Te rade gaan bij ‘dokter Google’ is toch niet altijd een slecht idee, zegt studie

doorStéphanie Verzelenop 28/04/2021

Scheelt er iets aan ons lichaam, dan is Google openen vaak het eerste dat we doen. Tot nog toe werd dat altijd afgeraden, want wie ziektesymptomen googelt, leest niet zelden de engste diagnoses eerst. Maar een nieuwe studie van Harvard suggereert nu dat op consultatie gaan bij ‘dokter Google’ misschien toch niet zo nefast is.

Googel eens ‘pijn in long’. Een van de eerste resultaten zegt je dat je corona kan hebben. Een ander wijst in de richting van longkanker of een trombose. Hoe meer je doorleest, hoe meer je denkt: oké, ik ga dood. 

Of zo luidt het cliché over ‘dokter Google’ toch. Wie bij ziekte te veel op die ‘alwetende’ arts vertrouwt, zou zich al snel angstig voelen of in doemgedachtes vervallen. We vertrouwen trouwens en masse op ‘dokter Google’. Zeven procent van alle vragen die Google krijgt, zijn gezondheidsgerelateerd. Dat zijn er 70.000 elke minuut. In de Verenigde Staten zou een op de drie Amerikanen het internet gebruiken om bij ziekte zelf een diagnose te stellen.

Nu argumenteren onderzoekers aan de Universiteit van Harvard echter dat je ziektesymptomen googelen ook goed kan uitdraaien. Omdat je zo tot een accuratere diagnose zou kunnen komen.

Niet angstiger en goed geïnformeerd

Voor de studie moesten 5.000 volwassen Amerikaanse vrijwilligers zich inbeelden dat een vriend of familielid bepaalde symptomen had. Allerlei veelvoorkomende aandoeningen kwamen aan bod: van hartaanvallen tot virussen. Daarna mochten de vrijwilligers twee diagnoses geven, eentje voor ze met Google aan de slag gingen, en eentje daarna. Ze moesten tijdens het onderzoek ook hun angstniveau aangeven en uiteindelijk een keuze maken tussen: de ziekte niet behandelen, in de hoop dat ze vanzelf over ging, of de hulpdiensten opbellen. 

Wat bleek? De Amerikanen waren niet angstiger geworden door de symptomen met Google op te zoeken. Drie vierde van hen waren goed in staat om de ernst van de ziekte in te schatten. En hun diagnoses waren ook iets accurater na de Googlesessie: 54 procent tegenover 49.8. Vrouwen ouder dan 40 en mensen die ervaring hadden met gezondheidsaandoeningen bleken de beste te zijn in diagnoses te maken met de hulp van Google.  

“Onze studie suggereert dat het wel oké is om aan het googelen te gaan”, zegt assistent-professor David Levine. “Het lijkt erop dat het niet veel kwaad doet, integendeel zelfs.” Wie Google gebruikt, slaagt er iets beter in om de belangrijkste symptomen van een ziekte te identificeren en correct te reageren, zegt hij. “Ook omdat de meeste vrijwilligers geen slechte informatiebronnen gebruikten, zoals fora of sociale media. Veel mensen weten blijkbaar goed waar ze online terecht kunnen voor correcte informatie.”

De enige kritiek op de studie waarschuwt dat we op het internet wel 'te ver’ kunnen gaan in onze zoektocht, en zo alsnog onnodig bezorgd kunnen worden over een simpel ziektesymptoom. In een volgende fase willen de onderzoekers nu nagaan of het mogelijk is om patiënten een correcte diagnose te geven met artificiële intelligentie en de hulp van het internet.