Babbelen met ‘generatie woke’: zo ontwikkel je je wokabulaire en houd je het gezellig aan de kersttafel

doorRedactieop 24/12/2020

Black Lives Matter, de klimaatcrisis, #MeToo ... Jongeren zijn ‘woke’ en laten ons dat maar al te graag weten. ­Arrogant of enkel irritant? Is woke de nieuwe generatiekloof? En vooral: hoe houden we het gezellig, zeker straks aan de feesttafel? Ontwikkelingspsycholoog Maarten Vansteenkiste geeft raad om gekibbel en geruzie te vermijden, vertelt hoe generaties van elkaar kunnen leren en helpt je door het woke-abc. “Ouders hebben de neiging om te zeggen dat hun kind overdrijft, of ze willen het meteen bijsturen. Dat werkt contraproductief. Veel beter is het om vragen te stellen.” 

Wrijvingen en meningsverschillen tussen jong en oud, ze zijn van alle tijden. De generatiekloof, weet je wel. Maar met generatie Z lijkt er toch iets bijzonders aan de hand. Deze tieners en jonge twintigers, geboren tussen 1995 en 2010, zijn opvallend gevoelig (volgens sommigen overgevoelig) voor racisme, seksisme, kolonialisme en alle andere mogelijke vormen van ongelijkheid en achteruitstelling. Ook thema’s als klimaat, ecologie en duurzaam consumeren staan hoog op hun morele agenda. Denk maar aan de protestmarsen van de klimaatjongeren of de snel toenemende populariteit van vegetarisme en veganisme en tweedehandsshoppen bij de jeugd.

Al die morele gevoeligheden worden tegenwoordig onder één vlag verzameld: woke. De term komt overgewaaid uit de Verenigde Staten, meer bepaald uit de zwarte gemeenschap. Daar is woke hetzelfde als awake. Wakker dus. Simpel gezegd betekent woke dat je heel bewust nadenkt over wat er in de samenleving speelt, in het bijzonder op het vlak van discriminatie. Veel jongeren van generatie Z zijn er helemaal vol van. Ze groeien op met artiesten, sporthelden en influencers die zichzelf woke noemen en die iedereen oproepen om zelf ook woke te zijn. ‘Stay woke!’ De wereld verbeteren, dat begon vroeger bij jezelf. Voor veel woke jongeren is dat niet genoeg. Ze zijn streng voor zichzelf, maar sporen ook anderen aan om op het rechte pad te blijven. Wie van dat pad afwijkt, mag een tik op de vingers verwachten.

Opa weet niet beter

Woke duikt de laatste jaren werkelijk overal op. Ook aan de keukentafel. ­Ouders die een woke zoon of dochter in huis hebben, hebben het wellicht al ondervonden: wat begint als een onschuldige babbel over een gevoelig thema, kan zomaar ontaarden in een verhitte discussie of zelfs ruzie. Opa die op een familiefeest met een onschuldig gezicht zwarte mensen als ‘negers’ omschrijft? Dat zullen zijn kleinkinderen heel misschien, met enig gerol van de ogen, nog door de vingers zien. Vroeger was dat nu eenmaal een neutraal woord, beseffen ze. Opa is geen racist, maar hij weet niet beter. Met hun ouders of leerkrachten hebben ze minder geduld. Die krijgen gegarandeerd de volle laag als ze in een debat voor nuance pleiten of een ‘politiek incorrecte’ mening verkondigen. Dan zijn ze boomers die hopeloos achterophinken of er niks van snappen.

De kloof tussen jong en oud gaapt blijkbaar wijder dan ooit. Waarom ligt het allemaal zo gevoelig? Hebben woke jongeren te lange tenen of kunnen we iets leren van hun morele agenda? Wat doen we aan het wederzijdse onbegrip? Hoe kunnen we samen over gevoelige thema’s praten zonder dat er ruzie van komt? We vroegen raad aan ontwikkelingspsycholoog Maarten Vansteenkiste van de UGent. Die vraagt zich wel af hoe breed gedragen al die ‘wokeness’ is.

Maarten Vansteenkiste: “Spanningsvelden tussen de verschillende generaties zijn van alle tijden. Die kloof ent zich nu op dat woke-verhaal. Persoonlijk betwijfel ik of alle tieners en jongvolwassenen wel zo woke zijn als men denkt. Veel jongeren noemen zichzelf net eerder rechts of conservatief. Misschien verkondigen zij hun mening gewoon wat minder luid dan hun woke generatiegenoten.”

Het eigen grote gelijk

Toch is er wel degelijk sprake van een nieuw soort generatiekloof, denkt Vansteenkiste. Daar zijn verschillende redenen voor te bedenken. Om te beginnen is de leefwereld van generatie Z heel anders dan die van hun ouders en grootouders toen die opgroeiden. “Vroeger was iemand met een andere kleur of een andere origine de uitzondering: de maatschappij was homogeen blank. Vandaag is er veel meer diversiteit in scholen, sportclubs en jeugdbewegingen. Als iemand ‘Zwarte Piet’ naar een klasgenoot roept of als je vriend vaak tegengehouden wordt voor een identiteitscontrole en jij nooit, komt een thema als racisme heel dichtbij. Dan wordt het persoonlijk en ligt het extra gevoelig. Het is dus logisch dat deze generatie bezig is met discriminatie.”

