Te veel vrouwen weten niet dat ze in de ‘perimenopauze’ zitten: “Hormoonschommelingen beginnen al rond je veertigste”

doorRedactieop 16/11/2021

Waar het woord ‘menopauze’ veel vrouwen de rillingen bezorgt, hebben nog maar weinig mensen gehoord van de ‘perimenopauze’. Dat is de overgangsfase: vaak al even hinderlijk, maar het blijft desondanks onder de radar. Vandaag, op Wereld Menopauzedag, willen artsen Suzann Kirschner-Brouns en Susanne Esche-Belke daar verandering in brengen. Ze sommen acht verrassende inzichten op over de overgangsfase. “Tien tot vijftien jaar vóór de menopauze kunnen de eerste hormonale veranderingen al een merkbaar effect op je lichaam hebben.” 

Dat is maar de helft van het verhaal. De hormonale veranderingen beginnen al een stuk vroeger, stelden dr. Suzann Kirschner-Brouns en dr. Susanne Esche-Belke tot hun eigen verbazing vast. Als artsen dachten zij goed op de hoogte te zijn van de overgangsjaren, maar als prille veertigers werden ze ineens overvallen door complete uitputting, plotse huilbuien, gewrichts- en spierpijn en een sputterend geheugen. 

Wat blijkt? De eerste hormonale veranderingen beginnen vaak al tien tot vijftien jaar vóór de menopauze en kunnen al een merkbaar effect op je lichaam hebben. Maar omdat je dan meestal nog regelmatig ­menstrueert, denk je er niet aan dat die klachten met elkaar gelinkt zijn en met hormonen te maken hebben.

Die lange aanloop naar de menopauze wordt soms perimenopauze genoemd en krijgt veel minder aandacht. Daarom pluisden de twee Duitse artsen de ­wetenschap uit en schreven ze die samen met hun persoonlijke bevindingen neer in ‘De kracht van hormonen’. In hun boek ruimen ze misverstanden uit de weg en reiken ze vanuit verschillende domeinen handvatten aan om beter met de periode tussen je veertigste en ­vijftigste om te gaan. Acht verrassende inzichten.

1. De eerste hormonale veranderingen beginnen rond je veertigste en zijn anders rond je vijftigste

Suzann Kirschner-Brouns: “Tot een jaar of 40 – misschien 45 – kan je op je lichaam vertrouwen als een stabiel fundament. Je weet wat je aan je lijf hebt en je hormonale systeem is in evenwicht. Maar dan begint dat hormoonsysteem te schommelen, de ene keer maak je méér en de andere keer minder hormonen aan. Zo beland je in een toestand waarin je niet meer alles goed kan opvangen. Soms zijn je stalen zenuwen zwakker of heb je niet genoeg fysieke energie. Wat is er plots met je aan de hand? Misschien zit je al in de perimenopauze. Denk niet dat je daarvoor ‘nog veel te jong’ bent, want het is een lang proces. Biologisch gebeurt er iets in je lichaam en daar moet je rekening mee houden.”

Wat gebeurt er nu precies? Hoewel je menstruatiepatroon hetzelfde lijkt, kan je vanaf je 35ste al eens een cyclus zonder eisprong hebben. En als er geen eitje rijpt, produceert een follikel minder of geen progesteron. Daardoor kan de balans tussen progesteron en oestrogenen verstoord raken: er is een progesterontekort en een oestrogeendominantie. Dat geeft heel eigen klachten: slaapstoornissen, lagere stressbestendigheid, minder vrolijkheid, vage angsten, soms ook hoofdpijn of migraine. Dat zijn duidelijk andere symptomen dan bij de oestrogeendaling die pas later in de perimenopauze en in de menopauze zelf optreedt (meestal tussen 45 en 50 jaar): met opvliegers (of vapeurs) en nachtzweten als bekendste voorbeelden.

Het lastige is dat de eerste jaren van de perimenopauze nogal chaotisch verlopen. De ene keer heb je te veel en dan weer te weinig oestrogenen, de ene dag ben je vrolijk en stressbestendig, morgen prikkelbaar of angstig. Door die hevige schommelingen verteer je slaapgebrek en stress minder goed.

2. Slaapproblemen

Slaap is een complexe zaak, waarin verschillende hormonen meespelen, waaronder serotonine, melatonine en schildklierhormonen. Maar ook progesteron werkt slaapbevorderend. Een progesterontekort kan dus een van de elementen zijn die je uit je slaap houden. Suzann Kirschner-Brouns: “Wij zijn een complex systeem, je kan niet zomaar zeggen dat je slaapstoornissen te wijten zijn aan een bepaalde hoeveelheid progesteron die je mist. Vergeet niet dat je rond je veertigste ook in het spitsuur van je leven zit: in je job, met de kinderen, misschien leg je jezelf – onbewust – ook veel druk op om aantrekkelijk te blijven en jezelf waar te maken of te presteren...”

