SOS bedplassen: zo pak je het aan

doorMaurane Vallezop 27/06/2017, laatst bijgewerkt op 07/06/2017

Een kind dat op latere leeftijd nog geen droge nachten heeft, het valt vaker voor dan je zou denken. Wanneer je kind van 6 à 7 jaar nog steeds last heeft van urineverlies tijdens de slaap, kunnen we spreken over bedplassen. Maar, hoe komt het dan eigenlijk, en vooral: wat doe je eraan?

Shutterstock

Tussen de 3 en de 5 jaar, zou een kind zindelijk moeten worden. Bij zo’n 10% is dat op 6-jarige leeftijd nog niet het geval en is bedwateren een actueel fenomeen. We gingen even na hoe het nu eigenlijk komt dat nog zoveel kinderen hiermee kampen. En wat blijkt? Een te diepe slaap ligt niet aan de bron van het verschijnsel en ook te veel of te laat drinken is de oorzaak niet.

Wat kan de oorzaak zijn?

Er zijn verschillende factoren, die apart of samen, een invloed kunnen hebben op het bedplassen.

-Hoge wekdrempel: kinderen die bedplassen hebben hetzelfde slaappatroon als kinderen die het niet doen. Het heeft dus niets te maken met hoe diep het kind slaapt. Wat wel een invloed heeft, is de wekdrempel. De interne wekker bij bedplassers functioneert niet optimaal. Dat wil zeggen dat ze niet wakker worden bij een volle blaas of wanneer de blaas samentrekt.

-Slechte werking van de blaas: in dit geval gaat het over een overactieve of onstabiele blaas. De blaas trekt plots en onbewust samen op momenten dat ze zelfs niet helemaal vol is, met als gevolg dat het kind in bed plast. Dit zou bij ongeveer de helft van de bedplassers de oorzaak zijn.

-Hoge urineproductie: tijdens de nacht daalt de urineproductie door het antidiuretisch hormoon dat door de hersenen wordt afgegeven. Bij een tekort aan dit hormoon, is er sprake van een overproductie van urine doorheen de nacht.

Wat kan je eraan doen?

Er bestaan verschillende methoden om samen met je kind het bedplassen te stoppen. Onthoud vooral dat een straf nooit de juiste oplossing is, want daardoor verliest je kind zelfvertrouwen.

-De kalendermethode: het principe hierbij is heel simpel. Je maakt een kalender en je duidt dagelijks met je kind aan of het een droge of een natte nacht had. Je kunt dit doen door een blauw kruisje te zetten op een droge dag en een rood op een natte dag. Deze methode zorgt ervoor dat het kind onbewust een wedstrijdje met zichzelf aangaat om de rode kruisjes te verminderen.

-Plaswekker: dit is een apparaatje dat een seintje geeft zodra er nattigheid is. De wekker is verbonden met het broekje of de matras van het kind, en het belletje rinkelt wanneer er druppeltjes gedetecteerd worden. Het kind moet hieraan wennen, waardoor het iets langer duurt vooraleer deze manier resultaten oplevert.

-Praten: ja, zo simpel kan het soms zijn. Door een rustig gesprek met je kind aan te gaan, kan je ontdekken wat de oorzaak is. Zo is het mogelijk dat je kind gewoon schrik heeft om ’s nachts alleen door de donkere gang te lopen. Een klein lampje kan dan een simpele hulp zijn.

-Drinken op school: als je kind tijdens de schooluren niet voldoende drinkt, zal het na school veel meer drinken. Met als gevolg dat het meer moet plassen, ook doorheen de nacht. Als hij tijdens de dag genoeg drinkt zal hij na schooltijd minder dorst hebben en wordt de kans op bedplassen verkleind. Voldoende drinken in de boekentas is dus de boodschap.

Maak van bedplassen geen taboe

Praat er openlijk over met je kind, en verwijt het helemaal niets. Je kind kiest er niet bewust voor om ’s nachts in bed te plassen. Boos worden zal het probleem alleen maar erger maken en zorgt voor heel wat onzekerheid. Het is voor het bedplassertje belangrijk dat je respect hebt voor zijn gevoelens en dat je er geen probleem van maakt.