De nieuwe diversiteit verklaart veel, maar niet de toegenomen polarisatie. Waarom kunnen we zo moeilijk begrip opbrengen voor andermans standpunt? Waarom dreigt elk meningsverschil te ontaarden in ruzie? Sommigen wijzen met een beschuldigende vinger richting sociale media. Die tonen vooral gelijkgezinde meningen en kraken andersgezinde meningen af. Zo worden ze ‘echokamers’ van het eigen grote gelijk. “Vroeger was er wellicht ook polarisatie, maar het viel niet zo op, omdat er minder kanalen waren die de meningsverschillen naar boven brachten. Door hun aard doen sociale media dat wel. Bovendien worden die meningen wel vaker scherp geformuleerd, want dat lokt veel reacties uit. Misschien dat daarom uitspraken alsmaar extremer worden en het debat polariseert.”

Wat ook meespeelt: door de leeftijdsfase waarin ze zitten, hebben jongeren sowieso de neiging om de zaken zwart-wit te stellen. “Ze willen afstand nemen van hun ouders. Scherpe stellingnames zijn een manier om dat te bereiken. Dat kan dan best eens een boze tegenreactie van de oudere partij opleveren. Maar dat kan niet de bedoeling zijn.”

Ze houden ons een spiegel voor

Hoe pak je het dan wel aan? Ouders kunnen beter proberen open en ontvankelijk te reageren, vindt Maarten Vansteenkiste. “Misschien heb je de neiging om te zeggen dat je kind overdrijft of wil je het meteen bijsturen. Zo’n defensieve reactie werkt meestal contraproductief. Ik pleit voor een open en nieuwsgierige houding.” 

“In eerste instantie zou ik vragen stellen. Hoe komt het dat je daar zo mee bezig bent? Heb jij zelf al dingen meegemaakt? Of een vriend? Probeer het ook vanuit hun perspectief en levenservaring te bekijken. Hun cognitieve vermogens zijn nog minder ontwikkeld en hun opvattingen klinken soms wat naïef, maar kinderen en jongeren hebben een natuurlijk gevoel voor rechtvaardigheid.” 

“Persoonlijk vind ik het boeiend om daarnaar te luisteren. Ze houden ons een spiegel voor. Ons eigen morele kompas zit na al die jaren soms onder een stoflaag. Hun ideeën kunnen ons aanmoedigen om het stof eraf te blazen en sommige dingen te herbekijken. Neem nu racisme. Bij sommige volwassenen is dat toch een beetje een blinde vlek. Ze zijn ervan overtuigd dat iedereen dezelfde kansen krijgt. Als je die niet grijpt, is dat je eigen schuld. De werkelijkheid is weerbarstiger. Jongeren weten dat beter dan wij. Ze kennen bijvoorbeeld klasgenoten die moeite hebben met het huidige afstandsonderwijs, omdat ze geen eigen laptop hebben of een kamer met een broer of zus delen.”

Leren van elkaar

Ze houden ons een spiegel voor, maar dat wil niet zeggen dat jongeren altijd gelijk moeten krijgen als ze zeggen: “Sorry, pa, ik wil het niet horen, het is te nemen of te laten.” Het spiegelen mag ook in de andere richting werken: ouders hebben evenveel recht om te zeggen wat zij denken. Niet meteen om de mening van de jongeren bij te sturen, wel om een breder perspectief te schetsen en nuance aan te brengen. Hoe duidelijker je eigen morele kompas is, hoe vlotter dat zal gaan.

“Het wordt moeilijk als je zelf nog niet veel nagedacht hebt over waarden en overtuigingen. ­Wanneer je kind of een andere jongere dan plots een gevoelig thema opwerpt, kan dat betweterig overkomen. Dan voel je je misschien op de tenen getrapt.”

Zoals de mensen die zich ergerden aan Anuna en de andere klimaatjongeren die spijbelden om Brussel op stelten te zetten? “Klopt. Van die klimaatmarsen ging een aanstekelijke energie uit, gecombineerd met het jeugdige geloof in de maakbaarheid van de dingen. Dat optimisme zijn wij, volwassenen, vaak verloren: we zijn realistischer, maar vaak ook wel cynischer en gelaten, omdat we ervaren hebben dat het niet zo gemakkelijk is om de dingen te veranderen.” 

