Wat je als plusouder wel en vooral niet moet doen: “Hoe meer je probeert de dingen te controleren, hoe meer je de controle verliest”

doorRedactieop 22/01/2020

En dan blijkt je prins op het witte paard kinderen te hebben …  Een op de tien Belgische gezinnen is van de nieuw samengestelde soort. En toch blijkt de praktijk vaak niet evident. Wat als je puberende pluszoon geen contact wil? Of als je pluskinderen je niet graag zien komen met de feestdagen? Psycholoog Erik Franck en ervaringsdeskundige Tatyana Beloy pleiten voor positief plusouderschap. “Je zal je sowieso wat moeten wegcijferen als plusouder.”

“Een gewone relatie is al hard werken, kinderen krijgen is complex … Het spreekt voor zich dat een nieuw samengesteld gezin nog meer uitdagingen meebrengt”, zegt prof. Erik Franck, klinisch psycholoog en gedragstherapeut. “Hoe complexer de situatie, hoe belangrijker het is om niet te veel de controle te willen behouden. De grootste valkuil is dat plusouders een te duidelijk beeld hebben van hoe ze het willen. Hoe meer je probeert de dingen te controleren, hoe meer je de controle verliest.”

Lange termijn

Strubbelingen met de ex-partner, discussies met de kinderen … Er zijn maar weinig nieuw samengestelde gezinnen waarbij alles meteen van een leien dakje loopt. In tips om de beste plusouder te worden, gelooft de psycholoog niet. “Is dat je doel, dan ben je niet meer authentiek. Ik denk niet dat je ooit kan zeggen: nu ben ik een goede plusouder. Plusouderschap is een inspanningsverbintenis, geen resultaatsverbintenis. Het is belangrijk dat je transparant bent en oprecht in verbinding gaat met de kinderen. Pak het aan op een manier die op lange termijn een verschil maakt in plaats van kortetermijndoelen na te streven.”

Ken jezelf

Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, zo luidt het aloude gezegde. Erik Franck: “Binnen de psychologie
onderscheiden we vijf drivers: ‘be perfect’, ‘hurry up’, ‘please others’, ‘be strong’ en ‘try hard’. Elk heeft zo zijn eigen kenmerken en uitdagingen. Zo zullen pleasers conflicten eerder uit de weg gaan en lijken ze zich erg vlot aan de nieuwe gezinssituatie aan te passen. Maar altijd jezelf wegcijferen begint op den duur te wringen. Op een bepaald moment is de maat vol en trek je zeer reactief de grens, wat dan weer totaal verkeerd overkomt bij de anderen, want zij zijn zulke reacties niet gewoon.” 

Een beter inzicht in je drivers – al dan niet met behulp van een professional – kan je helpen om beter om te gaan met moeilijkheden en zulke explosieve situaties te voorkomen. “Heel wat mensen denken een goed inzicht te hebben in zichzelf, maar botsen telkens op hetzelfde probleem. Dat noemen we betrekkingsblindheid. Het is niet altijd makkelijk om daaruit te raken. Iemand opzoeken die je helpt te reflecteren en die je confronteert met wat er is, kan dan helpen.”

Ben je benieuwd wat jouw drivers zijn? Test het op www.borgerhoff-lamberigts.be/boeken/nooit-meer-stiefmoeder.

Transparant in plaats van eerlijk

Eerlijk duurt het langst. En toch brengt honderd procent eerlijkheid ook gevaren met zich mee. “Het gaat gepaard met emotiegestuurd gedrag. Een voorbeeld: je wordt kwaad en begint te roepen bij een lastige situatie. Het is absoluut belangrijk om trouw te blijven aan jezelf, maar ik pleit voor transparantie in plaats van eerlijkheid. Dat betekent: benoemen wat je voelt in plaats van handelen vanuit je gevoel en de controle te verliezen.” 

Kalm blijven klinkt makkelijker dan het is. Wat kan helpen? “Zorg goed voor jezelf, zowel lichamelijk als mentaal. Wandelen en yoga kunnen spanningen verlichten. Ook de steun van en verbondenheid met anderen is erg belangrijk. Wat zeker niet helpt, is klagen en zagen en steeds weer hetzelfde herkauwen. Zorg ervoor dat je nieuw samengestelde gezin niet het enige doel in je leven wordt. Investeer in relaties met vrienden, collega’s …  Als de ene relatie minder goed zit, kan de andere voor tegengewicht zorgen. Dat is veerkracht.”