“Het is dus belangrijk om te kijken waar je slaapstoornissen vandaan komen. Roep jezelf dus tot de orde en ga na wat je stress bezorgt, wat je nodig hebt en wanneer je je goed voelt. Misschien helpen hormonen. Maar misschien ook even mediteren, een rustgevende thee drinken of in je eentje een boek lezen in plaats van samen naar een film kijken.”

3. Brain fog: mist in je hoofd

Wie slecht slaapt of met veel stress kampt, merkt natuurlijk dat concentratie, denkvermogen en geheugen sputteren. Bovendien verlopen sommige denkprocessen met de leeftijd ook wat langzamer. Toch is er in de perimenopauze waarschijnlijk meer aan de hand. 

Suzann Kirschner-Brouns: “Oestrogenen en progesteron beschermen de zenuwcellen en hun verbindingen in de hersenen. Eenvoudig gesteld: die hormonen stimuleren een vlotte werking van je denkvermogen, geheugen en concentratie.” Als die hormoonspiegels dalen, kan dat, zeker in combinatie met stress en slaapgebrek, voor een katerachtig gevoel in je hoofd zorgen: brain fog.

Wat helpt? ­Lichaamsbeweging verbetert je concentratie, geheugen en denkvermogen, helpt stress afbouwen en maakt je ook aangenaam moe. Ook yoga of mindfulness kunnen je concentratievermogen aanscherpen.

4. Je zorghormoon daalt

Suzann Kirschner-Brouns: “De perimenopauze is de periode waarin veel vrouwen plots zeggen: ‘Ik ben het zat. Elke morgen sta ik op en maak ik voor iedereen een ontbijt. Ik heb altijd mijn job en mijn gezin gecombineerd. Maar dat heb ik nu lang genoeg gedaan.’ Dat gevoel blijkt vaak samen te vallen met de daling van oestrogeen, het hormoon dat onze zorgende kant biologisch aanstuurt. Als dat verzorgingshormoon daalt, zeggen heel wat vrouwen: ‘Nee, dat doe ik niet meer.’ Daar hoef je je niet schuldig om te voelen. Denk niet dat je een slechte partner of moeder bent en dat je nog meer je best moet doen. Misschien is het tijd om een deel van je energie aan jezelf te geven: leer loslaten en delegeren, ga beter voor jezelf zorgen en neem je eigen behoeften au sérieux.”

Grenzen leren stellen, energievreters in je omgeving opsporen en uitschakelen, jezelf wat vaker terugtrekken zijn prima mogelijkheden. Bij grote vermoeidheid of futloosheid kunnen andere voedingsgewoonten ook helpen. Suzann Kirschner-Brouns: “Als je geen hormoonvervangende therapie wil of mag nemen, kunnen aangepaste voedingsgewoonten voor een positieve verandering zorgen. Ga minder of geen suiker eten en vervang witte graanproducten door vezelrijke. Je verbruikt namelijk veel energie om geraffineerde producten te verteren. Ook als je bloedsuikerspiegel voortdurend piekt en daalt, kost dat energie.”

4. Extra kilo’s

Suzann Kirschner-Brouns: “Veel mensen gaan minder sporten of stoppen, als ze veertig zijn, in Duitsland geldt dat voor 70 procent van de vrouwen. Vaak is dat een belangrijke reden voor gewichtstoename.” Minder bewegen betekent namelijk dat je minder calorieën verbrandt. Maar er is nog meer: met de leeftijd neemt je spiermassa van nature af, terwijl spieren – ook in rust – goede calorieverbranders zijn.

Ligt het dan helemaal niet aan je hormonen? Een beetje. Als je vanaf je 35ste soms een cyclus zonder ­eisprong hebt, maak je minder progesteron aan. Normaal doet dat hormoon je lichaamstemperatuur in de tweede helft van je cyclus wat stijgen. Maar als dat niet meer gebeurt, wordt de energie die normaal gereserveerd is voor deze warmteproductie niet gebruikt. Zonder dat je daar iets van merkt, verbruik je dus wat minder calorieën. Tegen de menopauze verbruiken vrouwen uiteindelijk 300 calorieën minder dan vroeger. Ook stress en een verstoord verzadigingsgevoel (cellen die minder goed reageren op het verzadigingshormoon leptine) kunnen een rol spelen bij gewichtstoename.

Door opnieuw meer te gaan bewegen zwengel je je stofwisseling weer aan en met krachttraining help je je spieren behouden. Uiteraard is beweging ook goed voor je skelet en je gewrichten.

6. Seks: alles kan, niets moet

Het lijkt een uitgemaakte zaak: door de daling van progesteron en oestrogenen vermindert je seksuele lust en de oestrogeendaling leidt ook nog tot vaginale droogte. Exit seks? Zo simpel is het niet. Testosteron, dat je als vrouw ook aanmaakt, kan nu gaan overwegen. Het zorgt dan voor meer daadkracht en geeft misschien je libido een boost. Nog belangrijker: de vrouwelijke seksualiteit zit veel complexer in elkaar dan dat. Ook je zelfvertrouwen, opvoeding, liefdevolle aandacht van je partner of de kwaliteit van je relatie spelen mee. Zijn er ingesleten patronen in je relatie geslopen? Richt je je relatie in naar deze nieuwe levensfase? Ben je opnieuw verliefd?

