Zin in fastfood? Niet een gebrek aan wilskracht, maar je brein is de schuldige

doorNathalie Topsop 08/07/2019

Je goede voornemens ten spijt: de geur van een verse pizza prikkelt je neusgaten, en jij bezwijkt. Herkenbaar? Eigenlijk is dat niet eens je eigen schuld. Wel die van je hersenen, en dan meer bepaald van je reptielenbrein.

Inderdaad, reptielenbrein. Want blijkbaar hebben we niet een, maar drie breinen, zo valt te lezen in 'Waarom we vreemdgaan en parachute springen', het nieuwste boek van stressdokter Luc Swinnen. 'Om meer inzicht te krijgen in de irrationaliteit van het brein, moeten we inzoomen op de drie lagen die het telt: de hersenstam, het limbische systeem en de hersenschors. Of anders uitgedrukt: het reptielenbrein, het zoog- dierenbrein en het mensenbrein. Een vereenvoudigde weergave van de complexe realiteit, maar toch vormen deze drie delen de verklaring voor een zeer groot gedeelte van ons gedrag, onze gevoelens en onze goede en foute beslissingen.’ Het oudste deel van onze hersenen is het reptielenbrein. Vijfhonderd miljoen jaar geleden kwam het tot stand. Toen was het eten of gegeten worden, en dus hadden onze verre voorouders behoefte aan een brein dat alert was, legt Swinnen uit.

Het reptielenbrein is dan ook de multitasker avant la lettre. ‘Alle prikkels en gevaren worden in een fractie van een seconde geregistreerd, terwijl cruciale functies als onze ademhaling, bloedsomloop en hartslag op de achtergrond constant blijven door- draaien. Hoewel in onze moderne tijden wat neerbuigend gedaan wordt over dit primitieve deel, is het dus juist deze stokoude erfenis die ons in leven houdt.’ ‘En omdat alles automatisch verloopt, reageert het zeer snel’, vervolgt de dokter. ‘Tot vijfmaal sneller dan het mensenbrein zelfs. Elke dag worden we door ons reptielenbrein in snelheid gepakt. Hoe reageer je bijvoorbeeld wanneer iemand de telefoon plots neer- legt tijdens een onbeleefd gesprek? Of wanneer een auto je de weg verspert of aan je bumper kleeft? Als je je reactie op die momenten beter bestudeert, zie je meestal het reptielenbrein in actie.’ Brein nummer twee is het zoogdieren- brein, vervolgt Swinnen. Het wordt ook het limbische systeem genoemd. ‘Onze zeer verre voorouders gingen in de loop van miljoenen jaren steeds meer samenleven in kleine groepen, een tribe of stam, of zelfs in grotere eenheden. Ze hadden dan behoefte aan een beter contact met elkaar. Onder invloed van deze nieuwe levensomstandigheden ontstond het zoogdierenbrein, en daar- mee onze basisemoties en -motivaties. Het is hier dat onze beschaving pas echt begon. Het zoogdierenbrein stelt ons namelijk in staat om succesvol deel te nemen aan een gemeenschap.’ Pas honderdduizend jaar geleden kwam het mensenbrein om de hoek kijken. Hierin huist ons denkvermogen en de compe- tentie om te rekenen, spreken, lezen en schrijven, oftewel onze rationaliteit. ‘Om in grote groepen te leven moet je beschikken over een remmend brein – je kan daar namelijk niet meer leven volgens de noden van het ogenblik. Zo ontstond het mensenbrein, dat prikkels in het
juiste klassement onderbrengt, beoordeelt, selecteert en zo nodig wegfiltert. Hier ontstaan onze ethische normen, ons bewustzijn, het gevoel voor goed en kwaad. Het mensenbrein is als het ware de CEO van onze hersenpan.’

Hoe de oermens ons naar de hamburgertent duwt

Eigenlijk hebben we dus drie breinen. En de verklaring voor veel van onze schijn- baar onverklaarbare gedragingen en neigingen, valt ergens in dit trio te vin- den. Dat de lokroep van de grote gele M soms te luid klinkt, bijvoorbeeld. Luc Swinnen: ‘Over voedsel en eten bestaan eindeloos veel gegevens en theorieën. Maar in al die verwarrende informatie wordt zelden rekening gehouden met een belangrijke speler op de achter- grond: ons reptielenbrein. Dat brein wil voedsel, en wel nu onmiddellijk. Vroeger was er af en toe weinig spek voor onze bek. En dus liet het reptielenbrein de eigenaar ervan een voorraadje vetten en suikers aanleggen, voor het geval dat er weer eens zeven magere jaren aanbraken. Om hem daartoe te bewegen, werd het beloningssysteem in de hersenen aangesproken: het dopa- minesysteem.’ Vandaar dus de term comfortfood. In hedendaagse tijden van overvloed is hamsteren nergens

meer voor nodig. Maar dat heeft het reptiel in ons helaas nog niet begrepen. ‘Wellicht worden bij het eten van vet en suiker verschillende gebieden in het brein gestimuleerd. Die versterken elkaar dan nog eens onderling, wat de combi- natie tussen beide onweerstaanbaar lekker maakt en aanzet tot overeten. Meteen de reden waarom we naar de hamburgertent trekken of een pizzakoerier bellen: het gaat lekker snel, wat ons reptielenbrein uiterst gelukkig maakt.’

'Waarom wij vreemdgaan en parachutespringen: ons onbegrijpelijke brein', Luc Swinnen (Van Halewyck, € 21,99).