Binnenkijken in het tienerbrein met een neurowetenschapper: “Tieners kunnen emoties minder goed herkennen, bij zichzelf én anderen”

doorLynn Guillaumeop 06/10/2020

Een tiener in huis kan een beproeving zijn. Zit je soms met de handen in het haar? Neurowetenschapper Jelle Jolles leert je je kind begrijpen aan de hand van zeven belangrijke must-knows. Want heel wat van dat onvoorspelbare pubergedrag schuilt in de hersenontwikkeling. “Als ouder ben je de tuinier die de hersenen van je kind snoeit en voedt.”

1. In jouw tijd was het écht anders

“Het leven vandaag is niet zoals dat van dertig jaar geleden”, zegt Prof. dr. Jelle Jolles, neurowetenschapper en neuropsycholoog. “Vanaf de jaren negentig zijn vrouwen massaal meer ­beginnen te werken, wat de gezinsstructuur veranderde. Migratie nam sterk toe en het internet brak door. Door onze veranderde samenleving verschilt het brein van je adolescent écht van hoe jouw tienerbrein was. Kinderen leren tenslotte honderd procent van de omgeving waarin ze opgroeien.” 

“De laatste twintig jaar hebben we onze kinderen veel meer ‘losgelaten’. Wat velen vandaag doen, is tieners opgooien en zeggen ‘vlieg’. Maar ze zijn nog niet in staat om hun eigen boontjes te doppen. Ze hebben informatie nodig van hun omgeving – ouders, leerkrachten, sportcoaches ... – om hen structuur en richting te geven. We verwachten vaak veel meer van tieners dan waartoe hun brein in staat is. Dat speelt een belangrijke rol in het ontstaan van gedragsproblemen, somberheid en zelfs depressie.”

2. Jij bent belangrijk!

Het lijkt misschien of je er niet toe doet in het leven van je tieners, maar vergis je niet. Als ouder speel je een cruciale rol in hun ontwikkeling. Prof. Jolles: “Vergelijk de hersenen met een systeem van ruim 180 bagagekluisjes, met elk een eigen functie. ­Tijdens de kinder- en adolescentieperiode raken die kluisjes stilaan gevuld met kennis en ervaringen. Daar zorgt hun omgeving – ouders, familie, school, leeftijdsgenoten – voor.” 

“Een kind komt op de wereld met een brein met potentieel veel meer mogelijkheden of talenten dan er uiteindelijk gerealiseerd worden. Wat er van de mogelijkheden komt, hangt af van de input. Tijdens de hersenrijping – tot ruim na je twintigste – gaan hersenverbindingen die niet of te weinig gebruikt worden, verloren. Dat gebeurt vooral tijdens de periode van nul tot vier jaar en tijdens de overgang naar adolescentie. Dat proces noemen we ‘pruning’, te vergelijken met het snoeien van een rozenstruik. Als ouder ben je een soort van tuinier. Je snoeit en voedt, en helpt ongebruikte hersenconnecties te verwijderen en andere te versterken. Hoe? Door prikkels te geven: samen naar de sterren kijken, verhalen vertellen, sporten stimuleren … Kinderen die opgroeien in een schrale omgeving met minder prikkels, ontwikkelen zich langzamer dan wanneer ze in een stimulerende ­omgeving, met veel leermateriaal, groot zouden worden.”

“Dat is ook wat tijdens de quarantaine gebeurde: door het wegvallen of verminderen van schooltijd en werk werden we met z’n allen ‘ondergestimuleerd’. Gelukkig tank je dat als volwassene snel bij. Maar tot je 23 à 25 jaar is je brein volop in ontwikkeling. Een stimulerende omgeving met cognitieve, fysieke, emotionele en sociale prikkels is ontzettend belangrijk. Ook iemand met een IQ van 130 kan ernstig falen in de maatschappij als hij of zij niet over de nodige emotionele en sociale vaardigheden beschikt.”

