Opvoeden is maatwerk: zo maak jij volgens de kinderpsychologe van jouw kind een krachtige volwassene

doorLynn Guillaumeop 22/10/2020

Opvoeden is een van de meest persoonlijke trajecten die er bestaan. Toch valt er volgens kinderpsychologe Klaar Hammenecker een lijn te trekken in hoe kinderen kunnen opgroeien tot krachtige volwassenen. In haar boek ‘Wat elk kind nodig heeft’ schetst ze een krachtig opvoedingsmodel. “Het belangrijkste is dat je vertrekt vanuit de socio-emotionele ontwikkeling én de specifieke behoeften van het kind.”

“Het laatste wat ik wil, is ouders nog meer opvoedingsstress bezorgen”, benadrukt Klaar Hammenecker, kinderpsychologe gespecialiseerd in ontwikkelingsgerichte psychotherapie. “Ouders worden overspoeld door tegenstrijdige boodschappen over wat goed ouderschap hoort te zijn. Sociale media bulken van de perfecte vakantiekiekjes, uitstekende schoolresultaten en sprankelende hobby’s. En dan is er nog het goedbedoelde advies van oudere generaties. Of die aanpak van vroeger beter was, is trouwens maar zeer de vraag als je de burn-outcijfers bekijkt … Dat ouders zich anno 2020 meer vragen stellen over opvoeden dan vroeger, is een feit. Mijn boek vertrekt bewust niet vanuit een visie of opvoedingsdoel, maar wel vanuit de socio-emotionele ontwikkeling van kinderen. In elke ontwikkelingsfase hebben kinderen namelijk specifieke behoeften. Die hangen samen met de fysieke veranderingen die ze doormaken, hoe hun brein zich ontwikkelt, de concrete uitdagingen die ze tegenkomen en de ontwikkelingstaken die ze het hoofd moeten bieden. Het boek is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en jarenlange ervaring en wil ouders een kompas bieden in het opvoeden van hun kind, zelfs – of misschien vooral – wanneer ze opvoedingsstress ervaren.”

Afstemmingsprobleem

Bij een analyse van de honderden kinderen die ze de voorbije twintig jaar in haar praktijk begeleidde, sprong één ding in het oog. “Slechts bij een heel beperkte groep was er sprake van een zogenaamde ‘kindproblematiek’: een stoornis of aandoening die een specifieke therapie vraagt”, zegt Hammenecker. “Bij zeven op de tien hulpvragen ging het om een afstemmingsprobleem: er blijkt op dat moment geen match te zijn tussen wat het kind nodig heeft en hoe ouders de opvoeding aanpakken. Daarbij kunnen tal van elementen spelen: ouders zijn ten einde raad omdat ze merken dat hun aanpak niet werkt of zijn zelf onvoldoende beschikbaar. Of omgekeerd: kinderen missen de nodige skills om impactvolle stappen in het leven – een verhuizing, de start van het middelbaar, een scheiding … – door te komen of ervaren vanuit hun temperament bepaalde dingen als moeilijk, en ouders zien niet goed wat er gebeurt. Ik ben er niet om mensen te vertellen wat ze moeten doen, een oordeel te vellen of een schuldige aan te wijzen. Dat helpt niemand vooruit. Wat wel helpt, is samen op zoek gaan naar wat er aan de hand is en wat elk individu nodig heeft. Hoewel elk verhaal anders is, bestaan er therapeutische kaders en wetenschappelijke inzichten die altijd een houvast kunnen bieden. Die behoeften heb ik vertaald naar een opvoedingsmodel dat teruggaat naar de basis van wat opvoeden is: je aanpak afstemmen op wat je kind nodig heeft om de krachtigste versie van zichzelf te zijn.”

