Week tegen Pesten: wat bepaalt of je kind populair is op school en hoe kan je als ouder daarbij helpen? “Laat je kind al vroeg zijn sociale vaardigheden oefenen”

doorRedactieop 12/02/2021

Van 5 tot 12 februari is het de Week tegen Pesten, nog altijd een fenomeen op elke speelplaats. De factor die bepaalt wie er het slachtoffer van is? Populariteit, meestal. ‘Erbij horen’ speelt enorm bij kinderen, en meer nog bij tieners. Zeker nu likes en volgers op sociale media meespelen. Wat bepaalt of een kind populair is of niet en kan je daar als ouder een rol in spelen? Een professor pedagogische wetenschappen en een pestdeskundige lichten toe. “Als ouder kan je het goede voorbeeld geven.”

“Ieder individu mag één knuffelcontact hebben”, “de bubbel van twee wordt er een van zes”,... Met deze uitspraken katapulteerde de regering me de afgelopen maanden ­opnieuw naar de speelplaats van de middelbare school. “Zal iemand me in zijn groepje willen”, is mijn reflex, net als in mijn tienerjaren. Een vrees die toen en nu onterecht is gebleken. En toch zit het diep.

Waar komt die oerangst om niet populair te zijn vandaan? Waarom is het ene kind populair en het andere niet? En is het eigenlijk wel zo wenselijk om een ‘queen bee’ te zijn?

Geliefd of cool?

Iedereen die weleens op de speelplaats van een middelbare school rondhangt, weet: populariteit bij tieners is een complexe zaak. Wie zich scenario’s als in ‘­Grease’ voorstelt, is eraan voor de moeite. “De realiteit is veel meer fluïde”, zegt ­Jeroen De Hert, leerkracht Frans. ­”Populair zijn is geen fluosticker die op iemand kleeft.”

Uit onderzoek blijkt dat je populaire kinderen in twee categorieën kan opdelen. “Ten eerste heb je de kinderen die geliefd zijn omdat ze zo innemend zijn”, zegt prof. Karine Verschueren (KU Leuven), die onderzoek doet naar sociale relaties op school. “Anderen vertoeven oprecht graag in hun gezelschap. Daarnaast zijn er de kinderen die veel invloed hebben en bepalen wat cool is, maar met wie andere kinderen niet per se graag omgaan.” De Hert noemt hen de ‘wannabe’s’, tieners die zich soms aardig en behulpzaam opstellen, maar zich evengoed gemeen kunnen gedragen om hun eigen positie te versterken. “Gelukkig”, zegt hij, “doorprikken andere leerlingen dat na verloop van tijd.”

Het begint als kleuter

Met gezonde populariteit is niets mis, integendeel. Vaak is het gelinkt aan sterke sociale vaardigheden. De Hert merkt het ook in de klas: “Leerlingen die wat socially awkward reageren, zijn vaak minder populair.” De basis voor gezonde populariteit wordt dan ook deels gelegd tijdens de eerste levensjaren. Peuters en kleuters die geleerd hebben om samen problemen op te lossen en contact te leggen met leeftijdsgenoten, zullen later beter in de groep liggen. Daarom is het belangrijk om kinderen al vroeg hun sociale vaardigheden te laten oefenen. 

“Laat je kind daarbij niet aan zijn lot over,” voegt Verschueren toe, “maar kom bijvoorbeeld even tussen bij een conflict en begeleid je kleuter bij de oplossing ervan.” Op latere leeftijd – wanneer de leeftijdsgroep aan belang wint en de afhankelijkheid van de ouders vermindert – ligt dat moeilijker. “Maar met je eigen gedrag kan je als ouder wel nog altijd het goede voorbeeld geven”, zegt Verschueren.

Pesten als strategie

Als gezonde populariteit haar oorsprong vindt in een stabiele opvoeding, is een hang naar ongezonde populariteit vaak te wijten aan een onveilige hechting. “Die kinderen willen er wanhopig graag bij horen”, zegt pestdeskundige Gie Deboutte. “Maar door een gebrek aan zelfvertrouwen missen ze een innerlijk kompas. Ze voelen de sociale conventies bovendien niet aan.” 

Om toch maar te stijgen op de sociale ladder, blijkt pesten voor hen vaak een effectieve strategie. Deboutte: “Zeker als omstanders meedoen, krijgen pesters het idee dat ze invloed hebben, ook al is het gedrag van de meelopers vaak ingegeven door angst.” Die erkenning van leeftijdsgenoten werkt verslavend volgens de pestexpert: “Ze versterkt de neiging om het pestgedrag te herhalen net omdat er telkens een beloning op volgt, namelijk het gevoel dat je belangrijk bent.”

Ook hierop kan je als ouder preventief impact hebben door te investeren in de band met je kinderen, met tijd en betrokkenheid. Deboutte: “Als je kind je beschouwt als een vertrouwenspersoon, dan krijgt het automatisch ook meer vertrouwen in zichzelf en zal het zijn identiteit minder laten afhangen van de appreciatie van anderen.”

De strijd om populariteit

“Toen mijn dochter naar de middelbare school ging, begon ze plots over haar vriendinnen te spreken in termen van ‘populair’ en ‘niet-populair’”, vertelt een collega. Niet verwonderlijk, want hoewel in de lagere school de behoefte om leuk gevonden te worden al aanwezig is, beginnen de echte populariteitswedstrijden vaak bij de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs. Kinderen moeten dan opnieuw hun plaats in de groep verwerven, net op het moment dat ouders rolmodel af zijn en leeftijdsgenoten die plaats innemen. “Een paar jaar later – zo rond haar vijftiende – was het plots gedaan”, laat diezelfde collega nog weten. “Typisch”, zegt Verschueren. “Terwijl in de vroege tienerjaren de normen van leeftijdsgenoten doorslaggevend zijn, winnen individuele waarden in de late tienerjaren aan belang.”