3. Geen gevoel voor grenzen

De avond voor een belangrijk examen op café gaan? Een fles ­alcohol leegdrinken? Cool! Dat het gevaarlijk is, daar heeft je tiener nog niet bij stilgestaan. Prof. Jolles: “Dat adolescenten soms foute beslissingen maken, is eigenlijk heel begrijpelijk. Een jongere denkt niet aan de gevolgen, omdat hij die eenvoudigweg niet kent. Een tienerbrein heeft namelijk nog geen reality testing ontwikkeld, een mechanisme dat acties aan gevolgen koppelt. Die koppeling zit niet in de genen, maar moet je in het leven verwerven. Ze vormt zich pas door input van de omgeving: een oudere neef die advies geeft, gesprekken met ouders of situaties waarin het helemaal misloopt. Laat jongeren oefenen met zelfstandigheid, maar geef voldoende begeleiding en sturing. Daar hebben ze echt nood aan.”

4. Je kind is niet gevoelloos

Kinderen kunnen ongemeen hard zijn tegen elkaar en tegen hun ouders. Dat betekent niet dat jouw kind zal opgroeien tot een empathieloze volwassene. Jelle Jolles: “Ook inlevingsvermogen moeten ze aanleren. Ze hechten niet dezelfde betekenis aan woorden als jij. Uit onderzoek met een hersenscanner blijkt dat jongeren minder goed in staat zijn om emoties te beoordelen dan volwassenen. Jongeren gebruiken alleen de zijkant van de hersenen, volwassenen ook de prefrontale cortex. Die cortex omvat hersenstructuren die bijdragen tot complexe functies zoals werkgeheugen, aandacht, zelfinzicht, impulscontrole, planning … en ook empathie.” 

“Bij kinderen en tieners zijn de netwerken die dit gebied verbinden met andere hersengebieden nog in ontwikkeling. Al die structuren binnen de prefrontale cortex rijpen ook op een ander moment: bij sommigen op hun vierde, bij anderen op hun tiende en bij weer anderen op hun vijftiende of nog later. Die rijping gebeurt onder invloed van de omgeving. Ouders kunnen hun kinderen dus empathisch vermogen aanleren. Dat doe je door feedback te geven op hun gedrag, maar ook door open te zijn over je eigen emoties en intenties. Ouders proberen hun emotionele problemen vaak te verstoppen voor hun kinderen. Maar als papa met een burn-out thuiszit, is het net goed om dat te verduidelijken. Zo krijg je contact met je kind en leert het gevoelens herkennen, bij zichzelf én anderen.”

5. Honger naar nieuw

Het tienerbrein heeft een voorliefde voor alles wat nieuw is. Prof. Jolles: “Nieuwe ­foto’s op Instagram, berichten op WhatsApp, TikTokfilmpjes ... Kinderen kunnen er uren tijd aan besteden. Onderzoek bij baby’s toont aan dat ze bij de keuze tussen een oude en een nieuwe prikkel steeds voor de nieuwe kiezen. Ook tieners laten zich ­voortdurend afleiden door nieuwe prikkels. Pas met het ouder worden ontwikkelt hun brein het systeem van impulsremming, dat een te snelle, impulsieve reactie op nieuwe prikkels wat afremt. Een complex proces dat zich tot ver na hun twintigste ­ontwikkelt.” 

Die honger naar nieuw kan ook verklaren waarom je kind andere keuzes maakt. Dat kan schrikken zijn, want ouders proberen hun kind vaak te vormen naar hun eigen ­situatie. Ben je jurist? Dan hoop je dat je kind dat ook wordt, en het liefst een ­betere dan jij. Ouders worden bang als hun tiener een voor hen onbekende weg inslaat en kunnen zich niet goed voorstellen dat het goed zal terechtkomen. Maar je kind in een richting duwen zorgt alleen voor ­opstandig gedrag. Nieuwe ervaringen helpen je kind nieuwe hersenverbindingen aan te maken. Zo leert het brein goede en minder goede routes aan. Relax, het is niet erg dat je kind andere dingen uitprobeert. Het levert een rugzak vol ervaringen op. Zo wordt het ­slimmer en kan het zich straks beter redden in een snel veranderende wereld.”