Suzann Kirschner-Brouns: “Als je seksueel actief bent – op gelijk welke leeftijd – voel je je bovendien meer begeerd en dat heeft een invloed op je eigenwaarde. Het is ook dikwijls beschreven dat vrouwen van begin of midden de veertig vaak op een meer bevrijde manier seks hebben. Omdat ze niet meer bang zijn om ongewenst zwanger te worden, omdat ze minder schaamte voelen of omdat ze hun lichaam beter kennen. Seks om de seks kan je nu anders en ongedwongener beleven.”

Bovendien zijn orgasmes en liefdevolle aanrakingen ook goed voor je gezondheid en geluksgevoel, onder meer omdat ze voor een betere doorbloeding zorgen en stressverlagend werken. Suzann Kirschner-Brouns: “Toch zijn er ook vrouwen die zich nu meer storten op innerlijke reflectie en minder op hun lichamelijke behoeften. Ook dat kan. Wij zijn de eerste generatie vrouwen in het Westen die de vrijheid hebben om helemaal niets te moeten: als je seks wil hebben, doe je dat gewoon. Maar wil je op iets anders focussen, dan is dat even goed.”

7. Bio-identieke hormonen kunnen ook nuttig zijn in de perimenopauze

Hormonale substitutietherapie (HST) wordt al jaren voorgeschreven bij ernstige overgangsklachten, zoals hevige opvliegers. Dat gebeurt vaak met terughoudenheid, omdat daar een grote angst voor nevenwerkingen aan vasthangt, vooral voor een verhoogd risico op kanker. Dat ligt aan één groot onderzoek: het Women’s Health Initiative (WHI) wilde de effecten van HST op grote schaal en op lange termijn nagaan. Eén groep vrouwen kreeg een hoge dosis synthetische hormonen, gemaakt uit de urine van merries, een andere groep een placebo. In 2002 werd de studie vroegtijdig stopgezet, omdat die hormoonslikkende vrouwen vaker borstkanker, een hartinfarct of beroerte kregen. Het nieuws sloeg in als een bom, prompt werden er veel minder hormoonvervangers in de dagelijkse praktijk voorgeschreven.

Suzann Kirschner-Brouns: “Door deze studie blijft de hormoonoptie voor veel vrouwen tot op vandaag gesloten. Maar intussen bestaat er een betere variant: bio-identieke hormonen. Die hebben 100 procent dezelfde moleculaire structuur als lichaamseigen hormonen én worden in veel lagere doseringen gebruikt. Wij willen niet zeggen dat hormonen dé oplossing voor alles zijn, maar willen de paniekzaaierij over het borstkankerrisico wel nuanceren. Bio-identieke hormonen lijken vooral een oestrogeengevoelige borstkanker in wording te versnellen. Maar verder ligt je borstkankerrisico niet hoger dan wanneer je vijf kilo bijkomt. Vrouwen mogen weten dat die optie dus weer openligt en dat ze bio-identieke hormonen kunnen overwegen. Die zijn echt niet te vergelijken met het ‘kanon’ van de synthetische preparaten uit paardenurine.”

Net zo belangrijk is het ‘window of opportunity’: er is een gunstige periode om met HST te beginnen, dan ben je zelfs beschermd tegen hartziekten, osteoporose, darmkanker en misschien ook dementie. Als je hormoonvervangers overweegt, is het cruciaal dat je vroeg genoeg begint: ten laatste binnen de tien jaar na je laatste menstruatie. Ook op dat punt was er trouwens een probleem met de WHI-studie: sommige deelnemers waren al meer dan twintig jaar met menstrueren gestopt.

Zijn bio-identieke hormonen een optie als je nog (af en toe) menstrueert, in de perimenopauze zit, maar toch al veel klachten hebt? Suzann Kirschner-Brouns: “Als je weet dat klachten in de perimenopauze niet zo zeldzaam zijn, is het misschien zinvol om bio-identieke hormonen vroeger te gebruiken.” In dat geval lijken oestrogenen in de vorm van een gel of crème, die via de huid worden opgenomen, interessanter: hiermee kan de dosering gemakkelijk aangepast worden aan de sterk schommelende hormonen die je zelf nog aanmaakt (of soms ook niet).

Belangrijk: oestrogenen moeten altijd in combinatie met progesteron genomen worden, om te vermijden dat cellen in het baarmoederslijmvlies gaan groeien en mogelijk overgaan in kanker. Suzann Kirschner-Brouns: “Maar ook voor vrouwen die geen baarmoeder meer hebben, kan progesteron nuttig zijn, omdat het slaapverwekkend, kalmerend en angstverminderend werkt. Of je hormonen neemt of niet, is jouw individuele beslissing. Maar weeg dat natuurlijk ook af samen met je arts. Die kan de therapie individueel afstemmen en voor een goede opvolging zorgen.”

Meer lezen? De kracht van hormonen, dr. Susan