Mama, ik lust geen broccoli en wortel, en peer, en...

Maak van je moeilijke eter een bourgondiër

doorFamke Robberechtsop Invalid date
Quote

'Ouders bepalen wat gegeten wordt, kinderen hoeveel'

Sommige kinderen eten alles wat de pot schaft, andere halen voor alles hun neus op. Hoe maak je van jouw moeilijke eter een bourgondiër? Wij zochten het uit!

Cruciale fase

Rond de leeftijd van anderhalf jaar breekt een cruciale fase in het eetpatroon van kinderen aan. Eten gaat ineens moeizamer, maar dat is niet abnormaal, benadrukt diëtiste Valerie Smeets. 'De groei van het kind neemt dan sterk af en het heeft ook wat minder nodig dan tijdens z'n eerste levensjaar. De afname van de eetlust hangt dan ook nauw samen met het einde van de groeispurt.' Maar dat is niet de enige reden. De diëtiste: 'Kinderen hebben een aangeboren voorkeur voor zoet, omdat de moedermelk zoet smaakt. Zodra kinderen overschakelen op vaste voeding worden ze geconfronteerd met nieuwe smaken, zoals bitter of zuur, en texturen. Sommige kinderen hebben dan last van voedselneofobie of angst voor onbekende eetwaren. Vanaf de leeftijd van anderhalf jaar komen peuters bovendien in de koppigheidsfase terecht. Een kind heeft over weinig zaken zelf controle, behalve over wat het in de mond stopt. Voedsel weigeren kan dan een machtsinstrument worden. En ten slotte mag ook de voorbeeldfunctie van ouders niet onderschat worden. Lusten ma of pa geen groenten, dan zal ook het kind er weigerachtig tegenover staan.'

Proeven moet

'Vanaf de leeftijd van anderhalf jaar moeten ouders dus duidelijke regels rond de maaltijden scheppen', beklemtoont Smeets. 'Eten is een leerproces. Het kind verwerft dan wel vanzelf bepaalde voedselvoorkeuren, maar het moet vooral veel verschillende smaken leren kennen. Het aanbieden van nieuwe voedingsmiddelen zal de smaakontwikkeling stimuleren: hoe vaker ze een smaak proeven, hoe beter de smaakpapillen zich kunnen ontplooien. En dat vergt tijd. Een kind kan een smaak pas echt leren waarderen na acht tot tien keer proeven. Het moet dus aangemoedigd worden om elke maaltijd te proeven. Eén hapje volstaat al, hou vooral vol.'

Dat vind ik vies!

Vooral groenten staan niet al te hoog aangeschreven bij kinderen. Veel groenten, zoals paprika of witloof, hebben een bittere smaak waar kinderen niet zo dol op zijn, en de textuur van groenten zoals champignons voelt vreemd aan in de mond. De diëtiste: 'Groenten zoals boontjes en wortels zijn inderdaad kindvriendelijker dan witloof of champignons. Toch mogen ouders zich niet tot die veilige keuzes beperken, want dan wordt de maaltijd te eenzijdig en leren kinderen nooit wennen aan afwijkende smaken. Vaak helpt het om kinderen met moeilijke producten te laten kennismaken in een andere vorm: paprikareepjes op pizza, in soep verwerkt ... Kinderen van twee tot vier jaar kan je ook zelf wat inspraak geven in het menu voor de dag nadien. Je kan hen vragen: 'Wat wil je morgen eten: wortelen of spinazie?' Zo weten ze wat ze op hun bord kunnen verwachten.

Vormt fruit bij jouw kind een uitdaging? Schotel dan eerder zachte fruitsoorten voor, zoals appels, druiven of aardbeien, en vermijd in eerste instantie zuur fruit. In een later stadium is het mogelijk - en noodzakelijk - om meer variatie aan te bieden. Koop ook enkel sei-zoensfruit. Een eerste kennismaking met een melige appel zal je kind niet meteen enthousiast om meer doen roepen. En probeer creatief uit de hoek te komen. Leef je uit met fruitspiesjes, fruitsla, appels in frietvorm ... Kinderen hebben een sterk visueel vermogen, ze eten meer nog dan volwassenen met de ogen.'

Is het wel genoeg?

'Een kind zal zich in normale omstandigheden nooit laten verhongeren of zichzelf iets tekort doen', zegt Smeets. 'Wanneer het tijdens de maaltijd te weinig gegeten heeft, merkt het in de loop van de daaropvolgende uren vanzelf dat het honger heeft. En dat is geen fijn gevoel. Het kind linkt het hongergevoel automatisch aan de kleine portie die het gegeten heeft en zal de volgende keer niet nogmaals die fout maken. Ouders mogen het kind op zo'n moment zeker niets geven om de honger te stillen. Indirect leer je zo dat het toch wat lekkers krijgt zodra het hongerig wordt. Het lijkt misschien wat wreed, maar als je je strikt aan drie maaltijden en twee tussendoortjes houdt, hoeft het kind nooit lang op zijn honger te zitten.'