijpt naar slaapmedicatie of trekt naar een andere kamer. Met alle kwalijke gevolgen van dien. We wéten al lang dat een gebrekkige slaapkwaliteit tot cardiovasculaire, hormonale en psychologische problemen kan leiden. Snurken kan je dus als een zwaar onderschatte medische alarmkreet beschouwen.”

Prehistorische kinband

Nog zo’n lacune in het wetenschappelijk onderzoek: het verband tussen snurken en relationele problemen. “Ofwel wordt ermee gelachen, ofwel wordt erover ­gezwegen. Nog te veel mensen krijgen de boodschap dat ze het gesnurk van hun partner ‘er maar bij moeten nemen’, zelfs van medische professionals.”

Net omdat de moegetergde mensen hun probleem niet durven aan te kaarten of geen luisterend oor vinden, zoeken ze vaak heil op het internet. Neuspleisters of -spreiders, sprays, kinbanden en elektronische buikgordels: online is er een breed scala aan DIY-oplossingen beschikbaar. Maar werken ze ook? Dr. De Meyer heeft een duidelijk advies: verspil er je geld niet aan.

“Om het probleem te kunnen oplossen, is een juiste diagnose cruciaal: waar zit de obstructie die het snurken veroorzaakt precies, en hoe vaak doet het probleem zich voor? Twee behandelingen die hun nut meer dan bewezen hebben, zijn het CPAP-toestel – een masker met een pomp die via continue positieve druk in de luchtwegen de mond- en keelholte openhoudt – en een MRA-mondgebit. Dat is een op maat gemaakte slaapbeugel die je onderkaak wat naar voren trekt, en zo de luchtstroom optimaliseert.”

Beide methodes hebben één ding ­gemeen: ze zijn het resultaat van gedegen wetenschappelijk onderzoek. “Net dat ­aspect ontbreekt volledig online. Bovendien zijn dergelijke producten allerminst ­gebruiksvriendelijk. Iemands mond ‘dichtklappen’ met zo’n kinband, dat is een prehistorisch lapmiddel. Op die manier beperk je de luchttoevoer trouwens nog meer, wat het probleem juist kan verergeren. Als je er al in slaagt om met zo’n oncomfortabel ding in slaap te ­vallen.”

Weg met het taboe

Nog een belangrijke antisnurkmethode die zich niet in een online winkelmandje laat slepen, is een gezonde levensstijl. Overgewicht is namelijk een grote risicofactor voor snurkgedrag: doordat het vet opstapelt rond de keel, wordt die smaller en kan de lucht dus minder goed door. Meer bewegen en gezonder eten kan dus echt al helpen. Eventueel kan je deskundige begeleiding inschakelen om je hierbij te helpen.

Sensibilisering is dan ook een belangrijke eerste stap, benadrukt dr. De Meyer. “Snurk jij of je bedpartner? Ben jij of je partner overdag moe? Is het antwoord twee keer ‘ja’, dan is er sprake van een probleem. Deze twee simpele vragen zouden zorgverleners – denk aan dokters, tandartsen, maar ook psychologen of relatietherapeuten – kunnen stellen om de kwestie uit de taboesfeer te halen. Ook het openstellen van een betrouwbare infolijn zou snurkers en hun bedpartners alvast vooruithelpen. Dat het RIZIV in de toekomst meer gaat inzetten op slaapregistratie in thuissetting, naar Frans en Nederlands voorbeeld, is alvast een stap in de goede richting. Tot nu toe kan het registreren van slaapproblemen uitsluitend in medische centra, waar patiënten op lange wachtlijsten botsen.”

Rest nog de vraag: vanaf wanneer moet ergernis over het gesnurk van je bedpartner omslaan in bezorgdheid? “Houdt het snurken langer dan een week aan, zonder dat het gepaard gaat met een verkoudheid, sinusitis of een andere onderliggende kwaal? Dan is dat een alarmsignaal. Kaart het aan bij je geliefde en maak samen een afspraak bij de huisarts, tandarts, nko-arts of longarts.”

Chirurgische ingreep

Snurken kan ook verholpen worden met een chirurgische ingreep. Hoewel dat invasiever is dan een slaapbeugel of een CPAP-toestel, worden de technieken steeds verfijnder en dus patiëntvriendelijker, zegt dr. De Meyer. “Vroeger werd een deel van de huig, keelamandelen en een randje van het zachte verhemelte weggehaald om zo de luchtweg te verruimen. Dankzij nieuwe lasertechnieken kan dit nu weefselsparend, wat de kans op complicaties drastisch verkleint. Een meer ingrijpende optie is een operatie waarbij de chirurg de boven- en onderkaak een centimeter naar voren schuift, zodat er meer ruimte vrijkomt in de keel.”

Mond-gymnastiek en didgeridoo

Ook bij de logopedist kan je met je snurkprobleem terecht, voor een speciale sessie mondgymnastiek. “Bij myofunctionele therapie worden de spieren getraind om beter spierspanning op te bouwen, met als doel spierverslapping op te vangen. De therapie leert je hoe je het best kauwt, slikt en ademt. Omdat het ook een juiste tongpositie stimuleert, voorkomt het snurken.” Nog een verrassende ­antisnurk- en slaapapneutip uit de medische literatuur: speel een halfuur didgeridoo per dag. Er zit wel degelijk waarheid in, bevestigt de slaapexpert. “Het doet de longcapaciteit toenemen en traint je spieren van de bovenste luchtwegen. Daardoor worden ze krachtiger en gaan ze ’s nachts minder gemakkelijk verslappen en de keel afsluiten.”

Het profiel van de snurker

• Wie “snurker” zegt, stelt zich standaard een wat rondere man van middelbare leeftijd voor. “Mannen hebben er van nature meer aanleg voor: vrouwen hebben een kortere luchtweg, waardoor ze minder kans hebben op spierverslapping – een van de oorzaken van snurken. De heersende obesitasepidemie doet dit natuurlijke voordeel echter teniet. Het clichébeeld lijkt vandaag de dag dus voorbijgestreefd: ook vrouwen snurken steeds vaker.”

• Het merendeel van de snurkers is tussen de 30 en 70 jaar oud. “Al zien we dat het fenomeen piekt vanaf de leeftijd van 40 à 50. Niet toevallig een groep die vaak met overgewicht kampt, een risicofactor voor snurken.”

• Ook alcohol, roken en slaapmedicatie zorgen ervoor dat de spieren van de luchtweg verslappen, en zijn dus stoorzenders.

• Tel daar de invloed van de tand des tijds bij op: “Bij het ouder worden hoopt vetweefsel ook wat meer op. Doordat het vetweefsel infiltreert in de spieren, is er een verhoogde kans dat de spieren minder strak aanspannen en zo ­gemakkelijker de bovenste luchtwegen vernauwen.”

• Verder speelt je lichaamsbouw mee. “Wie een korte kin en een compacte mondholte heeft, heeft ook minder plaats voor de tong. Die gaat hierdoor een meer achterwaartse positie aannemen, en maakt zo de luchtweg nauwer.”

• Tot slot is er de invloed van je slaaphouding: veel snurkers zijn rugslapers. Tante Kaat wist hier al raad mee: naai een tennisbal op de rug van je pyjama, zodat je wel op je zij móét liggen. “Het snurken zal daarmee wel stoppen, maar de kans is groot dat je zo een ander doorslaapprobleem creëert. De ­moderne versie, een gordel die trillingen afgeeft en je zo op je zij in plaats van je rug doet slapen, is wat aangenamer in gebruik, maar ook een pak duurder. Terwijl het nut ervan niet ten volle wetenschappelijk bewezen is.”