“Anderzijds had ik wel begrip voor de kritiek van volwassenen dat sommige jongeren niet spijbelden voor het klimaat, maar voor de lol van het rebelleren. Dat maakte hun boodschap minder authentiek. Een paar keer op donderdag spijbelen om aandacht te eisen voor de klimaatopwarming, daar viel iets voor te zeggen. Maar misschien waren ze daarna beter op zaterdag gaan betogen. Als daar evenveel volk op afgekomen was, hadden ze bewezen dat het hen echt om het klimaat te doen was en niet om een dagje verlof. Dat was een krachtig signaal geweest om die kritische volwassenen de mond te snoeren. Mijn eigen kinderen waren nog te jong om mee te willen doen, maar ik zou hen daarmee toch confronteren.’

We kunnen dus van elkaar leren? “Dat vind ik wel. In elk geval moeten we het gesprek aangaan, met respect voor elkaars mening. Anders missen zowel jongeren als ouderen een kans om zichzelf te ontwikkelen.” In woke-taal zou dat zijn: om zichzelf te ‘educaten’.

Wil je het debat goedgeïnformeerd aangaan? Dit woke-abc zet je alvast op weg.

Wat is woke?

‘Woke’ is ‘wakker’. Zangeres Erykah Badu zou de term in 2008 als eerste gebruikt hebben in de betekenis van ‘maatschappelijk bewust’. Stay woke groeide uit tot het motto van Afro-Amerikanen die de maatschappelijke status quo in vraag stelden en opkomen tegen discriminatie. Vandaag is woke wereldwijd een mainstreambegrip.

Het N-woord

‘Neger’ en ‘nigger’ waren oorspronkelijk neutrale woorden om een zwarte persoon te beschrijven. Ze kregen al snel een beledigende en racistische bijklank. In de VS is de term al meer dan vijftig jaar taboe. Toch duikt de variant ‘nigga’ vaak op in muziek en films. Voor Afro-Amerikanen is het nu een geuzennaam: iets waarmee ze ooit gekwetst werden, gebruiken ze nu om trots te tonen hoever ze gekomen zijn. Woke mensen hebben het over ‘het n-woord’: je mag het woord niet uitspreken als je niet zwart bent. Ook niet als je meezingt met rapliedjes? Daarover zijn de meningen verdeeld, ook bij de zwarte artiesten zelf. Als er toch een uitzondering gemaakt wordt, dan geldt die alleen voor muziek: op straat moet je er niet mee afkomen.

Blank of wit

Woke activisten zeggen liever ‘wit’ dan ‘blank’. In een interview voor de krant De Standaard legt Melat Gebeyaw ­Nigussie, directeur van de Beursschouwburg in Brussel, uit waarom. ‘Wit’ is voor haar een beschrijvende, neutrale term, terwijl ‘blank’ positieve connotaties heeft: blank wordt geassocieerd met goed en mooi. Auteur Tom Naegels wil wel ‘blank ‘blijven schrijven, omdat dat voor de meeste Nederlandstaligen het neutrale woord is. De term ‘wit’ associeert hij met links activisme. Het pleit is nog niet beslecht, maar feit is: steeds meer media vervangen ‘blank’ door ‘wit’.

Beeldenstorm 2.1

Wokeness is ongezond voor standbeelden en monumenten. In eigen land kreeg ­Leopold II een pot rode verf over het hoofd. Ook in het buitenland moeten Belgen eraan geloven. Zo haalde Mexico City een beeld weg van de 16de-eeuwe Oost-Vlaamse missionaris Pedro de Gante. Kort daarvoor was op sociale media opgeroepen om standbeelden te bestormen die symbool staan voor kolonisatie en uitbuiting van de lokale bevolking. En de Amerikaanse politica Alexandria Ocasio-Cortez postte een foto van een standbeeld van Pater Damiaan in Washington D.C. om aan te kaarten dat de beeldengalerij in kwestie bijna alleen blanke mannen bevat.

Disney stuurt bij

Ook in de moderne beeldindustrie is wokeness baas. Op de streamingdienst Disney+ krijgen tekenfilms tegenwoordig een waarschuwing mee dat ze racistische stereotypes bevatten. Neem The Aristocats uit 1970, waarin een Siamese kat pianospeelt met eetstokjes en in slecht Engels zingt. De rol werd ooit ingesproken door een witte/blanke acteur. Dat laatste kan ook niet meer, vindt de woke-gemeenschap. Daarom krijgen de zwarte personages in onder andere Family Guy en The Simpsons vanaf volgend seizoen een andere stem.

Cultural appropriation

Het cornrow-kapsel van Kylie Jenner, K3 in een faraokostuum, T-shirts met een afbeelding van de hindoegod Ganesha, Pharrell Williams met een (Native American) verentooi op de cover van Elle, ja, zelfs het Buffalologo van voetbalclub KAA Gent: het zijn allemaal voorbeelden van culturele appropriatie. Kan niet, vinden de tegenstanders. Culturele toe-eigening betekent volgens hen dat de westerse cultuur klakkeloos voorwerpen en symbolen uit andere culturen overneemt en commercieel exploiteert.

Tekst: Bart Desomer