Onze expert weet raad

Prof. Erik Franck: “Als communiceren moeilijk gaat, raad ik mensen in eerste instantie aan nog kalmer te blijven. Amper 10 tot 20 procent van het effect van je boodschap wordt namelijk bepaald door wat je zegt. Het grootste effect vloeit voort uit niet-technische factoren: non-verbaal gedrag, intonatie … Bij kanalen zoals WhatsApp vallen die factoren compleet weg. Mensen halen relationele informatie dan uit woorden, leestekens, emoticons... Zo kunnen er heel snel misverstanden ontstaan. Probeer om bij digitale communicatiekanalen zo objectief mogelijk te blijven. Communiceer over feiten en afspraken. Digitale kanalen zijn niet geschikt om frustraties aan te kaarten. Is een face-to-facegesprek echt niet mogelijk, dan is de telefoon een betere optie dan WhatsApp. Zo hoor je tenminste nog elkaars intonatie.”

“Het contact met mijn puberende pluszoon verloopt heel stroef”

“Kalm blijven is ook hier de rode draad. Probeer om niet te snel te oordelen en neem het opstandige gedrag en de verwijten niet persoonlijk. Wat iemand over jou zegt, vertelt ook veel over hem. Sta eens stil bij het waarom van zijn woorden. Als je daar een antwoord op kan bedenken, kan je nadenken over wat hij nodig heeft. Listen to learn, noem ik dat. Een tweede belangrijke stap is het tonen van interesse. Ga op zoek naar de juiste vragen die de oprechte interesse in je pluszoon aantonen. Wees realistisch in je verwachtingen. Een scheiding is een soort rouwproces. Besef dat een band opbouwen heel wat tijd kan vragen.”

“De kinderen van mijn partner willen mij er met Kerstmis niet bij”

“In een situatie waarbij je niet aanvaard wordt, is het eerst en vooral belangrijk om niet in de niet-acceptatie te gaan. Kortom: aanvaard dat de anderen je niet wil aanvaarden. Ik denk dat je jezelf als plusouder sowieso wat meer zal moeten wegcijferen. Er zal altijd sprake zijn van twee gezinnen: het nieuw samengestelde gezin én het ‘gezin’ met de ex-partner. Dat andere gezin kan je niet wegtoveren. Trouw blijven aan jezelf is daarbij enorm belangrijk. Is deze situatie voor jou echt een brug te ver? Communiceer dat dan transparant en probeer samen met je partner uit te zoeken hoe je met deze situatie – die jouw grenzen overschrijdt – kan omgaan.”

“De relatie van mijn zoon met zijn vriendin sputtert. Ik ben bang om mijn pluskleinkinderen te verliezen”

“Er bestaan twee soorten loyaliteit: existentiële en verworven. Bij existentiële loyaliteit is er sprake van een bloedband. In dit geval spreken we dus van verworven loyaliteit. Dat verschil kan je niet ontkennen. Zo’n band is kwetsbaarder. Toch is het geen goed idee om je door angst te laten leiden. Probeer niet te veel druk te leggen op de relatie van je zoon. Angst en controle helpen je niet vooruit. Een eventuele breuk hoeft trouwens niet te betekenen dat het contact ophoudt. Bij een waardevolle relatie kan ik het alleen maar toejuichen dat er maatregelen ontwikkeld worden die de band helpen te bewaren.”

Tatyana Beloy schreef als ervaringsdeskundige een boek over plusouderschap

“Ik had al een relatie met een man met kinderen gehad en was niet vergeten hoe pijnlijk het was om alleen achter te blijven. Nooit zou ik nog stiefmoeder worden. En toen kruiste Konrad mijn pad, met een zoontje van intussen zes jaar oud. Natuurlijk was ik onzeker. Wat als het weer fout zou lopen? Tot mijn lief me duidelijk maakte dat het voor hem even onzeker was. Hij smeet zich helemaal, zijn zoontje vond me leuk, wat als ik morgen zomaar vertrok? Zo had ik het nog nooit bekeken. Dus hebben we samen beslist om te springen.”