Populair of niet, dat ben je trouwens niet per se altijd en overal. Ook de groep zelf speelt een rol. Zo kan het zijn dat je beter matcht met een groep op de kunstacademie dan met de leden van je voetbalteam. “De beste ‘fit’ is er als jouw kenmerken overeenkomen met de normen van de groep”, zegt Verschueren. “Sommige kenmerken – zoals sociaal zijn – doen het goed in alle groepen. Als je daarentegen nogal teruggetrokken bent, dan word je wellicht beter aanvaard in een groep met rustige kinderen.” Van positie veranderen binnen een groep is wel heel moeilijk. De Hert: “Zelfs als je werkt aan je assertieve vaardigheden, is het heel lastig om een andere plaats binnen de klas te verwerven. Dan moet je opboksen tegen de vooroordelen van andere leerlingen. Veel tieners vinden het dan ook comfortabel om zich te blijven gedragen naar hun rol.”

Daarnaast is populair zijn niet in alle groepen even belangrijk. Dat kan je volgens Deboutte aftoetsen aan de mate van diversiteit die wordt getolereerd: “Als een groep heterogeen is en er niet wordt gespot met afwijkingen, dan zit het goed. Maar als je ziet dat een groep er steeds homogener gaat uitzien, dan is de kans groter dat het om een onveilige omgeving gaat. Denk maar aan de uniforme dresscode en het waardekader bij bijvoorbeeld Schild & Vrienden. Wie afwijkt van ‘die norm’ krijgt het flink te verduren.” 

Toch is een mix van meer en minder populaire kinderen niet per se slechter dan een groep waarin iedereen aanvaard en geliefd is. “Dat sommige kinderen meer leiding nemen, kan net zorgen voor interne harmonie”, zegt Verschueren. De Hert ondervindt het regelmatig in zijn klas: “Als ik voor een groepswerk de rustige leerlingen samenzet, gebeurt er soms niets, omdat niemand het initiatief neemt.”

Online populariteit

Als je mee wil kunnen op de speelplaats, moet je vandaag weten wat influencers als Acid of Charli d’Amelio hebben gepost. “Dat maakt veel kinderen rusteloos”, zegt Deboutte. Vanuit een soort fear of missing out zijn ze voortdurend online. Bovendien kan je aan het aantal volgers en likes op TikTok en Instagram in één oogopslag afleiden hoe populair iemand is. “Dat leidt ertoe dat veel jongeren, in de hoop zo volgers te winnen, op internet een identiteit opbouwen die ver van henzelf staat”, zegt Deboutte. Helaas zegt het aantal volgers heel weinig over de kwaliteit van die relaties. Dat een populaire YouTuber als Kastiop recent zelfmoord pleegde, is tekenend. (Online) populariteit en geluk gaan niet altijd hand in hand.

Kortom, met sociaal en vriendelijk zijn maakt je tiener veel kans om de queen bee van de speelplaats te worden. Maar hou als ouder in de gaten dat het geen machtsstrijd wordt waarin je kind zichzelf verliest. En als het niet zo wil lukken met die populariteit, heb dan vertrouwen. Het waait meestal voorbij.

Chiya, Eos, Lotte en Lynne uit het zesde jaar middelbaar van het Sint-Lievenscollege in Antwerpen: ‘Ze was populair omdat ze 30.000 volgers had, maar niemand op school had haar graag’

“De populariteitswedstrijd is begonnen in het eerste jaar middelbaar onderwijs. In de lagere school waren er wel leerlingen naar wie we opkeken, maar op de middelbare school kwam dat in een stroomversnelling. Omdat de groep groter werd, was ook de diversiteit veel groter. De populaire kinderen van de lagere school verbleekten, omdat er ‘betere’ opties waren. Ondertussen zitten er in elk jaar wel een paar iconische figuren die iedereen kent. Als er iets gaande is in hun leven, bijvoorbeeld een nieuw lief, is de hele school daarvan op de hoogte.” 

“In de eerste jaren van het middelbaar onderwijs keken we op naar dat soort figuren, we wilden ook zo zijn. Veel van die populaire jongens en meisjes zijn uiterlijk ook echt knap, maar als je met hen praat, blijken ze vaak weinig diepgang te hebben. Sommigen van hen gedragen zich ook neerbuigend. Ze weten van zichzelf dat ze populair zijn en laten je niet gemakkelijk toe tot hun groepje. Om toch maar geaccepteerd te worden, pasten we vroeger ons gedrag soms aan. We gingen delen van onszelf uitvergroten om toch maar aansluiting te vinden.”

“In die periode waren we ook heel erg bezig met tactieken om meer volgers te krijgen op sociale media. Het was heel normaal om iemand te vragen: ‘Hoeveel volgers heb jij op Instagram?’ Echt populaire leerlingen hebben vaak veel volgers. Zo zat er tot vorig jaar een influencer met wel 30.000 volgers bij ons op school. Ze was populair omdat ze bekend was, maar eigenlijk had niemand haar echt graag. Ze was fake en had een groot ego.”

“Sinds we beter weten wie we zelf zijn en we onze eigen persoonlijkheid hebben opgebouwd, hebben we veel minder ontzag voor die populaire jongens en meisjes. We beseffen dat we niet willen zijn zoals zij. Wij vieren zijn eigenlijk heel gewoon, we hebben onze eigen vriendengroep. Daarbinnen is het natuurlijk leuk om graag gezien te worden, maar dat is niet gebaseerd op uiterlijkheden, maar wel op hoe tof iemand is. En dat is perfect!”

Tekst: Katrien Elen