Opvoeden is maatwerk

Toegegeven, een kant-en-klare handleiding die je stap voor stap vertelt hoe je een pasgeboren baby helpt opgroeien tot een zelfredzame volwassene zou handig zijn. “Maar voor opvoeden bestaat geen one-size-fits-all-oplossing”, zegt de kinderpsychologe. “Een baby heeft andere behoeften dan een kleuter, lagereschoolkind of tiener. En ook binnen eenzelfde gezin kan het ene kind een heel andere aanpak vereisen dan het andere. Iedereen is wie hij is: dat geldt voor ouders én kinderen. Je kind zien en erkennen zodat het helemaal zichzelf kan zijn en niet wie jij wil: daar draait het om. Ouders die het hele land rondrijden in de overtuiging dat hun zoon de volgende Ronaldo wordt. Ik zie het vaak gebeuren, zelfs als de zoon in kwestie dat helemaal niet wil. Hou je bij de keuzes die je maakt rekening met de eigenheid van je kind of wordt je tweede kind in hetzelfde parcours geduwd als het oudste? Twee kinderen in dezelfde voetbalclub is gemakkelijk, maar wat als de jongste liever naar de tekenschool wil? Durf daarover na te denken. En terwijl het ene kind voor een toets van 7/10 uitgebreide felicitaties verdient omdat je weet hoe hard hij ervoor gewerkt heeft, zijn bij een kind bij wie het vanzelf gaat minder complimenten nodig. Krachtig ouderschap betekent soms een spreidstand tussen de verschillende behoeften van je kinderen.”

Eerst verbinden, dan begrenzen

Een fikse ruzie met iemand die je graag hebt, verteer je makkelijker dan een stevig conflict met iemand die je amper kent of met wie je een wantrouwige relatie hebt. “In dat laatste geval kan zo’n kortsluiting voor een permanente breuk zorgen”, zegt Hammenecker. “Bij opvoeden is het net zo. Een sterke band met je kind kan de conflicten doorheen de jaren – van kleuterkuren tot heftige puber­kwesties – wel verdragen. Hoe hechter jullie verbinding, hoe meer stormen die kan doorstaan. Maar een goede relatie komt er niet vanzelf. Een van de meestgehoorde klachten bij kinderen is dat ouders geen tijd voor hen hebben. Ik merk het ook in mijn praktijk. Als ik ouders vraag wat ze samen met hun kinderen doen, blijft het even stil. ‘In het weekend doen we iets leuks’, klinkt het dan. Prima, maar welke gezinstijd is er op een doordeweekse dag? Werk, hobby’s, sociale verplichtingen … we hebben het allemaal druk, maar je moet investeren om later te kunnen winnen. Ook thuis! Ik heb het op een bepaald moment zelf in mijn gezin gevoeld. Na schooltijd leek ik de hele tijd brandjes te blussen en liep iedereen gefrustreerd rond. Tot we onze aanpak bijstuurden en ons na school met een drankje aan tafel installeerden om samen te overlopen wat er die avond allemaal te gebeuren stond. Die dagelijkse tien minuten aandacht hebben ons enorm veel discussietijd bespaard en voor rust gezorgd.”