6. De aantrekkingskracht van beeldschermen

Smartphones, spelconsoles en computers vallen moeilijk weg te denken. Jelle Jolles: “Het is niet verwonderlijk dat ze zo in trek zijn bij jongeren. Tieners zijn gericht op uitdagende prikkels en erg gevoelig voor beloning. Dat kan tot risicovol gedrag leiden, van een gevaarlijke houding in het verkeer tot overmatig gamen of online contact zoeken met vreemden.” 

“Kinderen én volwassen brengen te veel tijd op schermen door. Corona heeft daar geen goed aan gedaan. Het is een forse, lastige uitdaging voor scholen en ouders, maar het is hoog tijd om weer een andere weg in te slaan.” Hoeveel schermtijd is aanvaardbaar? “Een goede richtlijn kan zijn om van alle vrije tijd maximaal een derde op schermen door te brengen. Games, Instagram, YouTube … leveren een massa beelden op: ‘platte’ visuele kennis. Interessant wordt het vooral als er taal aan gekoppeld wordt. Er is weinig meer leerrijk dan boeken lezen. Ik verwacht dat games in de toekomst meer zullen gebruikmaken van taal.” 

“Ook wat je wanneer bekijkt, is belangrijk. Foto’s of teksten die emotioneren of akelig zijn, kunnen veel langer blijven hangen en interfereren met andere info die het brein binnenkomt. Bekijk je zulke beelden voor het slapengaan, dan gaat dat ten koste van je slaapkwaliteit. Je slaapt oppervlakkig of gemiddeld in plaats van diep. Die eerste uren nachtrust zijn cruciaal.”

7. Alcohol en tabak zijn nefast

Hoe ga je om met het alcohol- en tabaksgebruik van je kind als je er als tiener zelf niet vies van was? Prof. Jolles: “Ouders redeneren vaak: ‘Ach, ik heb ook gerookt, gedronken, met wiet geëxperimenteerd … en met mij is alles goedgekomen.’ Punt is dat we vandaag veel meer over de hersenontwikkeling weten dan dertig jaar geleden. Eén keer roken zorgt er al voor dat je brein chemische stoffen – receptoren – aanmaakt. Die kan je vergelijken met sloten waarin je een sleutel kan stoppen (de neurotransmitters). Na enkele sigaretten heb je gigantisch veel ‘sloten’ opgebouwd, die allemaal hunkeren naar een sleutel. Je gaat verlangen naar meer.” 

“Bij alcohol gebeurt ongeveer hetzelfde. Door vaker te drinken maakt de lever minder enzymen aan, waardoor er meer alcohol nodig is om in dezelfde roes te komen. We weten uit onderzoek dat tieners die op jonge leeftijd alcohol drinken, op latere leeftijd vaker een alcoholprobleem hebben. Alcohol zorgt voor onomkeerbare veranderingen in het brein. Zes op de tien kinderen belanden daardoor vroeg of laat in de problemen. Dat is meer dan wat velen denken. Ga dus niet te licht over het thema heen, deel jouw kennis met je kind en geef er feedback over.”

Gouden opvoedingstips van Jelle Jolles

• “Kijk anders naar jongeren. De adolescentie is de periode van kansen. Focus niet op het ongewenste gedrag, maar op wat je wél wil zien, en besef dat ­tieners een work in progress zijn.”

• “Stimuleer het opdoen van ervaringen.”

• “Werk aan het zelfinzicht en de ­zelfregulatie van je tieners. Dat maakt ze weerbaar. Geef feedback op de ­gevolgen van hun denken en handelen voor ­zichzelf en anderen.”

• “Ouders en jongeren spreken een andere taal. Werk eraan door het gesprek aan te – blijven – gaan, te argumenteren, met elkaar van mening te wisselen …”

• “Stimuleer nieuwsgierigheid, ­ondernemerschap, interesses en een brede ontplooiing: cognitief, sociaal, emotioneel en fysiek.”

• “Speel de rol van manager, supporter, coach, ­inspirator, mentor en adviseur. Jouw rol groeit mee met de vaardigheden die je kind opdoet. Inspireer, laat het ervaringen opdoen en foutjes maken, geef feedback en advies.”

Meer lezen? Leer je kind kennen, Jelle Jolles (€ 24,99, Uitgeverij Pluim)