Zo vaak moet je gaan sporten voor een gezond brein

doorSophie Vereyckenop 17/07/2019

Een gezonde geest in een gezond lichaam? Dat mag je gerust letterlijk nemen. Want wie op regelmatige basis de sportschoenen aantrekt, zorgt er ook voor dat die grijze massa in topvorm blijft. Maar hoe vaak moet je daarvoor nu exact gaan sporten?

We weten al langer dat sporten veel meer voordelen heeft dan alleen een slanke lijn. Het verlaagt de bloeddruk en cholesterol, verstevigt de botten, zorgt voor minder stress, verhoogt je weerstand en vermindert het risico op depressies en hart- en vaatziekten. En ook onze hersencellen varen er wel bij. Uit onderzoek bleek al dat het natuurlijke verouderingsproces van onze hersenen significant vertraagd wordt. Maar is een halfuurtje wandelen al voldoende? Of moet je al bijna op topsportniveau staan voor je er de voordelen van plukt?

Voor een gezond hart raden wetenschappers aan om minstens 150 minuten per week te bewegen. Maar is dat dezelfde hoeveelheid voor een gezond stel hersenen? Een nieuw onderzoek dat verscheen in het vaktijdschrift 'Neurology' biedt duidelijkheid. Zij analyseerden meer dan 100 bestaande studies waarbij maar liefst 122 verschillende testen werden gedaan. Daardoor konden ze hun conclusie staven met de resultaten van meer dan 11.000 oudere mensen. Wat bleek? Wie op een periode van zes maanden tijd 52 uur beweegt, haalt op cognitief vlak het meeste voordeel uit die zweetsessies. Zij boekten namelijk de grootste vooruitgang op verschillende denkoefeningen en snelheidstests.

'Staar je niet blind op die 52 uur,' aldus hoofdonderzoekster Joyce Gomes-Osman. 'Gemiddeld komt dat neer op 3 keer per week een uur lang bewegen, maar er bestaat niet zoiets als een magisch getal. Het is eerder een continuüm. Zo had ik bijvoorbeeld verwacht dat er een verband zou zijn tussen de mentale vooruitgang en de intensiteit of duur van de sportsessies, maar dat bleek niet het geval te zijn.' Het exacte aantal minuten maakt dus eigenlijk niet uit, zo lang je er voor zorgt dat je regelmatig beweegt. Dat onderschrijft de stelling dat vooral het opbouwende effect van sporten belangrijk is. Beweging blijkt zo een invloed te hebben op verschillende aspecten van het brein. Van de bloedtoevoer naar onze hersencellen, als het stimuleren van de groei en de functie van neuronen.

'Door deze wetenschap, kunnen we meer hapklare adviezen formuleren,' aldus Gomes-Osman. 'Het is enorm persoonlijk, maar wat buiten kijf staat is dat beweging een enorm effect heeft op onze gezondheid, zowel lichamelijk als mentaal. Naar de toekomst toe lijkt het me dan ook vooral interessant om onderzoek te doen naar de verschillende sporten en hun specifieke voordelen.'