Zelf doen geeft zelfvertrouwen

Onzekere kinderen worden graag geholpen. “Maar om te groeien in hun zelfvertrouwen moeten ze zelf een stap vooruitzetten. Een persoonlijk succes(je) is grensverleggend: het laat kinderen groeien, geeft een boost en voelt als een persoonlijke overwinning.” Het mag duidelijk zijn dat ouders ook hierbij een belangrijke rol spelen. “Een kind dat het zwembad rond wordt geduwd op een opblaasbaar matrasje, zal niet snel leren zwemmen. Anderzijds is het uiteraard ook niet de bedoeling om hem bruusk het water in te gooien. Helpen en ondersteunen is nodig, maar dan wel op een versterkende manier. Opgroeien betekent je eigen boontjes leren doppen. Door je kind de kans te geven om dat te doen, geef je het een groot cadeau. Laat je kinderen dus ... doen. Laat hen worstelen met problemen en leren van wat hen (nog) niet lukt. Maak er geen drama van als ze de bal bij een eerste poging compleet misslaan. Moedig hen liever aan om het opnieuw te proberen, doe het nog eens voor en geef je kinderen de verantwoordelijkheid waar ze recht op hebben. Het gevoel dat ze ervaren wanneer ze iets moeilijks onder de knie krijgen of wanneer ze zelf een oplossing bedenken, is onbetaalbaar.” Wees ook alert voor je eigen struikelblokken. “Angst en onzekerheid zijn de meest erfelijke emoties. Kinderen krijgen ze weliswaar niet mee via het DNA, maar pikken het op van het gedrag van hun ouders. Wanneer je daar op let, ontdek je pas hoe sterk je kind is. Zo hoorde ik van heel wat ouders hoe ze tijdens de lockdown versteld stonden van wat hun kind al zelf kon, simpelweg omdat ze het huiswerk van hun kinderen niet langer uit handen namen.” 



Zorg(en) voor later

Opvoeden is een langetermijnopdracht: je zorgt, letterlijk en figuurlijk, voor later. Je houdt je kinderen niet eeuwig bij het handje: geleidelijk aan geven ze steeds meer zelf richting aan hun leven. De kinderpsychologe: “Als ouder proberen we bepaalde waarden door te geven aan onze kinderen waarvan we hopen dat ze die ook gaan omarmen. Maar hoe hard je het ook probeert, jij kan als ouder niet afdwingen wat je kind belangrijk vindt. Onvoorwaardelijkheid is een heel krachtig begrip binnen ouderschap. Het moment waarop ik me realiseerde dat mijn kinderen misschien wel af en toe het gevoel gehad hebben dat mijn liefde afhing van de mate waarin ze zijn wie ik wil dat ze zijn, was een van de pijnlijkste in mijn ouderschap.” Het is niet onlogisch dat ouders het zo aanpakken. “We zijn zelf vaak opgevoed vanuit de gedachte: ‘als je maar hard genoeg je best doet, dan ben je goed bezig’. Kinderuitspraken als ‘ik haat je, je bent altijd boos op mij, je ziet mijn broer liever …’ zouden bij ouders een alarm moeten doen afgaan. Wat wil je kind je vertellen en wat kan je ermee doen? Met een gebrek aan respect heeft het echt niets te maken. Ik vind het net krachtig als een kind zich zo durft te uiten. Het bewijst dat het zich veilig genoeg voelt om aan te geven waarin het gekwetst is. Wees als ouder ook niet te beroerd om je te excuseren. Niets zo krachtig als wanneer een kind jou hoort vertellen dat je spijt hebt van je woorden of daden.”

De beste ouders ... maken zichzelf overbodig

Een ouder-kindrelatie evolueert. Kinderen bouwen hun eigen leven steeds meer uit en als alles goed loopt, is je zoon of dochter op een bepaald moment niet meer afhankelijk van jou. “Tieners maken zich los van ouders en gaan diepe verbindingen aan met andere mensen: een lief, goede vrienden. Ik zie sommige ouders dan in de rol van beste vriend(in) kruipen, omdat ze hun kind dichtbij willen houden. Maar tieners hebben ouders nodig. Voor een ouder kan die tienerfase best verwarrend en uitdagend zijn. Ik geloof sterk in de kracht van terugkoppeling, zeker tijdens de tienerjaren. Denk daarbij aan ouders die zich mateloos ergeren aan hun zetelhangende puber. De boodschap ‘ik heb het daar best moeilijk mee’ vertelt iets heel anders dan ‘je bent een luierik’. Durf transparant te zijn. Maak je je zorgen omdat je kind meer op zijn kamer zit dan met vrienden op stap gaat? Benoem dat dan. Vertel hem dat je dat verwarrend vindt, omdat je zelf heel anders was. Maar benadruk ook dat het oké is dat je kind anders is. Jij bent wie jij bent, je kind is wie hij of zij is.”