“De band met mijn pluszoon is heel natuurlijk gegroeid. Konrad en ik trokken ook voor we een koppel waren veel samen op. Soms was zijn zoontje daarbij. Dat officiële kennismakingsmoment is dus nooit nodig geweest. Het had niet beter kunnen lopen. Maar niet alles ging vanzelf. Dat er nog geen concrete afspraken waren tussen mijn lief en zijn ex vond ik lastig. Ik snakte naar structuur en word gek als iets te traag gaat. ‘Hurry up & be strong’, zo sta ik in het leven. Maar die praktische regelingen tref je natuurlijk niet in een-twee-drie … Zodra er structuur en duidelijkheid was, werkte het voor iedereen veel beter. Al staan Konrads ex en ik nog niet waar we moeten staan. Vooral in het begin was dat behoorlijk eenzaam. Ik deed zo mijn best voor haar zoontje, maar de bevestiging waar ik onbewust naar op zoek was, kwam er niet. Ergens wilde ik het liefst een soort van pluimpje van haar krijgen, terwijl dat natuurlijk niet realistisch is. Soms zit ik met vragen die ik liever aan een mama zou stellen … Daar is nu nog geen ruimte voor, maar ik hoop dat we aan een functionele relatie kunnen werken.”

Één mama

“Gelukkig is de band met Konrads zoontje wel supergoed. Ik gruwel van het woord ‘stiefmama’ en haar pejoratieve bijklank, maar vind ‘plusmama’ ook raar klinken. Een kind heeft maar één mama. Ik ben het lief van de papa, die mee opvoedt en even hard haar best doet als hij.”

“Het was mijn zus die me in het begin van mijn relatie aanraadde naar een psycholoog te stappen. Iemand die je zeer kritisch advies geeft: ik vond het fantastisch en vertelde iedereen over wat hij me leerde. In geen enkel boek las ik hoe ik plusouderschap positief kon aanpakken. Overal klonk hoe zwaar het was. Zo is het idee van ons boek ontstaan. Ik hoop dat het anderen in mijn situatie kan helpen.”

Meer lezen? Nooit meer stiefmoeder, Tayana Beloy in samenwerking met prof. dr. Erik Franck (Borgerhoff & Lamberigts, € 22,99).

Greet (63) is plusoma van drie kleinkinderen

“Goed communiceren is belangrijk. Lukt dat niet, dan krijg je als plusgrootouder nooit een kans. Ik heb het geluk dat mijn man en ik altijd konden praten met de mama van zijn dochter.” 

“Ik ken Sophie van toen ze negen was. Mocht ik nu pas in haar leven komen, zou het misschien anders zijn. In de beginjaren bleef het contact met haar mama beperkt tot de praktische zaken. Sinds het huwelijk van Sophie en de geboorte van de kleinkinderen is de band hechter. Bij de geboorte van onze eerste kleinzoon hield ik me in het ziekenhuis wat afzijdig om ruimte te bieden aan de ‘echte’ oma’s. Tot het klonk: ‘Zo niet, jij bent evengoed oma!’”

“Met z’n allen door dezelfde deur kunnen maakt een wereld van verschil. Op schoolfeesten staan de drie oma’s aan het podium. Ik zie mijn pluskleinkinderen doodgraag. Intussen heeft mijn eigen zoon ook kinderen, en dat is wel anders. Ik herken mezelf en de karaktertrekken van mijn zoon in hen. Mijn kleindochter lijkt als twee druppels water op mij. Ik ben een gelukkige plusoma, maar weet dat het ook anders kan lopen. Mijn ex-man wil niets met me te maken hebben, al zijn we bijna dertig jaar uit elkaar. Voor de verjaardagsfeestjes van de kleinkinderen is er een beurtrol. Samen aan tafel zitten lukt niet. Mijn gouden tip: haal geen oude koeien uit de sloot, blijf praten … Voor jezelf, maar vooral voor je (plus)kinderen en (plus)kleinkinderen.”